×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Fragment uit Koppzorgen: 20 jaar later

Fragment uit Koppzorgen: 20 jaar later


Een fragment uit mijn boek, Koppzorgen:

In de volgende passage omschrijf ik mijn fantasie waar ik altijd hoop uit haalde. Het hield mij altijd op de been en gaf me hoop. Zo had het kunnen zijn wanneer ze zichzelf niet van haar leven had beroofd:

Met een trillende hand neemt ze het kopje koffie van het schoteltje. Net als ze nippend een slokje wil nemen, deinst ze in een reflex terug en zet het kopje met dezelfde trillende hand weer met precisie en beleid terug op zijn plek. Vervolgens trekt ze een gezicht alsof ze zojuist poep heeft gegeten! Met een glimlach schud ik mijn hoofd lichtjes heen en weer en ik besteed er verder geen woorden aan. Iedere willekeurige idioot zou door het zien van de damp die van de koffie af kwam, van tevoren heel goed hebben kunnen inschatten dat die nog even te heet was om van te drinken. Ook ik heb dit zien aankomen. Ik heb mijn hoofd toen enigszins geërgerd weggedraaid en als uiting dat ik het aan zag komen en om mijn reactie wat kracht bij te zetten heb ik eens diep gezucht. Hierop kreeg ik een vragende blik terug, precies op het moment dat zij dat slokje nam. Mijn reactie was nu ook meteen duidelijk.
We kijken elkaar nog eens aan en deze keer moeten we beiden even kort lachen. De welbekende handtas komt nu tevoorschijn. Ik vroeg me al af wanneer die ten tonele zou verschijnen. Vroeger was het altijd andersom. Toen verscheen namelijk eerst het pakje shag op tafel en daarna had ze pas oog voor haar koffie. Vandaar ook dat ze vroeger nooit haar lippen brandde aan de hete koffie! Een logische verklaring, al zeg ik het zelf. 

Ik heb er nog nooit eerder met deze ogen naar gekeken. Er is niet veel aan haar veranderd. Het gaat om van die kleine details, zoals verkeerde volgordes en zo. Verder is ze nu compleet grijs, haar zicht is niet meer wat het is geweest, het schort haar wat aan de coördinatie, ze is ook wat slechter ter been en binnenkort bereikt ze de memorabele leeftijd van 69 jaar. Als ik haar aan haar verjaardag herinner, werpt ze me een onbezorgde blik toe en neemt nog een hijs van haar sigaret. Deze wordt gevolgd door een kuchje. Typisch mijn moeder!

Iedereen die een dagje ouder wordt, wil daar liever niet aan worden herinnerd. Mijn moeder maakt het eigenlijk geen barst uit. Om toch nog een beetje tegendraads te zijn, blaast ze demonstratief wat van haar geïnhaleerde rook mijn kant uit. Ze weet dat ze dat niet te veel richting mijn gezicht moet doen, omdat ik anders flip! Ze weet het precies goed in te schatten, net binnen mijn grenzen te blijven. Ik kijk haar aan en wijs met mijn wijsvinger als blijk van waarschuwing in haar richting. Hierop laat ze een grijns zien en ze probeert vervolgens nog eens heel voorzichtig een slokje van haar koffie te nemen. Deze keer gaat het zonder slag of stoot en ik zie nu zichtbaar hoe ze ervan geniet. 

Opeens kijkt mijn moeder me met een schuldige blik aan. Ik ken deze blik en weet al wat ze gaat vragen. Ik kijk haar sussend aan en zeg haar dat het goed is zo. Ik heb geen zin om het daar nu over te hebben. Maar haar onzekerheid wint het van mijn bevestiging dat het goed is. Dan komt daar alsnog die gevreesde en sfeerbedervende vraag die ik vroeger als kind, maar ook als twintiger vaak voor mijn kiezen kreeg. Ook weer op dat toontje waar ik gewoon geen weerstand aan kan bieden. Het dreunt door in mijn hele lijf, elke keer weer als zij mij die vraag stelt. Hij raakt me telkens weer in al mijn poriën . En ik heb er vrede mee. Maar aan mijn moeder blijft het blijkbaar knagen en vreten, hoe vaak ik haar ook vertel en bevestig dat ik er vrede mee heb. Ik denk dat dit voor haar zo blijft tot ze ver in de tachtig is.

