De afrekening


Langzaam word ik wakker. Wat een enerverende ervaring was dit vandaag hier in de supermarkt. Zoiets maak je niet elke dag mee. Gelukkig niet!

In gedachten ga ik terug naar het moment, dat ik de supermarkt binnenkwam en laat alles in gedachten nog eens de revue passeren...

Mijn alledaagse gang door de supermarkt

Toen ik de winkel binnenkwam, was alles nog normaal. Ik had nog geen flauw benul van wat er zou gaan gebeuren. Ik deed gewoon mijn muntje in de winkelwagen, reed de winkel in en liep mijn boodschappenbriefje na.

Geordend als ik ben, stond alles op het lijstje perfect in de juiste volgorde van de looproute. Tja, ik kom al zo lang en zo regelmatig in deze winkel. 's Nachts in mijn dromen kan ik nog precies aangeven wat waar staat. Ik liep dan ook helemaal op de automatische piloot mijn alledaagse gang de winkel door. Keurig achter mijn winkelwagen aan, zal ik maar zeggen.

Bij de vleesafdeling

Op zoek naar een lekker stuk vlees voor bij het avondeten, begint de twijfel toe te slaan. Ik weet niet wat het is, maar zelf heb ik eigenlijk altijd een enorme trek in mijn favoriete kipfilet. Mijn man houdt echter meer van die simpele vinken. Of ze nu blind zijn, geslagen, of wat dan ook, dat maakt hem niet uit. Als het maar vinken zijn, zegt hij altijd. En laten die nu net in de aanbieding zijn.

Wat zal ik doen? Hij kent de aanbiedingen niet, dus ik kan veilig voor mijzelf kiezen. Maar aan de andere kant, het is ook wel eens leuk om hem een plezier te doen. Ik weet echt niet wat ik moet kiezen.

Dan voel ik iets tegen mijn been aanstoten. 'Aaauuuwwhh!' Ik schreeuw het uit van de pijn.

Ik kijk om en zie een jochie van een jaar of 10 achter zo'n klein winkelwagentje. Hij is daarmee in vliegende vaart tegen mij aangereden, onder het toeziend oog van zijn moeder.

Zijn moeder staat er een beetje schaapachtig bij te lachen. Van dat kind kan ik het op zich nog wel hebben, maar die moeder... Ik zou haar wel willen wurgen. Maar dat gaat niet, zo midden in de supermarkt, met al die getuigen om mij heen.

In plaats van zijn moeder aan te spreken, val ik toch uit tegen de jongen. Een normaal kind zou dan in zijn schulp terug kruipen, maar niet hij. Dit kind klemt met een woeste blik in zijn ogen zijn handen om de handgreep van het winkelwagentje en botst - nu dus duidelijk expres! - in volle vaart tegen mij aan.

Opnieuw schreeuw ik het uit van de pijn. En dan komt de vader van het kind aanlopen. Hij heeft op afstand al gehoord, dat ik zijn zoontje onheus bejegende. Dreigend zegt hij: 'Hier komen we nog op terug!'

Bij de kassa

Na dit voorval loop ik enigszins ontdaan verder door de winkel. Ik besef, dat ik toch gewoon de boodschappen in huis moet halen om voor mijn man te kunnen zorgen. Ik kies voor de rundervinken. Gewoon omdat ik dat jochie diep in mijn hart een rund vind.

Uiteindelijk kom ik bij de kassa aan. En raad eens... Precies dit jochie komt met zijn ouders achter mij staan. Ik ben er toch niet helemaal gerust op. Zo meteen komt de afrekening en hoe zal dat aflopen?!?

Ik ben aan de beurt. De caissière kent mij. Ik reken eigenlijk altijd bij haar af. Zij ziet, dat er iets aan de hand is en daar vraagt ze dus ook naar. Maar in het bijzijn van deze mensen durf ik het niet goed te zeggen.

Al mijn boodschappen liggen op de lopende band aan de andere kant van de kassa, klaar om in de tas gepakt te worden. Ik voer mijn pincode in om te betalen en dan...

De ontknoping

... word ik wakker, liggend op de grond voor de kassa van de supermarkt. Er staan allemaal mensen om mij heen en ik vraag mij af wat er gebeurd is.

De caissière zegt, dat ik ben flauw gevallen op het moment van afrekenen. Langzaam dringt het tot mij door en kom ik weer bij mijn positieven. Het jochie staat naast mij met een bezorgde blik in de ogen. Zijn vader heeft hem gezegd, dat ik ben flauwgevallen vanwege de pijn, die hij veroorzaakt heeft. Langzaam zie ik de tranen over zijn gezicht lopen.

Mijn man komt naar mij toe lopen. Hij is vanuit de supermarkt gebeld. Zijn woorden: 'Bij een goede afrekening past de goede pas'. Hij pint het bedrag van de boodschappen, zegt: 'Op deze rekening staat wèl saldo' en neemt mij de arm. In mijn oor fluistert hij liefdevol: 'De opname is gelukt. Je had dat jochie flink te grazen. Dit kan zo op Bananasplit.'

Zo lopen wij samen, hand in hand, de supermarkt uit.