×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Solitaire_969, Deel 15.

Solitaire_969, Deel 15.


Een zonnige dag. Een haast gezellige drukte. De pieper ging af. Angelique zette haar koffie weg en keek op het kleinood. De receptie had gebeld. Ze liep naar het eerstvolgende telefoontoestel en belde meteen terug.

‘Angelique, met de trauma’, zei ze, gevolgd door ‘dat meen je niet. Ik kom er aan.’ Ze liep naar beneden en zag een behoorlijke menigte buiten staan, bij de hoofdingang van het ziekenhuis. Er heerste geschoktheid en paniek regeerde. Er werd geschreeuwd, er werd gehuild. Verbijsterd zag Angelique het aan. Ze duwde wat mensen opzij en kwam bij het stoffelijk overschot uit, van een man. Ze keek naar haar collega's.

‘Gesprongen’, zei je?’

Petra, haar collega gaf een knikje naar boven, ‘vanaf de derde.’

‘Mijn lieve hemel’, zei Angelique, ‘die ziet er uit. Politie al gebeld?’

‘Wordt geregeld.’

‘Leg dat doek er overheen en laat de beveiliging al die mensen wegsturen’, zei Angelique.

‘Heb je al onder zijn blouse gekeken?’ vroeg Petra aan Angelique. ‘Moet je eens doen.’

Angelique bukte naast het lichaam van de man en haalde de blouse weg. Ze keek verbaasd naar Petra. Op zijn rug stonden diepe bloederige krassen.

‘Alsof- ie was aangevallen door een roofdier.’

Boven die verwondingen stond een vreemd teken.

‘Dat lijkt wel gebrandmerkt’, zei Angelique.

‘Geen idee, raar teken, niet dan?’ vroeg Petra.

‘Ik heb ook geen idee’, mompelde Angelique en ze dekte de man zijn rug weer toe. Angelique en Petra legde een doek over het lichaam.

‘Wat nu?’ vroeg Petra.

‘Wachten op politie, meer kunnen we even niet doen, denk ik’, antwoordde Angelique. Ondertussen werd het meeste publiek verwijderd van de plaats van het ongeval.

‘Stuur je team naar binnen, Petra, blijf er zelf bij en vraag desnoods of die gastvrouw je bij zou willen staan’,

‘Is goed Angelique’, antwoordde Petra, ‘en mijn excuses dat ik je opgepiept heb, maar ik moest hier toch echt even een supervisor bij hebben.’

‘Begrijp ik toch meis’, antwoordde Angelique, ‘ik ga weer naar de trauma.’ Angelique liep weer naar haar post. Ze keek naar haar horloge. Half vier. Ze moet nog zo lang. Ze zuchtte ervan. Ze ging naar haar kantoortje en pakte de bak koffie. Die was koud.

‘Niks anders gewend’, zuchtte Angelique weer, ‘de trauma, ze drinken de koffie te koud, of veel te warm.’

Ze keek uit het raam en zag de politie het parkeerterrein oprijden. De rust bij de hoofdingang was naargelang teruggekeerd en de meeste toeschouwers waren al vertrokken. Ook de brandweer was ter plaatse. Samen met wat agenten zetten de mannen van de brandweer grote schermen naast het stoffelijk overschot van de man. Direct stopte er nog een aantal voertuigen van de politie. Met afzetlint werd een stuk van het terrein afgebakend.

‘Mevrouw?’ Verschrikt keek Angelique om.

‘Verschuur, recherche.’ Er stond een grote kalende man in de deuropening. Hij droeg een kaart om zijn nek, die hij in de hand nam en omhoog hield.

‘Eh, hallo’, antwoordde Angelique, ‘wat kan ik voor U betekenen?’

‘Harry’, zei de man en hij reikte zijn hand uit. ‘Angelique.’

‘Hoe maakt u het?’ zei de rechercheur eerder uit beleefdheid, dan uit interesse.

‘Ik heb van uw collega begrepen, dat U hier de leiding heeft?’ vroeg de man.

‘Nou, ja, zo iets dan’, was het twijfelachtige antwoord van Angelique.

‘Mooi, heeft U even tijd voor mij?’ vroeg de rechercheur en hij keek nieuwsgierig het kantoortje rond.

‘Ik werk als supervisor in een ziekenhuis, op de trauma afdeling, moet ik het antwoord uittekenen?’ antwoordde Angelique bits terug.

‘Ja, ja, ik eh, ik begrijp het mevrouw, ik weet het, maar ik zou toch graag even willen kijken naar de kamer waar het slachtoffer verbleef, als dat even kan’, zei de rechercheur.

‘Nou vooruit dan, even’, antwoordde Angelique en ze stond op. Het tweetal nam de lift naar de derde etage. ‘Wat een toestand hé?’ zei de rechercheur. Hij kreeg geen antwoord. Angelique en Harry liepen naar de betreffende afdeling en gingen linksom.

‘Dat is de kamer’, zei Angelique en ze zwaaide de deur open. Ze bleef verrast stokstijf staan. Harry duwde haar de kamer in, om te zien wat de reden was voor haar stilheid. Ook Harry was verrast. Niets wees op een worsteling. Aan niets was te zien, dat hier een patiënt gelegen had. Het bed was keurig opgemaakt, het leek wel onbeslapen. Alleen het raam stond open.

‘Is hier al schoongemaakt?’ vroeg Harry. Hij keek haar aan.

‘Eh, nee, niet dat ik weet?’

‘Ooh’, reageerde Harry. Hij vond dit duidelijk geen antwoord.

‘Ik vraag het wel even aan Francine’, ging Angelique verder en ze liep de kamer uit. De rechercheur keek wat naar links en rechts. Na vijf minuten kwam Angelique weer terug met het antwoord.

‘Neen, er is hier niet schoongemaakt.’

‘Merkwaardig’, zei Harry.

‘Ja, heel vreemd’, antwoordde Angelique terug, maar ze wist niet precies waarom ze dat zei.

‘Is er een mogelijkheid dat ik hier met een ploeg een onderzoek uitvoer?’ vroeg Harry.

‘Het zal wel moeten, vrees ik’, antwoordde Angelique terug, ‘maar doe een beetje rustig aan, er liggen patiënten op deze afdeling.’

‘Dank U’, antwoordde de rechercheur terug, in plaats van een gepaster antwoord. De pieper ging weer af.

‘Tijd om te gaan, duty calls’, zei Angelique en ze rende weer naar het dichtstbijzijnde telefoontoestel. Ze werd nagekeken door de rechercheur.

‘Angelique, met de trauma’, zei ze weer, gevolgd door het bekende ‘ik kom er aan.’

‘Het wordt weer een drukke dag met veel overwerk’, zuchtte Angelique. Ze dacht aan thuis. Ze dacht aan haar zoon, die ze veel te weinig ziet. Thuis, daar is hij met haar. Met die Josie. Zouden die onderhand al wakker zijn? Thuis regeerde echter de rust.

Voor vervolg klik hier





Dana
Morgen lees ik verder
09-05-2017 19:30
09-05-2017 19:30 • 1 reactie • Reageer
Hpj Goossens
Tof!!!!!
09-05-2017 23:01
09-05-2017 23:01 • 1 reactie • Reageer
Ingrid Tips en meer
Dit doet me denken aan de opstanding van Jezus...
05-01-2017 17:33
05-01-2017 17:33 • 1 reactie • Reageer
Hpj Goossens
Hahaha!!! Ik zeg niks...
05-01-2017 18:05
05-01-2017 18:05 • 1 reactie • Reageer