Een eindeloze reis naar ergens - Stap 54


Durft u een leven te nemen? Iemand te verwonden als het er op aankomt? Of draait u de andere wang toe en accepteert u de pijn? Wanneer is geweld noodweer en wanneer is het excessief? 

Zegt uw verstand ook het één, terwijl u weet dat als het er werkelijk op aankomt, dat wanneer iemand aan uw geliefde of kinderen komt, u het hoofd van een romp durft te scheiden?

(Vanaf nu bevat het intro van elke stap een link in blauw naar een toepasselijk nummer. Een soort mini soundtrack)

De vuurmonsters hebben de heer van het woud tot op enkele meters genaderd, wanneer één van hen hem ontdekt. Hij roept iets in een onverstaanbare dialect, allen komen ze naar de plek waar de enorme man ligt. Door de vlammen zie ik pas goed hoe groot hij is. Niks vreemd dat ik zijn arm als boomstam aanzag, denk ik.

Voorzichtig komen ze dichterbij, alsof ze bang zijn hem te naderen. Dan komt de reus overeind. Zijn gezicht is een grimas, maar hij staat en gromt. Zijn stem buldert en de vuurmonsters krimpen ineen, maar hun gezichten vertrekken geen spier. Dan zorgt een van de fakkels ervoor dat ik een gezicht goed kan zien. Ze dragen geverfde kappen. Vandaar dat hun nek niet zichtbaar was.

Bekomen van de schrik grijpen ze naar hun rug. Zwaarden en bijlen komen tevoorschijn. Dan klinkt er weer het geluid als van een uil. De woudreus heft zijn arm en wijst naar een van zijn belagers. Ter plekke krimpt deze in één en stort ter aarde. Dan wijst hij een volgende aan, die hetzelfde lot ondergaat.

Geschrokken reageren de vuurmonsters. Een enorme chaotisch geschreeuw verdringt de stilte. Wanneer de heer van het woud zijn arm voor de derde maal opheft zijn enkel nog de ruggen zichtbaar. Deze verwijderen zich in hoog tempo van de plek des onheils. De twee gewonden worden meegesleept op een wijze die ze nog lang zal heugen. Aan armen en benen worden ze voortgetrokken, om maar zo snel mogelijk aan de toorn van de heer van het woud te ontkomen.

De vlammen schieten het bos door, ze zijn al heel gauw uit het zicht verdwenen. Dan pas voegen wij ons weer bij de gehavende gigant. Het had weinig gescheeld of ze hadden hem te pakken gekregen. “Dat was een snelle improvisatie meester, ehh Mart,” zegt Numico terwijl zijn ogen naar mijn boog afglijden.

Het zweet staat op mijn handen van de spanning als ik mijn boog weer over mijn schouder hang. Nog voor dat ik kan reageren gromt de heer van het woud. Het geluid doet me rillen en de haren over heel mijn lichaam kruipen overeind. Ik deins terug. Hebben we er wel goed aan gedaan hem te redden. Waren de vuurmonsters niet slachtoffer van zijn immense kracht geworden? Probeerde ze hem daarom te vernietigen?

Dan hoor ik de geruststellende stem van Numico. “Vrees niet Martio, zijn wonden pijnigen hem. Deze kwelling doet hem grommen, maar wees gerust hij is ons oneindig dankbaar." Ik hoor dat ze weer in dat gekke taaltje praten en besluit ondanks Nurnico's vertrouwen toch enige afstand te bewaren.

Nu dat de ergste angst verdwenen is kan ik weer rustig denken. Het was mogelijk geweest de vuurmonsters te doden, nu heb ik slechts pijlen in hun knie geschoten om ze af te schrikken. Wat als het moment komt waarop ik zal moeten doden? Zal ik daar dan toe bereid zijn? 

Het is ons niet verboden, maar slechts een enkeling heeft ooit eerder het leven van een ander mens genomen. Enkel omdat hij geen keus had. Het dringt tot me door dat ik deze reis ook in situaties terecht kan komen, die van mij eisen een ander mens van zijn leven te beroven om het mijne te redden. Het nemen van een ander leven is een verantwoording waar ik vroeger niets mee te maken wilde hebben.

Maar nu? Nu de kans dat het me overkomt reëel wordt. Nu ik zie hoe makkelijk ik mensen durf te verwonden, verwacht ik op het moment suprême bereid te zijn te doen wat nodig is. 

Voorheen had ik altijd gedacht me vrijwillig te laten doden. Niet uit angst voor de confrontatie, maar omdat elk leven even veel waard was. Ook dat van hem, die mij naar het leven staat. Ook hij heeft het recht tot leven. Het zou niet aan mij zijn hem dat af te nemen. Liever zou ik mijn eigen leven laten dan het zijne te nemen.

Zou het Numico zijn? Is het de verantwoordelijkheid die ik voel om ook hem te beschermen, die mij veranderd heeft. Zou ik meer waarde zijn gaan hechten aan dit lichamelijke omhulsel, dat noodzakelijk is voor de periode die wij op deze wereld doorbrengen. Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik tot de conclusie kom dat ik het leven steeds waardevoller ben gaan vinden.

Het opgesloten verdriet, de afgeslotenheid van de wereld, waar ik zolang in verkeerd heb. Het lijkt wel alsof ze langzaam maar zeker af te brokkelen. Zou dat ervoor zorgen dat ik nu mezelf het waard vind om te blijven leven. Voorheen was ik altijd zo trots op de hoge mate van pacifisme, die ik voorstond. 

Mijn leven zou ik geven als ik moest, want een leven nemen was iets wat enkel de groten mochten. Nu pas geloof ik dat het mijn angst om te leven was, die mij deze keuze liet maken. Het zou een legitieme reden zijn dit leven, waar ik onbewust bang voor was, te verlaten op een naar ik dacht eervolle manier. Nu pas realiseer ik me hoe bang ik was, bang om alles te moeten voelen. Bang om de pijn te voelen, die diep in mijn hart opgesloten lag.

 

Ga naar deel 55 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen.Voor het volgende deel klik hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help

Klik hieronder voor uw mijlpalen:


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid