Een eindeloze reis naar ergens - Stap 68


Na 68 stappen op deze eindeloze reis kom ik nu oog in oog met de bevestiging van mijn visioen. Ik ben mijn reis  begonnen puur op gevoel. En nu lezer, ziet u dat ik misschien toch niet voor niets vertrokken ben. Waarvoor we dan wel op reis zijn, Excuses lezer, ik heb geen idee. Enkel dat elke vezel in mij nu nog sterker weet dat deze reis pure noodzaak is.

Numico en Retsj houden het voor gezien en vertrekken richting de stallen, voor de laatste keer. Nog steeds niet helemaal los van dat rare gevoel besluit ik nog een drankje met onze gastheer te nuttigen al vorens ik ook naar mijn slaapplaats keer.

Kosa schenkt ons beide in en gaat zitten. “Martio,' spreekt hij. Zijn ogen kijken me aan en er gaat een bepaalde rust van uit. “Jullie zijn verantwoordelijk voor meer dan alleen de boerderij, ook de nieuwe intentie waarmee ik het leven door ga. De gezondheid van mijn lastdier en natuurlijk die van mijn vrouw. Hiervoor zal ik jullie rijkelijk belonen, want dit zijn zaken die een beloning verdienen.

Voor jullie trouw en vriendschap kan ik jullie niet in materiële zin bedanken. Dat zou nimmer gelijk zijn aan iets wat ik mee kan geven. Alles zou een belediging zijn ten aanzien van onze band. Wat ik je wel mee kan geven is het volgende, het is niet veel, maar mogelijk zal het jullie helpen.

Jullie zijn opzoek naar hen die jullie dorp verwoest hebben. Dan moeten jullie van ver komen, want het verhaal en de omschrijvingen die jij me gaf voldoen niet aan iets in weide omtrek. Toch denk ik jullie te kunnen helpen.

Drie winters geleden reisde ik nog veel rond om mijn koopwaar op verschillende plaatsen te slijten. Mijn handel in die tijd bestond vooral uit snuisterijen, mijn broer zorgde voor het land hier. Mijn broer overleed die winter en ik moest naar huis om de zaken over te nemen. Nadat een bode, gestuurd door mijn vrouw, mij bereikt had reisde ik dag en nacht om thuis te komen.

De vermoeidheid werd me te veel en ik viel inslaap gezeten op mijn paard. Dat paarde begon stuurloos te dwalen. Toen ik uren later wakker werd had ik geen idee waar ik was. De zon was nog niet op en de bewolking maakte het me onmogelijk mijn positie te bepalen.

Het enige wat ik kon doen was het hoogste punt zoeken om van daaruit zicht te krijgen op de omgeving. Vroeg in de morgen kwam ik boven aan een smalle richel. Het bleek de kam van een berg en het eerste licht verdrong de duisternis. Het was nog dagen reizen naar huis en dat zou in zuidelijke richting zijn. Beneden mij zag ik een pas, die mij naar het zuiden zou voeren.

Ik begon me al op te maken voor de afdaling, zodat ik mijn reis kon vervolgen. Maar toen ik mijn paard besteeg zag ik in het noordoosten, wat geheel niet de kant was die ik op moest een enorme rookpluim opdoemen.

Het was vreemd en de rook stak gelig af tegen het grijs van de ochtendschemering. Mijn eerste ingeving was er geen aandacht aan te besteden, maar in mij gedachten begon het te spoken.

Mogelijk was mijn hulp nodig, mogelijk zou ik een leven kunnen redden. Ik dirigeerde mijn paard uiteindelijk toch in de richting van de rookpluim in de hoop van enige betekenis te kunnen zijn. Uiteindelijk kwam ik aan op de plaats waar de pluimen ontstaan waren.

Smeulende resten van wat ooit een nederzetting geweest was gloeide nog na in het ochtendgloren. Overal lagen lichamen, op brute wijze vermoord man, vrouw en kind er was geen onderscheid allen waren slachtoffer. Mogelijk waren er ook enkele ontsnapt, want op mijn rit hier naar toe vond ik enkele sporen die richting het noorden gingen.

Het gehele dorp bevatte geen levende ziel, zelfs geen dieren. Allen achterblijvers leken afkomstig van dezelfde stam aan de kleren en haardracht te zien. Op één na. Hij was gehuld in zwart, en had dit embleem op zijn schouder.” Kosa liep naar de schouw verwijderde twee stenen stak zijn hand in een donker gat en haalde de gouden bloem met zwarte parel te voorschijn.

“Ik doorzocht zijn kleding op aanwijzingen,” ging hij verder, “maar hij bleek niks te bezitten. Niks dan dit,” met zijn andere hand haalde hij enkelen beschreven perkamenten te voorschijn.

“Het is in een taal die zij die lezen en schrijven kunnen niet kennen. Mogelijk heeft het allemaal niks te betekenen en niks te maken met hen die jullie zoeken, maar iets in me zegt dat ik deze zaken meegenomen heb en veilig bewaard heb om ze nu aan jullie af te staan. Als je er denkt wat aan te hebben zijn ze van jou, als dank voor jullie vriendschap.” Ik was met stomheid geslagen alsof een droom werkelijkheid werd.

Ga naar deel 69 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor het volgende deel klik hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid