×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Een Eindeloze reis naar Ergens - Stap 155

Een Eindeloze reis naar Ergens - Stap 155


Zoals u merkt lezer vliegen de clichés u om de oren, maar is het leven niet één groot cliché. Een grote overbekende waarheid, zoals De Dikke Van Dale ons verteld. Of nog beter uit die zelfde bron, het leven is letterlijk één grote "Dooddoener."

Uiteindelijk willen we allemaal terug naar de bron, terug naar daar waar we ooit uit ontsprongen zijn. `Ik kruip de baarmoeder weer in,´ zoals Harry Slinger(Drukwerk) in het lied ´De Jas´ zingt.

Die veilige haven, de vuurtoren van thuis, die u als een baken door het leven loodst.

(leest u liever deel 1 eerst klik hier)

 

"Mijn broer maakt zich geen zorgen, maar ik wel. Dus de afspraak is als volgt, als Kreytu morgen terugkeert, zou het maximaal drie dagen duren voor de versterking arriveert. Als er na drie dagen niks gebeurt is stelt hij Kreytu op de hoogte van zijn werkelijke doel. Het kan goed zijn dat hij Dadrie er dan uit gooit, maar als hij hem nu niet verraad is de kans klein dat hij dat dan wel zou doen."

Toen haalde ze een tas van haar schouder, ze opende hem en de geur van eten steeg direct op uit de leren tas, “Als jullie snel zijn is het nog warm.”

Alleen de geur al deed me likkebaarden. In tijden, eigenlijk sinds de vrouw van Kosa voor ons gekookt had, had ik niet zoiets verrukkelijks geroken. De geur van de stoofpot deed mijn maag bulderen en ik wist niet hoe snel ik mijn houten nap tevoorschijn moest halen.

Zelfs Numico, die normaal geen vlees at, liet zijn principes voor eenmaal vieren en viel aan. Binnen enkele minuten was de pot uitgeschraapt en uit gelikt. Er was geen spoor meer te bekennen van de inhoud, als die er ooit al geweest was.

“Nou die Kreytu zal ons wel goed gezind moeten zijn, want ik zal hem nimmer kunnen vergeven mij dit soort eten te ontzeggen,” smaalde ik, terwijl ik over mijn buik wreef, die ondanks de kou lekker warm aanvoelde. Numico knikte instemmend.

“Ik dacht wel dat jullie het lekker zouden vinden,” sprak Cabilah als een moeder tegen haar kinderen, om vervolgens snel van toon te veranderen  en serieus verder te gaan. “De afspraak is dat wij de derde dag, even voor dat de maan het hoogste punt bereikt, naar het huis toekomen. De meeste bediende slapen dan al. We laten de paarden achter voor de stallen en zoeken de kamer waar Dadrie zich bevind. Dan doet Numico de roep van de uil als teken dat we gearriveerd zijn. Dat is voor Dadrie het teken de waarheid te vertellen. Zo kunnen wij getuigen zijn van Kreytu´s reactie en als het nodig is ingrijpen. Dadrie was het hier in eerste instantie niet mee eens, maar ik heb hem weten te overtuigen.” 

Ik keek naar Numico en dacht aan het voorval vanmiddag:”En we weten allemaal hoe overtuigend jij kan zijn Cabilah.” Haar ogen klaarde op en een glimlach verscheen, toch bleef die bezorgdheid om haar broer als een schaduw om haar heen dansen. Wat ook niet gek is besef ik me. Dadrie is het enige wat ze nog heeft en ze heeft hem pas net terug. Nu kan ze niks doen dan wachten terwijl hij mogelijk gevaar loopt.

Hoewel ik de afgelopen tijd ook vaak heb moeten wachten was ik nog immer geen geduldig man geworden. Mijn geduld werd afgelopen tijd dusdanig getest en getergd dat ik er de zenuwen van kreeg. De omgeving bood geen afleiding, zodat ik genoodzaakt was te overdenken en mezelf te zien voor wie ik nu was.

De lange tocht had me gevoeliger gemaakt, niet zo zeer voor de dingen als kennis en natuur, die me al sinds mijn jeugd verwarmde. Mijn hart was open gegaan voor mensen, deze mensen. Ze waren sinds het wegvallen van mijn moeder de enige geweest om wie ik echt gegeven had.

In alle voorafgaande jaren was ik afgesloten geweest voor liefde. Geen liefde voor mensen om me heen betekende geen liefde voor mij. Dat beschermde mij tegen de pijn, die het verliezen van een geliefde deed. En mijn zijn koos ervoor op jonge leeftijd zich te beschermen en die bescherming heb ik tot voorkort meegetorst.

Het voelen beangstigd me, we kwamen nou niet in de meest veilige situaties terecht. Het verlies van Retsj was daar een duidelijk voorbeeld van. Maar zijn dood heeft me niet mijn hart doen sluiten. Zijn dood zorgde ervoor dat ik juist mijn armen uitstrekte om degene die ik lief heb te troosten, ik wist wat verdriet was.

Met een geopend hart en open ogen trad ik de wereld tegemoet. Ik voelde me sterker, groter dan voorheen en toch verlangde ik terug naar de geborgenheid van het dorp. Daar was uiteindelijk mijn plaats. Met hernieuwende krachten en kennis zou ik de nieuwe generatie klaar stomen voor een toekomst die minder afgesloten zou zijn dan die van hun ouders en voorouders.

Daar zou ik een weg vrij maken die de tradities en waarde van de stam zou bewaren, ondanks dat we nu deel werden van een veel groter geheel. Na alles wat ik gezien had, verlangde ik terug naar waar ik vandaan kwam. Hoe lang zou het nog duren alvorens ik weer aan het water zal zitten, om daar mijn meditaties te doen. En toen bekroop die twijfel me weer, zouden we ooit allemaal thuis geraken?

 

Ga naar deel 156 van dit online feuilleton. Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog". 
Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

 
 


Beloon de maker en jezelf

Wordt Yoors lid!

 



expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties