Weggelopen, deel 4


Dit is een vervolgverhaal, door verschillende schrijvers. Ingrid is begonnen met deel 1. Het loont de moeite voorgaande delen eerst te lezen:

Weggelopen

Door Ingrid

Beschaamd kijkt Job naar de portemonnee in zijn hand. Opa’s ogen kijken hem nog altijd doordringend aan, en Job legt voorzichtig de portemonnee terug in de boodschappentas van de oude dame, stel je voor dat ze toch iets zou voelen. “Maar als u……. dood bent”, Job, krijgt het woord nog steeds nauwelijks over zijn lippen, “hoe moet dat dan met die koffie en dat taartje? Ik heb geen geld….” Hij durft het niet aan om nog eens een poging te doen tot stelen, in ieder geval niet waar Opa bij is.

 “Maak je geen zorgen jongen, dat regel ik wel” zegt Opa met een rustige stem. Opa neemt hem mee naar boven, Job hoeft zijn benen niet te bewegen, het gaat als vanzelf. Hoe werkt dit toch vraagt hij zich af…. Eenmaal in het restaurant pakt Job een dienblad en zet er twee koffie en twee moorkoppen op, hij wist dat Opa daar dol op was. Opa pakt uit de zak van zijn colbert zijn portemonnee, en legt een biljet van tien euro op de rand van de kassa, “die vindt de caissière straks wel”, zegt hij en ze nemen plaats aan een tafeltje. De wereld om hen heen staat nog altijd stil.  

 “Zo jongen, vertel me nu eerst maar eens wat het grote probleem is”, zegt Opa, terwijl hij een grote hap van zijn moorkop neemt. Job haalt diep adem en begint te praten……. Over zijn ouders, verslaafd aan drank en drugs, zijn slechte rapport en dat hij denkt dat ze niets om hem geven. Opa luistert zonder hem te onderbreken, en hij praat maar door en door.

 Als Job is uitgepraat haalt Opa diep adem en zegt: “Lieve jongen, de problemen van je ouders hebben niets met jou te maken. Ik begrijp heel goed dat je er heel veel last van hebt, en dat je het gevoel hebt gevangen te zitten in de situatie. Maar ik weet dat je ouders, net als ik, heel veel van je houden. Ik zie wat er gebeurt, en ben regelmatig bij je, iedere keer dat je aan me denkt sta ik naast je, al zie je me niet”.  Job hoort het aan, maar weet niet wat hij ervan moet vinden. Hij zou zoveel willen vragen aan Opa, waarom greep u niet in, waarom doet niemand iets? Op het moment dat hij adem haalt om die vragen aan Opa te stellen ziet hij dat zijn Opa in het niets verdwijnt. “En nu”, denkt job, en blijkbaar spreekt hij hardop want hij hoort zichzelf roepen: “wat moet ik nu”?

 

Wordt ongetwijfeld vervolgd, de vraag is door wie? Heb jij een idee hoe het verder gaat? Meld je hieronder even zodat het één verhaal blijft....

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!