Is die vent nu helemaal bezandstraalt?


Dit ging hieraan vooraf:

 

Terwijl agent Polleman zich tegoed zit te doen aan een bami speciaal en een groot glas bier, haast agent Storm zich met het pakje naar de massagesalon om de commissaris te gaan verblijden.

Hoe dichter hij bij de massagesalon komt, hoe langzamer hij echter gaat lopen. Zou het wel slim zijn om net te doen of hij aan dat pakje is gekomen, en niet Polleman? Want van wie, waar en hoe zou hij dan zo snel aan dat pakje gekomen zijn? Want dat moet straks allemaal in het rapport, piekert agent Storm. En wie weet heeft Polleman de commissaris al per telefoon verwittigd dat hij het pakje heeft veroverd. Want hoe kon hij weten dat hij hier naar toe moest? Nee, Polleman en de commissaris hebben elkaar vast al gesproken, dat staat zo goed als vast.

Fijn is dat. Nou zit Polleman op zijn kosten lekker te eten en te drinken, en hij, agent Storm, speelt de loopjongen voor Polleman. En wie weet haalt Polleman wel weer een gemene truc met hem uit. Want zo is-tie. Een bewijsstuk uit handen geven en nog wel aan hem, agent Storm, is wel hoogst ongebruikelijk.

Storm piekert nog even verder hoe hij deze situatie het beste kan aanpakken. Eerst maar eens controleren of het instructieboekje wel werkelijk in het pakje zit, zoals Polleman beweert. Bij de ingang van de massagesalon maakt agent Storm vlug het pakketje open. Als hij ziet wat erin zit, maakt hij het proestend van het lachen snel weer dicht en gaat de massagesalon binnen.

“Commissaris, agent Storm meldt zich”.

“Wat heb je te melden Storm, je behoort buiten op de uitkijk te staan.”

“Agent Polleman is gearriveerd en hij vroeg me u dit pakje met bewijsmateriaal te overhandigen.”

Agent Storm reikt de commissaris het pakketje aan.

“Dank je wel Storm. Waarom komt Polleman dat pakketje niet fijn zelf brengen? Ik had hem opgedragen om direct, zonder enige uitstel, met dat pakketje naar de massagesalon te komen. Waar hangt hij uit?”

Zie je wel, denkt agent Storm.

“Agent Polleman heeft nu even geen tijd, commissaris. Hij zit bij die Chinees verderop, Ho Tan Piek, een bami speciaal te eten. Met een biertje erbij.”

“Hij zit wát?! Fijn is dat. Geweldig. Fantastisch. Is die vent nu helemaal bezandstraalt?”

“Tja, Polleman….”

De commissaris stopt het pakketje in z’n binnenzak en belt dan met z’n smartphone agent Polleman.

[…]

“Als de wiedeweerga naar de massagesalon Polleman. Nu. Direct. Zonder uitstel.”

[klik]

“En jij als de wiedeweerga weer naar buiten op de uitkijk Storm”.


© Dewaputra

afbeelding: honig.nl

Lees verder:

 

Deze episode van het vervolgverhaal telt precies 420 woorden en past daardoor 3x in deze uitdaging: