×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Een eindeloze reis naar ergens - Stap 117

Een eindeloze reis naar ergens - Stap 117


Vluchten kan niet meer, U zou niet weten hoe.  

U zit zo vast in uw huidige situatie dat u geen mogelijkheid ziet nog uit te breken  om die verstikkende sleur, die u al jaren lang dag in dag uit doorleeft ver achter u te laten en deze te verruilen voor een leven van dag tot dag waarin niks zeker is.

Maar hoe dan ook u ontkomt niet aan dat wat u te wachten staat.

Ik durf het je niet te zegen. De man is diep van binnen een goed mens met een zwaar verleden. Dat draagt hij mee en laat hem in zijn dagelijks leven dingen doen die hem niet passen. Alleen verwacht ik niet van een man, die ik als verstandig beschouw, dat hij zich zou laten paaien door een vrouw, die ook nog eens zijn gevangene is.

Van die ezels van soldaten valt dat te verwachten, maar hij moet toch door die façade heen zien. Ik kan me niet voorstellen dat ik hem dusdanig verkeerd heb ingeschat. Nee hij speelt het spelletje mee, gebruikt haar om de eenzaamheid, die in hem huist, tijdelijk te verdrijven. Hij zal haar weggooien zodra hij antwoord heeft van zijn bode.

Hopelijk biedt dit haar genoeg tijd om ons onze vrijheid terug te geven. Wij zijn tenslotte de bergen uit en zouden een ontsnappingspoging kunnen wagen. Al is vier tegen dertig een situatie die ik liever anders zie, het is een kans. En een betere kans verwacht ik niet te krijgen. Ik verwacht dat de bode binnenkort Rash bereikt en schat dat we nog een dag of vier, als we geluk hebben vijf hebben.”

Die nacht sliep ik niet goed. Mijn gedachten waren bij Cabilah, wat was deze jonge vrouw van plan en hoeveel van haar plan had Reiko door. Het bevreemde me dat ik beide hoger had ingeschat dan het spelen van een spelletje waar de uitkomst van tevoren al van vaststaat.

Maar vleselijke lust was een doorslaggevende factor, één waar beide mogelijk aan toe gegeven hadden. Reiko was een knappe man, breed geschouderd, lang, een goed gezicht, donkere ogen en half lange haar met een lichte slag. Elke jonge vrouw zou voor dit type man vallen. Als niet om het uiterlijk dan was het alleen al om het verdriet dat onder de oppervlakte lag en ergens in zijn blik naar buiten probeerde te komen, terwijl zijn opgeworpen verdediging dit probeerde te voorkomen.

Ik liet de gedachte los. Ik kon er geen wijs uit, behalve dat het spelletje van afzondering en nu deze romance met Cabilah, mij wel degelijk van mijn stuk bracht. Wat dat betreft moest ik de man het nagegeven dat hij het spel erg geraffineerd  en doordacht wist te spelen. Ik kon niet anders zeggen dan dat de sluwheid waarmee wij langzaam uit elkaar gedreven en tegen elkaar opgezet werden van een niveau was dat ik niet veel vaker was tegen gekomen. Ik sloot voor de zoveelste keer deze nacht mijn ogen en deze keer eindelijk met succes.

We lieten de bergen steeds verder achter ons, na eerst een periode een zanderige vlakte met wat dorre gewassen doorkruist te hebben zijn we nu in een prachtig gebied terecht gekomen. Het terrein was wat heuvelachtig, met hier en daar grijze rotsblokken, begroeid door steeneiken en grassoorten die ik nooit eerder had gezien. Lang gras, maar niet droog. Bomen met kleine groene vruchten rezen links en rechts van ons ten hemel en werden gezelschap gehouden door struiken met een prachtig witte bloesem.

Naarmate we verder reisden werd de grasvlakte meer en meer gesierd door loofbomen, die steeds vaker en in steeds groter wordende groepen invulling gaven aan het landschap. Zouden we binnenkort een dorp naderen of een nederzetting? Ik was nieuwsgierig hoe de samenleving hier zou zijn. Aangezien ik verwachte dat als de Sikh zijn klauwen al voorbij de bergen heeft uitgestrekt dit gebied hem al geruime tijd moest toebehoren.

Hoe zou een wereld onder zijn leiding er uit zien, het was een vraag waar ik geen antwoord op had. Maar mijn nieuwsgierigheid had al vele mogelijkheden voorgesteld. Doch geen van deze opties kwam in de buurt van de vrijheid en gelijkheid die ik gewend was thuis. Thuis, het leek zo ver weg en zolang geleden. Niemand van mijn stam was ooit zover gereisd en mocht ik terugkeren zouden mijn verhalen vele winters lang de oren aan het kampvuur doen verhitten. Als ik terug zou keren.

Ik was vertrokken zonder daar bij stil te willen staan. Altijd had ik in mijn achterhoofd het idee gehouden op een dag terug te keren. Maar nu begon ik te twijfelen of ik mijn dorp nog terug zou zien. Blijkbaar merkte Numico dat ik uit mijn kracht was, hij reed naast me en fluisterde slechts een woord `Kern'.

 

Ga naar deel 118 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Wordt Yoors lid




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties