Kom mee, we gaan er vandoor


Nu zowat iedereen in het cellencomplex in het souterrain zit, verdwijnen Gerrit en Lou ongezien uit de ambassade om via het hotel naar Château de Fontainebleu te gaan. (Zeester vervolgverhaal van Hans van Gemert en Dewaputra].

(De Zeester is de naam van zowel een pension dat gerund wordt door het illustere echtpaar Cornelis en Sjaan, als de naam van een strandpaviljoen waar hun neef als ober werkt. Deze drie hoofdpersonen, soms ook wel de zeesterbende genoemd, beleven sinds september 2018 de meest doldwaze avonturen. Momenteel spelen die avonturen zich af in Parijs, waar ze Trump ontmoet hebben)

 

Dit ging hieraan vooraf:

 

“Kom mee Gerrit. Iedereen zit nu in het cellencomplex in het souterrain. Een mooie gelegenheid voor ons om er ongezien vandoor te gaan.”

“Nou, die twee zuipschuiten van pension de Zeester staan daar anders nog steeds met een glas in hun hand, samen met die neef van ze.”

“Die blijven daar voorlopig nog wel een tijdje staan, want de drank is nog niet op. Bovendien weten ze toch niet waar we naar toe gaan.”

“Waar gaan we dan naar toe?”

“Eerst maar terug naar het hotel om onze bagage op te halen. Daarna naar dat Château de Fontainebleau. Want daarvoor zijn we helemaal vanuit Londen naar Frankrijk gegaan.”

“En we moeten dat emmertje met stenen natuurlijk niet vergeten, anders komen we nooit die schatkamer binnen.”

“Dat staat veilig in de safe op onze kamer. Kom mee, we gaan er vandoor.”


©Dewaputra

 

Bovenstaande episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden uitdaging van april(zie hieronder), waarbij een verhaal van precies 140 woorden dient te worden geschreven dat het verplichte woord 'limonadeglas' bevat (mag ook in delen).