welke rechtsmiddelen zijn er


Inleiding

In de rechtbank bij het uitspreken van een vonnis over een zaak, heb je een winnaar en een verliezer. Mocht je het nu niet eens zijn met de uitspraak van de rechter zijn er in Nederland 3 rechtsmiddelen die je kan uitoefenen: verzet, hoger beroep en de hoge raad.

Zoals in de inleiding wordt beschreven heb je na elk vonnis een partij die tevreden en ontevreden is. De partij die tevreden is hoeft en zal ook niks doen deze heeft gewonnen. Het enige waar die teleurgesteld over kan zijn is dat het bedrag lager is uitgevallen dan waar die op gehoopt had. De partij die ontevreden is zal bekijken of die een kans kan maken bij het hof. De ontevreden partij heeft 3 rechtsmiddelen tot zijn beschikking te weten: verzet, hoger beroep en cassatie.

Verzet

De rechter kan verstek verlenen aan de gedaagde als die niet op de hoorzitting zelf aanwezig is. Hieruit vloeit automatisch een verstekvonnis door de rechter. De eiser in deze zaak heeft als het ware zijn gelijk gekregen. De gedaagde kan verzet aantekenen hiertegen en moet dit binnen 4 weken na het verstekvonnis hebben gedaan. Er wordt later dan verder geproduceerd alsof er geen verstek is geweest. Verzet heeft dus niets te maken met het verzetten of het niet eens zijn van de uitspraken van de rechter of de tegenpartij.

Hoger beroep

Nadat de uitslag van de rechter is uitgesproken waar je niet tevreden mee bent kan je binnen 3 maanden in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Een ander woord voor in hoger beroep gaan is appèl. In deze zaak wordt de eiser (appellant) en de gedaagde (geïntimeerde) genoemd. De raadsheer zal de zaak opnieuw bekijken en met een nieuwe uitspraak komen. Bij partijen kunnen het eens of oneens zijn met deze uitspraak. Is er een van de partijen het oneens met de uitspraak van de raadsheer (rechter) dan kunnen ze in cassatie gaan bij de Hoge raad.

Hoge Raad

De Hoge Raad kijkt niet naar feiten maar alleen naar of het recht goed is toegepast. De raadsheer neemt over wat het gerechtshof heeft vastgesteld. Als je in cassatie wil gaan tegen de uitspraak van het hof moet je dit doen binnen 3 maanden. Er wordt opnieuw een verzoekschrift of dagvaarding uitgeschreven. Er wordt niet meer gekeken naar de feiten in de zaak alleen of het recht goed is toegepast de eiser in de zaak heeft dan ook maar 2 cassatiegronden:

  1. Schending van het recht.
  2. Verzuim van vormen: dit wil zeggen dat de rechter in de lagere vonnissen (uitspraken) zich niet of niet deugdelijk hebben gemotiveerd bij een uitspraak.

De Hoge Raad kan de cassatie verwerpen of vernietigen. Bij vernietiging kan de Hoge Raad de zaak terugverwijzen naar de rechtbank of het gerechtshof. Waar de zaak opnieuw behandeld zal worden nu wordt er wel weer gekeken naar de feiten. De Hoge Raad kan ook zelf met een uitspraak komen die bindend is omdat er verder geen andere rechtsmiddelen meer zijn in Nederland.

Conclusie:

Een eiser in een rechtszaak kan het met de uitspraak van de rechter eens of oneens zijn. De eiser kan opnieuw de zaak voor laten komen bij het gerechtshof (hoger beroep) en later nogmaals bij de Hoge Raad (cassatie). Elke keer wordt er een nieuw dagvaarding uitgeschreven voor de gedaagde. De Hoge Raad kan zelf een uitspraak doen of de zaak terugverwijzen naar de rechtbank of het hof. Hier zal de zak nogmaals worden bekeken en opnieuw worden uitgesproken. Het is dan mogelijk om daarna weer in hoger beroep of cassatie te gaan. Daar kan het soms zolang duren voordat een zaak echt is afgehandeld.