Jij boft toch maar


Wat gebeurt er hiervoor?

Zeer tevreden over het effect van zijn antwoord hapt agent Storm een enkel minuutje later in de dunne schuimkraag op zijn biertje. Heerlijk verkoelend, in ieder geval van binnen, en het smaakt overduidelijk naar meer.

'Doe er nog maar eentje,' en in afwachting van het volgende glas, dat bereidwillig door ome John wordt besteld, houdt hij het lege glas ter verkoeling tegen zijn vuurrode hoofd, 'o, wat is dit lekker!'

'Jij boft toch maar met zo'n toffe kerel als ome John,' prijst deze zichzelf, 'zo'n lekker glaasje is een mooi begin van een mooie avond, vanavond. Proost!'

'Proost!' Terwijl Storm het tweede glas aan de mond zet vraagt hij zich af wat ome John met die woorden bedoelt. Toch niet…? De opkomende gedachte schiet – letterlijk – in het verkeerde keelgat en een daverende hoestbui is het gevolg. Een hoestbui met gevolgen.


(c)2019 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Deze aflevering van het vervolgverhaal past in de 140-woorden-uitdaging van FrutselenindeMarge, deze maand gehost door Dewaputra:

140w juni zeemeermin

Kijk hier hoe je ook kunt meedoen!

Lees verder: