Een verscholen boodschap.


"Je bent om op te vreten." kroelt oma, zich vooroverbuigend in de kinderwagen, die breed geparkeerd staat in de huiskamer. Haar handen demonstratief op haar rug. "Ja, oma zou je zo op kunnen peuzelen." Doet zij er nog een schepje bovenop. Een grom vult de kamer en zwelt aan. Zij had niet op de hond gelet, die, zoals een Duitse herder hem betaamd, niet van de zijde van mijn baby wijkt. Aanschouwend op veilige afstand, zag ik bij de eerste beweging in de richting van de wagen, al een licht verzetten van zijn poten, zijn oren spitsten zich nog meer en alles straalde een alerte houding uit. Bij de eerste zin, schoof zijn rechter bovenlip omhoog, zodat een hoektand zichtbaar werd. 

Oma, geheel verdiept in haar tien weken oude kleinzoon, was zich van geen kwaad bewust. Ook ik vouw nu mijn handen op mijn rug. "Nou, nou," reageert mijn moeder, in de richting van onze hond. "Ik doe toch niets, maar ik zou hem zo willen meenemen." Als vanuit de startblokken schiet Sjors naar voren en gooit lenig zijn twee voorpoten over de wagen. Zijn tanden zijn geheel ontbloot. Het gegrom wordt afgewisseld met een dieptreurig eentonig korte jank. Oma stapt van schrik een pas achteruit en staart mij aan. 

"Ik denk dat het beter is, als we het bezoek een andere keer voortzetten," zeg ik zo neutraal mogelijk. Het kost mij moeite niet te triomfantelijk te klinken. "Hij heeft u vast niet goed begrepen."