Wat motten wij daar nou mee?


Dit ging hieraan vooraf:

 

De bediening brengt een fles pastis en de glazen worden volgeschonken.

“Nou, proost dan maar hè?”

“Proost! Dat het hier maar lawinevrij mag blijven.”

“Dat is wel te hopen ja.”

“Het was zeker wel even schrikken daarnet, toen al die stenen ineens uit het plafond op jullie tafeltje kletterden en Napoleon naar beneden sprong.”

“Dat kun je wel stellen ja.”

“Zeg, wat is dat toch met al die stenen? Overal waar we komen, zien we iedereen de hele tijd met stenen rondsjouwen. Eerst in Londen, en nu ook al hier in Parijs.”

“Dat verbaasde ons ook al. Wij hebben er een paar te pakken gekregen, maar er is niks bijzonders aan te zien. We hebben ze weer weggegooid. Hebben jullie ook van die stenen?”

“Wij? Ben je stapel? Wat motten wij daar nou mee? Ermee rondsjouwen soms, hier in Parijs? 

 

“Ja, dan zou je inderdaad stapelgek zijn. [tegen de neef van Cornelis en Sjaan] En u, mijnheer?”

Ik ben direct op mijn hoede.

“Ik heb in Londen twee van die stenen te pakken gekregen. Ze zaten in een koker die ik op straat heb gevonden.”

“Als ze in een koker zaten, dan moeten ze wel bijzonder zijn. Zou ik die stenen eens mogen zien?”

“Als ik ze nog had, wel. Maar ik ben ze in Londen kwijtgeraakt aan dat figuur daar [ik knik naar Napoleon].”

“Dus Napoleon heeft nu uw stenen uit Londen?”

“Dat klopt inderdaad.”

“En weet u nog hoe die stenen eruit zagen?”

“Jazeker. Zwart, met witte spikkels.”

Ome John paft bedachtzaam een dikke wolk rook uit zijn sigaar. Dat waren de stenen die Napoleon, toen nog in een streepjespak, in de Pianobar uit z’n jasje heeft gehaald!

© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com (bewerkt)

Lees verder:

 

Bovenstaande dubbele episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden uitdaging van oktober van FrutselenindeMarge (zie hieronder), waarbij een verhaal van precies 140 woorden dient te worden geschreven dat het verplichte woord 'stapelbed' bevat (mag ook in delen). [ Klik voor meer informatie ]

 

Intussen bij de overige hoofdrolspelers: