Een eindeloze reis naar ergens - Stap 75


Soms lezer, zie je iets voor je ogen gebeuren, waarvan je weet dat het niet goed zit, zeg maar gerust fout. Maar de actie die je waarneemt is net te onschuldig of te vluchtig om werkelijk in te kunnen grijpen. Het ziet er uit als op het randje, maar uw gevoel verteld u dat dit uw aandacht vereist. Hou het in de gaten lezer, wij mensen pikken veel meer op dan dat wat onze ogen zien.

Ze zakt in elkaar om binnen enkele seconden haar positieven te hervinden. Ze rukt zich los uit de greep van de woudreus. De situatie laat weinig te raden over, toch lijkt me beleefdheid op zijn plaats en dus vraag ik; "Wij hoorden gegil en vroegen ons af of er iemand in nood is, blijkbaar is dat ook min of meer zo. Zou ik mogen vragen of één van u beide mij uit kan leggen wat hier gaande is?”

“Dat mag je niet, opgehoepeld dit is een privé kwestie.” Bijt de man ons toe. Ik kijk naar de jonge vrouw, ze trilt nog na van de schrik. Ze kijkt om zich heen, nieuwsgierig naar dit vreemde gezelschap wat toegesneld kwam op haar kreten. De blik in haar ogen verandert al snel van angstig naar iets dat neigt naar vertrouwen. Ze kijkt naar de man en dan terug naar het gezelschap.

“Mijn oom was kwaad vanwege de waterkruik, die ik gebroken heb, maar ik denk dat uw bezoek hem wel heeft doen afkoelen.” Ze draait zich om naar Retsj “Bedankt,” ze kijkt hem recht in zijn oog.

De man in de deuropening kan haar gezicht niet zien. Ik daarentegen zie haar lippen iets fluisteren alvorens ze zich omdraait en terug naar de blokhut loopt. “Zo makkelijk kom je er volgende keer niet vanaf,” horen we de man nog roepen, terwijl hij de deur dicht smijt.

Beduusd kijk ik naar mijn gezellen, Numico ziet bleek. “Alles goed jongen?” Vraag ik. “Dat.. dat meisje... dat was dat meisje.” Stamelt hij. “Dat meisje uit je dromen,” reageer ik opgewonden. “Nee, dat meisje .. die met die stem.”

Enkele seconden nadat de deur dichtsloeg begon de hemel te huilen, eerst vielen er kleine druppels, maar binnen een mum van tijd waren het echte tranen, die in grote getale neer daalde.

Aan de overzijde van de hut, langs de omheining, zie ik een houten schot. Als het is wat ik denk dan is het mogelijk ook in bezit van een afdak. Snel loop ik erheen. Mijn veronderstelling blijkt juist, maar om zeker te zijn dat we niet gezien worden loop ik nog even door. Als de bomen ons aan het zicht onttrokken hebben wijs ik naar het afdak, waar bergen hout onder te drogen liggen.

“Voorzichtig, misschien houdt hij ons nog in de gaten. Het was duidelijk dat hij niet blij was met onze komst. Ik kan me dus goed voorstellen dat hij zeker wil zijn dat we vertrekken. Maar deze regen zal ons doorweken voor de duisternis neerdaalt. Het is beter hier te wachten.”

"Dat is het zeker,” bromt Retsjmana. Pas dan denk ik weer aan de gefluisterde woorden. “Één voor één en blijf uit het zicht van dat raam," fluister ik. Onder de overkapping aangekomen kijk ik Retsj aan. “Ze zei help me vannacht," zegt hij, zonder dat ik iets vraag. Mijn ogen kijken vragend.

“Ik had het idee dat ze ons niet nodig had, zo snel als ze naar hem terug ging.” "Dat klopt,” antwoordt Numico, “maar dat kan ook iets anders betekenen. Ze is bang voor hem, ze wil zichzelf beschermen. Als ze hem nu had uitgedaagd en wij haar niet zouden beschermen, wat dan? Ze kon het risico niet nemen.”

Even denk ik na en besef me dat ik me weer heb laten beet nemen door mijn ogen. Wat ben ik oppervlakkig, dat zo'n jongen meer uit dat plaatje haalt dan ik. Dan besef ik me dat Numico geen jongen is als elk ander. Maar toch zou ik me meer moeten toeleggen op een breder beeld te krijgen van dingen en me niet laten lijden door dat wat overduidelijk is.

“Waarvoor zou ze onze hulp nodig hebben, ze kan niet van ons verwachten dat wij die man ombrengen. Daarnaast is het maar de vraag of ze daarmee geholpen zou zijn. Wat kunnen wij voor haar doen?” Vraag ik.

“Ik heb geen idee, we kunnen haar moeilijk vragen met ons mee te reizen. De gevaren waar we haar dan aan bloot stellen zullen vele malen groter zijn dan de bullebak, die haar nu gezelschap houdt. Misschien kunnen we haar naar familie brengen als het ons niet te ver van de route afbrengt.”

Ik knik. “Mannen ze heeft ons hard nodig, haar ogen keken recht in de mijne en nog nooit heb ik iemand zonder angst in mijn ogen zien kijken, behalve dan de vrouw die mij gebaard heeft. Haar ogen waren niet bang, nog niet eens geschrokken. Deze jonge vrouw is niet snel bang, ook niet voor de man bij wie ze verblijft. Maar ze is niet instaat zich los te maken van hem. Iets houdt haar tegen. Dat voelde ik.”

“We blijven vannacht hier en we wachten. Laten we proberen wat te rusten, we hebben geen idee wat deze nacht ons zal brengen,” stel ik voor.

We verschoven het hout, zodat we alle drie ruimte hadden om tegen de achterwand te zitten. Dit betekende wel dat de benen van Retsj ruim een meter uitstaken. Dit merkte hij niet eens op. De woudman had nachten achtereen onder bomen geslapen, terwijl druppels hem van elk droog stukje stof beroofden. De vuurmensen hadden zijn hut meerdere malen afgebrand, dus die paar extra druppels deerden hem niet.

 

Ga naar deel 76 van dit dagelijkse feuilleton. Het verhaal is gebasseerd op regressietherapie, fantasie en levensvragen. Voor het volgende deel klik hier. Voor een overzicht van alle delen tot nu toe klik hier.

help


Beloon de maker en jezelf

Word Yoors lid