Een eindeloze reis naar ergens - Stap 192


Eerlijk, het leven is niet eerlijk. 

Vertel mij niet dat u dat nog niet wist. De mens is niet eerlijk, de wereld niet eerlijk, het leven eender. 

Ligt uw lot vast, verankerd aan de weg die u dient te gaan? En wanneer u struikelt en de weg kwijt raakt. Is dat het moment waarop uw zorgvuldig gebouwde kaartenhuis instort? 

Of stond dat huis van het prille begin, wanneer u uw vleselijke behuizing betrok, al op instorten. Het leven is een spel en daarom nooit of  te nimmer eerlijk.

(leest u liever deel 1 eerst klik hier)

Ze toonde me hoe ze de toekomst al had gezien. Ik zag beelden van het rijk waarin de verbroedering zou vloeien. Een tijd waarin ze samen met de Sikh liefde en betrokkenheid zouden verspreiden onder hen die in angst leefde en hen die de angst zaaide. Ze had een wereld gewenst waarin iedereen vervulling vond in naastenliefde en niemand buiten zijn wil, of schuld om, zou worden buitengesloten.

Ik hoorde haar stem. "Ik weet dat het erg idealistisch was, maar een begin, een verbetering, een stap naar een algehele gelijkheid was al zo veel geweest. Maar al mijn wensen zullen dadelijk in vlammen op gaan."

Haar gedachten kwamen van alle kanten op mij af, soms gesproken soms beleefde ik ze werkelijk. “Ik zal mijn leven geven als het nodig is om je wensen uit te doen komen. Ik weet niet of ik er zal zijn om ze uit te zien komen, maar ik zal in jouw naam de ondergrondse beweging, die wij vanmiddag in gang hebben gezet, leiden. Ik zal haar grootbrengen tot ze volgroeid is tot een volwassen partij die niet te stuiten is.” 

Een warme gloed vulde haar lichaam en ondanks dat ik zag dat ze inmiddels de fakkels al hadden aangestoken kwam deze warmte van binnenuit. Terwijl de soldaten naderde, de fakkels in de hand, herinnerde ik me wat ik de vorige nacht geschreven had.

De onmacht in mij groeit,

De nacht, mijn eenzame hart,

Dat overdag bloeit,

Door duisternis verstart

Ze zal niet meer mij behoren,

Ze zal voorgoed leeg zijn,

Mij vervullen van haar pijn.

Jouw geest bedrijft de liefde

Jouw ziel behoort mij toe

Hij die jou niet beliefde

Bezit wat ik niet doe

Terwijl de vlammen om haar benen sloegen, haar zwarte gewaad aanvraten bleef ik de woorden herhalen. De zachte tonen, het harmonische metrum, of mijn wens, iets werkte. Want inmiddels reikte de vlammen reeds tot haar middel, maar we voelde enkel hun warmte en geen pijn. We werden één met de warmte en ik bleef de woorden herhalen. Ik voelde haar langzaam wegzakken, terwijl de vlammen haar benen braden. Ze voelde niks meer, ze zakte weg. Ik bemerkte hoe ze zonder enige aanwijzing plots het lichaam verlaten had. Het lege omhulsel achterlatend in de alles verterende vlammen.

Met een enorme kracht werd ik teruggetrokken in mijn lichaam, vele malen sneller dan de eerste keer. Ik was terug in de kamer, die ik blijkbaar nooit verlaten had. Het verdriet dat me eerder deze avond zo zwaar viel was verdwenen. Het deed me pijn te weten dat ik deze vrouw nooit meer in de ogen zou kunnen kijken, maar wat wij gedeeld hadden, delen er maar heel weinig. Een mens sterft normaal alleen.

Ik probeerde op te staan, wankelde, greep me vast aan één van de zetels om niet om te vallen. Mijn lichaam was zwak, uitgeput. Ik sleepte mezelf met moeite naar het bed om veel te snel weer wakker te worden.

Blijkbaar wou de Sikh dat we eerder vertrokken. Het was mij best. onze rollen hier in het paleis waren uitgespeeld, slechts voor Numico en Sion hoopte ik op een wonder. Langzaam kwam ik het bed uit, de kleren van de vorige dag nog aan mijn lijf. Voor dat ik goed en wel stond werd er wederom op de deur gebonsd. Met enkele passen was ik bij de klink, toen ik hem opende was het wederom de jonge soldaat. Hij snelde binnen, sloot de deur achter zich en sprak. “Heer.”

“Noem me Martio en hoe mag ik jouw noemen?”

“Mijn naam zeg ik liever niet maar mocht u me ooit nodig hebben, laat een boodschap achter bij het drinkhuis in Nagisi voor de Nachtegaal. Maar daar kom ik niet voor. De Sikh, de Sikh hij is ... hij is dood.”

“Dood, je bedoeld vermoord?”

“Nee, althans men denkt van niet, vanmorgen toen zijn dienstmeid hem wou wekken en de deuren opende vond ze hem liggend op de vloer badend in een plas bloed. U kunt zich voorstellen wat een schok dat voor haar was, ze gilde uit paniek. Sions kamer is tegenover die van haar ouders en deze werd opgeschrokken door de gil. Zij stormde de kamer binnen, zag haar vader met een dolk diep in zijn borst gedreven en met twee handen omklemd.

U moet weten dat zij nog niet op de hoogte was van haar moeders dood, ze was zo geschrokken dat ze plaats nam aan haar vaders schrijftafel. Die vol lag met vellen rijstpapier, waarmee ook de vloer bezaaid was. Allemaal bevatten ze dezelfde tekst.”

Ga naar deel 193 van dit online feuilleton.                                                                                                                                         

Het verhaal is gebaseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen voor meer achtergronden zie "Waarom ik mijn boek blog".  

Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier

Onder de foto staat een link naar het volgende deel (indien het reeds uit is).