×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Solitaire_969, Deel 30.

Solitaire_969, Deel 30.


Zo mooi als gisteren de zon nog scheen, zo troosteloos grijs was het buiten. Niet dat het wat uitmaakte, met buiten had Peter niets meer. Hij keek naar het raam, dat veel te hoog in zijn cel hing. Eigenlijk had die er ook niet moeten zitten. Hij lag op zijn bed. En elke keer als zijn buurman begon te krijsen, maakte Peter er een sport van om mee te krijsen. Of te huilen. Dat was leuk, vond hij. Dat gaf hem iets te doen. Kennelijk irriteerde het de buurman, want die begon dan mogelijk nog harder te schreeuwen.

‘Jammer toch niet zo man’ riep Peter, ‘jij houdt mij wakker en ik speel met jou.’ Hij lachte erbij.

‘Goed zo, schatje, goed zo.’

‘Laat niet met je sollen, schatje.’

‘Jahaaa’, reageerde Peter met een gelukzalige glimlach. Wat een genot.

‘Panie, zmiłuj się nade mną, daj mi spokój’, ging het in de cel aan de overkant.

‘Hou je stil, ’ riep Peter, ‘zwijg!’

‘Vannacht zul je heerlijk slapen, schatje, dat beloven wij.’

‘Dat zou heerlijk zijn’, zwijmelde Peter en hij krulde zich ineen op zijn bed.

‘Panie, zmiłuj się nade mną, daj mi spokój’, een bibberende, fluisterende stem.

‘Panie, zmiłuj się nade mną, daj mi spokój’, wegstervend. Peter hoorde dat er aan de overkant een deur werd geopend. Hij stond op en liep naar zijn deur. Hij keek door de opening naar buiten. Hij zag hoe zijn buurman de cel werd uitgesleurd door twee bewaarders. Hard geschreeuw. Door merg en been. De buurman probeerde zich ten koste van alles te verzetten. Alsof- ie wist wat er komen ging.

‘Pie Jesu domine’ begon Peter te zingen, ‘dona eis requiem.’ Hij zong het met overgave, alsof het een ode betrof aan zijn buurman.

‘Dat was prachtig schatje, werkelijk prachtig. Wat ben je toch een schitterend kind.’

‘Dank jullie wel’, lachte Peter, ‘dank jullie voor alles.’

‘Peter.’

‘Peet?’ Peter werd aan zijn schouders gepakt.

‘Ik ben het, je broertje, Kevin.’ Peter deed zijn ogen open en keek naar boven. Een bekend gezicht.

‘Hier jongen, wat water en je medicijnen.’ Peter nam het glas aan en at het pilletje op, dat hij van zijn broer kreeg aangereikt.

‘Goed drinken, jongen, dan komt alles goed.’

Peter zag dat het goed was. Zijn broertje Kevin.

‘Peter, luister eens, wij zijn gebeld door mijnheer Klaasen, die ken jij wel hé.’ Peter knikte wat, maar reageerde verder niet. Kevin ging naast Peter zitten en sloeg zijn arm om hem heen.

‘Peet, hoe is het met je, hoe word je behandeld hier?’

Peter wees naar de celdeur.

‘Buurman’, zei hij.

Kevin keek naar de deur en keek daarna naar een man in een pak.

‘Wat bedoel je Peter?’

‘Buurman’, zei Peter, wat dringender.

‘Peter, je hebt geen buurman.’ Kevin streelde wat over zijn rug. Hopeloos keek hij naar de man in het pak.

‘Ziet u’, zei Kevin, ‘dit is wat gebrek aan medicatie met hem doet.’

‘Voor mij heeft praten met hem geen zin, bedoelt u?’ vroeg de man in het pak.

‘Dat weet ik wel zeker’, antwoordde Kevin, ‘kijk hoe hij er aan toe is.’

‘We moeten hem koste wat kost uit deze gevangenis zien te krijgen, uit dit land’, zei de man in het pak weer.

‘Wat zijn de kansen voor hem?’

‘Tja, om heel eerlijk te zijn, nihil.’

Peter zat wat voor zich uit te staren. Hij begreep er niets meer van.

‘Verkrachting en moord, mogelijk met vereende krachten, dat wordt een helse klus’, zei de man in het pak.

‘Helse hel,’ fluisterde Peter.

‘Ssst’, maande Kevin zijn broer tot stilte, ‘stil maar Peet, alles komt goed. En publiciteit opzoeken?’

‘Heeft misschien zin, voor wat het waard is. Kijk Kevin, Polen heeft een dochter verloren, is een dochter armer.

En dat door een buitenlander, begrijp je?’

‘Eh, ja, dat begrijp ik heel goed’, zei Kevin, ‘dat begrijp ik zeer goed.’

‘Ik denk dat publiciteit alleen maar goed is voor zijn gezondheid’, zei de man in het pak.

‘Ik bedoel, de situatie waarin-ie nu verkeert, moet anders en daar zie ik een kans.’ Kevin keek zijn broer aan. Een traan biggelde over zijn wang.

‘Ooh, grote broer, wat is er nu toch allemaal aan de hand, hoe heeft dit kunnen gebeuren?’

‘Helse hel,’ fluisterde Peter weer. Kevin liet zijn broer los en legde hem weer neer.

‘Hoe zit het met zijn medicatie dan?’ vroeg Kevin.

‘Die Anzhelika, die kun je vertrouwen’, zei de man in het pak.

‘Ze spreekt goed Engels en is bereid om te helpen waar ze kan, ik ken haar al wat langer.’

‘Nou, dan is dat tenminste iets’, zei Kevin weer. Hij stond op en liep samen met de man in het pak de cel uit. Kevin keek nog een keer om, naar zijn broer, die alweer lag te slapen. Eenmaal buiten draaide een bewaarder de deur weer op slot. Door het geluid van de sleutels in het slot werd Peter even wakker. Hij opende zijn ogen voor twee tellen en viel daarna weer snel in slaap.

Voor vervolg klik hier





Dana
Kleine broer, heeft die geen dubbele agenda? Lees morgen weer verde
07-06-2017 16:22
07-06-2017 16:22 • 1 reactie • Reageer
Hpj Goossens
Xxx
07-06-2017 22:46
07-06-2017 22:46 • Reageer