×

Yoors


exit_to_app Inloggen

480
camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Mijn strijd tegen depressie.

Mijn strijd tegen depressie.


Je hoort mensen wel eens zeggen 'Depressie is geen ziekte.', 'Je stelt je aan.' of 'Het is alleen iets mentaal.'.
Soms vraag ik me af hoe mensen er over oordelen. Een opmerking die ik ook vaak te horen heb gekregen was 'Huh? Jij depressief? Maar je lacht zoveel.'

Natuurlijk, iedereen heeft diens eigen gedachte bij het woord depressie, maar om het weg te wuiven en om het geen ziekte te noemen gaat ver. Het is wel degelijk een ziekte, zowel mentaal als lichamelijk.

Zelf kom ik net uit een zware depressie. Een depressie die eigenlijk al speelt sinds dat ik twaalf was.
Ik werd gepest, uitgesloten en genegeerd. Mijn zelfbeeld gleed in een spiraal door mijn voetzolen de grond in en dat heeft me voor altijd getekend en gevormd tot wie ik nu ben. Op mijn twaalfde waagde ik mijn eerste zelfmoord poging, op mijn zestiende mijn tweede. Laat staan van alle ontelbare keren dat ik voor het schap met slaappillen en dergelijke heb gestaan, me afvragend hoe makkelijk het kon zijn om mezelf over het randje te duwen. Mijn depressie was vaak niet aanhoudend, maar in vlagen. Dan ging het weer een tijdje "beter" en soms leek het alsof ik maar in mijn vingers hoefde te knippen en daar zat ik weer, onder mijn voetzolen in het donker.

Iets meer dan een half jaar geleden gebeurde het weer. Dit keer was het iets anders dan normaal.
Mijn depressie werd aangewakkerd door de beklemmende stress die school met zich meebracht. De verwachtingen die opeens om mijn schouders kwamen te hangen en die me dieper de grond in drukten. Op een gegeven moment trok ik het niet meer. Ik kwam mijn bed zo goed als niet meer uit. Ik at amper en zorgde zeer slecht voor mijn persoonlijke hygiëne. Mijn haarborstels kwamen al snel onder het stof te zitten, mijn deodorant was mijn nieuwe vriend omdat ik de puf vaak niet had om ook maar in bad te gaan, laat staan om mijn haar uit te kammen. De tandenborstel werd een woord dat ik enkel in mijn hoofd voor me zag en niet in het echte leven. Zelfs mijn normale uitlaatkleppen (Schrijven, fotograferen en dagdromen.) konden me vaak niet helpen en inspiratieloos zakte ik steeds verder weg.

Op een dag belde een docente van school me echter op om te vragen of ik al een stageplek had, en alleen die vraag liet alle stress weer als een vloedgolf over me heen stromen. In tranen zat ik voor de telefoon en we hadden al snel een afspraak gemaakt waarin ik alles vertelde. Maar dan echt bijna alles. Mijn gehele verleden met deze ziekte.
Ze ging het voorleggen bij mijn studiebegeleider en niet veel later zat ik ook bij hem om tafel.

Uiteindelijk was eruit gekomen dat ik geen stage kon lopen. Niet in deze toestand. Dit gaf me een halfjaar om aan mezelf te werken, te beginnen met het vertellen aan mijn ouders. Natuurlijk schrokken ze toen ze mijn verhaal te horen kregen. Ik heb het hen nooit verteld. Zelfs niet over mijn zelfmoordpogingen.
Onder aanmoediging van school, mijn ouders, vrienden en het kleine lichtpuntje wat op was komen zetten in mijzelf ging ik naar de huisarts, die me doorverwees naar een maatschappelijk werkster. Hier zit ik nu nog bij en de gesprekken die ik het haar heb doen me erg goed.

Hoe ik lichamelijk nu in elkaar steek is een ander verhaal.
Mijn gewicht heeft enorm geschommeld in dat half jaar en het is een wonder dat ik mijn haar weer relatief verzorgd heb gekregen. Mijn conditie is echter helemaal weg en ook mis ik wat aan kracht in mijn handen en armen. Ook doen mijn rug en benen sneller pijn.
Mijn eetpatroon ligt helemaal op diens kop. Dingen als aardappels komen vaak weer bij me omhoog en ik moet dan ook sneller overgeven. Ik ben een paar keer door mijn benen gezakt en flauw gevallen. Mijn gebit is verslechterd, al ga ik morgen weer voor het eerst sinds het begin van deze depressie naar de tandarts.

Hoewel ik weer de goede kant op ga en ik veel mensen heb die me steunen, zal het altijd een onderdeel van me blijven. Een depressie los je niet zomaar even op. Het blijft aan je knagen. Jarenlang.
Mensen kunnen wel zeggen. 'Je bent zo'n mooie jonge meid.' of 'Het komt allemaal wel goed.' maar dat helpt niet.
Je kan tegen een steen zeggen dat die zichzelf om moet rollen, maar dat doet die toch ook niet?
Hoe mensen ook over me denken, ik ben tenminste trots op mezelf dat ik nu zover gekomen ben. Natuurlijk heb ik nog een lange weg te gaan, maar ik kan nu tenminste over mezelf zeggen dat ik door probeer te zetten om eruit te komen. Het gevecht tegen mijn depressie is hopelijk bijna ten einde.




Gwennerd
Je mag zo trots zijn op wat je bereikt hebt!
18-09-2017 20:13
18-09-2017 20:13
Boemerang
Sterk van je dat je het allemaal zo opschrijft! Ik heb zelf ook een paar blogs geschreven over mijn depressie. Ik zit er namelijk nog steeds midden in.
12-09-2017 11:04
12-09-2017 11:04
notifications_noneadd
16-10-2018 15:57
1 volger , 2 antwoorden