Een eindeloze reis naar ergens - Stap 153


"Zet een kaars voor je raam vannach, zodat ik weet dat je op me wacht."

Bent u ook weleens zo eenzaam geweest dat u een totale vreemde uw huis binnen laat, levensverhalen met hem of haar deelt. alvorens ook uw lichaam bloot te stellen aan dit zojuist verworven gezelschap. 

Klik of eenzaamheid? Wat drijft een mens tot zulke spontane ontmoetingen? En wat als u zo juist de verkeerde hebt binnen gelaten lezer..........


 

We zagen Dadrie geruime tijd niet, toen verscheen er een ruiter op het meest oostelijke pad. Dat zou Dadrie moeten zijn. De manier waarop hij reed had iets majestueus. Het was alsof hij er mee zei;  `Wee diegene die mij stopt of lastig valt´.

Ik was blij te zien dat hij zichzelf weer aan het terugvinden was en vroeg me of wat de reactie van zijn vriend zou zijn. Ze hadden elkaar al ruim twee jaar niet gezien.

De tijd bleek geen belemmering te zijn  voor beide om de armen om de ander zijn schouder te slaan en elkaar geruime tijd niet meer los te laten. Dit waren de laatste beelden, toen sloot de deur zich.

Het was zo goed als donker en ik verwachtte dat  het licht in huis elk moment ontstoken zou worden. Lang hoefde ik dan ook niet te wachten, een groot raam aan de voorzijde werd al gauw verlicht en ik zag heel even iets dat leek op twee schaduwen, meer kon ik niet ontwaren. Na lang staren gaf ik het op, het was beter Numico te helpen het kamp op te zetten. Het zou in ieder geval meer opleveren.

Na het eten hield ik, onder enkele huiden, de wacht op de rand van de afgrond. Het duurde me veel te lang en tot tweemaal toe was ik in slaap gevallen. Gelukkig ontwaakte ik beide keren om te zien dat het licht in de grote ruimte nog steeds brandde.

Even na mijn tweede keer ontwaken doofde het, om vervolgens op de boven verdieping aan te gaan. Er waren twee ramen verlicht op de tweede etage met één onverlicht ramen ertussenin. Dit werd een klein probleem, althans risico. Want als ik dadelijk de fakkel zou ontsteken zou de ander hem mogelijk ook zien vanuit zijn raam. Gelukkig had Dadrie hier ook aan gedacht en duurde het nog een eeuwigheid voordat bij het meest rechter raam een kaars werd ontstoken.

Ik rende naar het vuur toe, waar onze fakkel lag de smeerde de top in met wat olie en ontstak hem. Daarna ging ik terug naar de rand en hief fakkel. De kaars werd gedoofd en ik keerde terug naar het kamp. In gedachte wenste ik Dadrie succes, alvorens ik onder mijn dierenhuiden kroop.

In de dagen die volgden speelde Numico en ik veel Kash, terwijl Cabilah zingend op een rots aan de afgrond zat, ze streelde Monta en hield het huis continu in de gaten. We hadden beide al aangeboden haar af te lossen, maar ze wou niet van haar plek wijken. Zolang als het licht was hield ze het huis in het oog. Na de tweede dag wist ze al hoe laat wie waar aan het werk was en wanneer ze zouden vertrekken.

Ze dacht overal aan en zag alles. Het drong vrij snel tot me door dat ze dit deed om in geval van nood Dadrie te kunnen bereiken. Om hem ongezien te bevrijden, of in ieder geval de logistiek van het terrein te kennen om ongezien bij het huis te kunnen komen. Of dat mogelijk zou zijn in een dergelijke situatie betwijfelde ik, maar Cabilah tegenhouden zou een behoorlijke klus worden.

 

Ga naar deel 154 van dit online feuilleton. Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". 
Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

 
 


Beloon de maker en jezelf

Wordt Yoors lid!