Het levenskistje.


Het was een paar weken nadat moeder was overleden.

Ze was al jaren weduwe, en had vaak gedroomd over hun vader, hij was haar al meermalen komen halen, maar dat was in haar dromen. “Nee, ik kan nog niet met je mee”, had ze steeds gezegd, “mijn kinderen en kleinkinderen hebben me nog nodig.”

 En zo leefde ze de laatste twintig jaar in haar huisje, dat ze had betrokken toen het grote huis te groot werd, en ze niet meer de energie had om de tuin naar behoren te verzorgen. De tuin die ze zo miste. Nu was het hoog tijd om het huisje leeg te alen, er stond een nieuwe bewoner te trappelen om haar intrek te nemen.

 De kinderen kwamen één voor één binnen, een beetje vreemd was het wel, binnenkomen, en niet moeder’s stem te horen die hen verwelkomde: “Ik ziet hier, kom maar verder!”

Na een hartversterkend kopje koffie begonnen ze gedrieën aan de zware taak: alle kasten moesten leeg, alles moest het huis uit. Wat wilden ze bewaren, wat moest er weg?

Fotoalbums kwamen tevoorschijn, die moesten blijven. Ooit had moeder gezien dat er foto’s van een overleden bewoner bij het vuil waren gezet. Ze waaiden over de weg, “dat wil ik niet met mijn foto’s hoor!”had ze geëmotioneerd gezegd, en daar zouden ze voor zorgen.

 Na uren werken stuitte een van de kinderen op een ouderwets doosje: het was bewerkt, een patroon uit het houd gekerfd. Hé, een sigarendoosje, dat kan wel weg hè, riep de dochter naar haar zussen. “Wat is dat? Dat doosje heb ik nog nooit eerder gezien”, reageerde de middelste zus, en wilde het doosje open maken, er leek wat in te zitten. Maar het doosje wilde niet open.

Druk als ze waren met het leeghalen van het huis zetten ze het doosje apart en gingen verder met hun werk.            Laat in de avond, toen alles klaar was hervonden ze het doosje. Het was donker, het werk gedaan. Gedrieën zaten ze in de woonkamer, bij het licht van een zacht brandend schemerlampje. Ze pakten het doosje en probeerden het opnieuw te openen. Deze keer lukte het, en zodra het doosje een kiertje open had, verscheen er licht, en klonk er heel zacht muziek. Geschrokken sloot ze het doosje.

 De dames kropen dicht bij elkaar, en opnieuw werd het doosje geopend. Nu klonk de muziek iets harder, en het licht werd wat feller. Het licht vormde een bundeltje, en door de muziek klonk zacht een stem: de stem die ze herkenden: die van hun vader! Voor het eerst in jaren hoorden de kinderen hun vader’s stem: “Lieve kinderen, jullie hebben ons levenskistje gevonden. Het is nu juni 1941, en Nederland verkeerd in een oorlog. Ik weet op dit moment niet met hoeveel jullie zijn, maar ik ben jullie vader. Naast mij zit jullie moeder. Wij hebben dit kistje gekocht bij een handelaar, en zullen dit gedurende ons leven vullen met onze herinneringen, en onze liefde voor jullie. De handelaar heeft ons verzekerd dat wanneer jullie het kistje vinden, er een lichtbundel zal verschijnen en jullie mijn stem zullen horen. Ik weet niet hoe oud ik zal worden, of we de oorlog zullen overleven, daarom vul ik het kistje nu met mijn stem. Weet dat we altijd van jullie zullen houden, en dat dit kistje voor jullie is. Wanneer wij er niet meer zijn kunnen jullie altijd het kistje openen, en mijn stem horen, en de herinneringen zien die wij verder in het kistje stopten.” Hopelijk wordt het een goed gevuld kistje” Dan horen de dames de giechelende lach van hun jonge moeder.

 Met betraande ogen luisteren ze, en wanneer vader is uitgesproken bekijken ze de inhoud van het kistje. De persoonsbewijzen uit de oorlog van beide ouders, wat foto’s, medailles en een horloge. Het is lang stil in de kamer, de dochters weten niet wat te zeggen, en eigenlijk hoeft er ook niets gezegd te worden.

 Vanaf die dag herdenken de dochters ieder jaar op de dag dat ze het kistje vonden het leven van hun ouders, en bladeren ze alle foto-albums nog eens door. Het kistje wordt dan geopend, en waar ze ook zijn: de ruimte vult zich met liefde!

Eigen foto's: Kistje, foto's, medailles en horloge van mijn Opa en Oma