Het mysterie van het doosje (5): Het voorwerp uit het doosje


Het voorgaande deel:

Het eerste deel uit deze reeks:

Ik zie mijn inspanningen beloond worden om het doosje, dat ik achter het houten schot op de zolder van het sloophuis heb gevonden, te openen. Mijn vreugde hierover heeft echter nauwelijks de tijd om zich te ontladen, de opluchting vergaat snel. De schok die gepaard ging met het openvliegen van het dekseltje heeft namelijk het hele doosje in beweging gebracht.

Er zit een rond, glimmend voorwerp in het kistje, het zou van glas of metaal kunnen zijn. Het blijft er echter niet lang in zitten. Het voorwerp komt door de plotselinge schok al evenzeer in beweging. In een poging het voorwerp te behoeden voor een dramatische val grijp ik er met mijn vrije hand naar. Dat zou gewerkt hebben, als Jacco niet op exact hetzelfde moment tot dezelfde reddingsactie had besloten. Onze handen komen met elkaar in botsing net voordat ik mijn vingers rond het gladde, glimmende object kan sluiten.

Bij tennis wordt door middel van een keiharde service de bal met kracht over het net gewerkt. Hier gebeurt iets soortgelijks. De klap brengt het voorwerp in een stevige versnelling en het suist in de richting van het net. In ons geval, de vensterbank van het raam. 

Voor het raam van onze keet zitten luiken, bedoeld om nachtelijke onverlaten van onze werkspullen af te laten blijven. Er staan wel hekken om het terrein, maar je zou er versteld van staan hoe inventief de genoemde schavuiten kunnen zijn om dergelijke hindernissen te nemen. Luiken dus. Uiteraard zijn die dingen overdag geopend, zodat we tijdens onze pauzes ook binnen iets van het daglicht meekrijgen. De luiken worden doorgaans door de opzichter gesloten voor hij het terrein verlaat. Die opzichter ben ikzelf maar ik was zo in beslag genomen door het geheimzinnige kistje, dat ik aan heel die luiken nog niet gedacht had. In een flits van een seconde bedenk ik bij mezelf hoe jammer dat is, want stel je nou toch eens voor…

Verder denken lukt al niet meer. Het voorwerp mist de vensterbank met enkele centimeters. Helaas zit daarboven gewoon enkel glas – het heeft niet zoveel zin om een werkkeet die de hele dag open en dicht gaat met dubbel glas uit te rusten. Het enkele glas is geen partij voor het ontketende geweld. Met een akelig gerinkel versplintert de ruit waardoor het geheimzinnige voorwerp vrij baan krijgt om zijn eigen weg te kiezen.

Jacco en ik, op dit moment zijn we het hartgrondig met elkaar eens, en bezigen gelijktijdig ongeveer dezelfde klanken, die ik omwille van eventuele tere lezerszieltjes hier beter niet kan herhalen. Binnen enkele seconden staan we buiten. In het raam zit een mooi rond gat, op de grond liggen wat stukjes glas.

'Het moet dáár ergens naar toe zijn!' Jacco wijst, en ik kan niet anders dan hem gelijk geven.

'Wacht,' zeg ik, en ik haal een lange lat van de stapel sloophout, 'als ik die nou eens tegen het gat zet.'

'Goed idee. Dan kunnen we de baan van dat ding misschien bepalen.'

Van de eerdere rivaliteit is even geen sprake, we voelen dat we in deze speurtocht elkaar hard nodig hebben. Met de lat passen en meten we.

'Daar ergens.'

Jacco kijkt. 'Je hebt gelijk. Daar zit een kuiltje.'

Inderdaad, een kuiltje laat zien waar het voorwerp de grond heeft geraakt. Daar achter ligt een hele stapel stenen. We kijken elkaar aan. We weten wat ons te doen staat.

(c)2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay

Dit verhaal past in deze uitdaging, waar je de hele maand november aan kunt meedoen

Hoe gaat dit verhaal verder?