Met enigszins vochtige ogen vraagt ze mij of ik vind dat zij een goede moeder voor mij was en hoe dat vroeger voor mij voelde. Ik kijk omlaag en door deze vraag flitst mijn jeugd even in een seconde aan mij voorbij. Ze is inderdaad niet altijd de moeder voor me geweest die ik zo nodig had, want daar ben ik jaren naar op zoek geweest. Ik stond er vaak alleen voor als kind, maar ook toen ik ouder werd. Dat steekt even. Heel even, in een vlaag, voel ik al die pijn en het verdriet weer door mijn hart heen schieten. En dan realiseer ik me ook weer heel snel dat dit oud zeer is en dat ik dit allemaal al doorgeworsteld heb. Dat gevoel overheerst dan ook en ik kan die pijn ook weer gelijk loslaten.

Er verschijnt dan een oprechte en gemeende lach op mijn gezicht en ik pak de hand van mijn moeder vast. Ik kijk haar aan en vertel haar precies wat er even daarvoor door me heen ging. Ik besef dat als ik haar zelfverzekerd aankijk, ze weet dat ik het meen en dat ik haar daarmee geruststel. Ik wil het allemaal achter me laten en me richten op wat we nu hebben. Ik voel hoe ze in mijn hand knijpt. Voor mij een teken dat wat ik zeg ook voor haar geldt. Ik kijk hoe onze handen in elkaar verstrengeld zijn. Ik observeer de vorm van haar handen, klein maar zacht. Het valt op dat we dezelfde handen hebben. Alleen zijn die van haar wat vrouwelijker en slanker. Haar aderen bollen op, wat haar leeftijd verraadt. Ik heb ook van die kleine handen! Ze lijken alleen wat grover en ik heb van die niet bepaald sierlijke worstenvingertjes. Tevens constateer ik dat de aderen van mijn handen ook steeds beter zichtbaar worden. Vervolgens kijk ik naar haar gezicht, dat getekend is door rimpels. Achter elke rimpel zit wel een verhaal. Als ik haar gezicht zie, dan krijg ik een vertrouwd gevoel. In dat gezicht staat haar levensverhaal, maar ook het mijne, geschreven. Haar rimpels maken haar gezicht zacht en mild. 
In een flits gaat het door me heen dat ik onderhand ook al weer 46 jaar ben. Ik kan me nog zo goed voor de geest halen hoe ik vroeger, toen ik nog in mijn twintiger jaren zat, zo aan het worstelen was met mijn verleden en mijn moeder. Dat is nu zo anders! Het is veel milder en heeft meer een karakter van berusting en vergeving gekregen. Als ik de kant van mijn moeder op kijk, voel ik hetzelfde bij haar. Ook zij heeft meer rust in zich, is milder en, het allerbelangrijkste: gelukkig! Dat maakt haar nu ook een stuk toegankelijker in mijn leven.

Haar geluk is voor mij altijd de sleutel geweest. Ik besef dat ik nu eindelijk heb waar ik altijd zo voor heb geknokt in mijn jongere jaren. Ik knijp mijn moeder nu ook in haar hand en voel me even intens gelukkig. Dit is het moment waar ik vroeger altijd zo naar uitkeek: ‘Later als mijn moeder een oud dametje is en ik een vrouw van middelbare leeftijd. Later is alles anders…’  Uit die gedachte haalde ik altijd hoop. Het bood me troost en ik keek ernaar uit! Ik keek ernaar uit omdat ik had gehoopt dat het dan zou zijn zoals ik net beschreef. Later zou alles goed komen, tijd zou alle wonden helen en we zouden samen op zijn tijd hartelijk kunnen lachen om wat was geweest.

Het drong nu door!

Wat kwam het nu in een rotvaart binnen dat mijn fantasie ‘Later is alles anders’ nu echt niet meer zou uitkomen. Nooit meer! Voor altijd zou het bij deze fantasie blijven! Later zou het niet anders zijn. Althans niet zoals ik altijd had gehoopt. Het zou niet zachter worden en het werd ook niet meer milder. Mama en ik zouden later niet samen kunnen lachen om wat er was geweest. Ik kreeg niet meer de kans om mijn spijt te betuigen of om dingen anders te doen. Ik had niet meer de kans om dingen te veranderen. ‘Later is alles anders’ ging niet meer op. Ook later zou mama nog steeds dood zijn! Alles was stil blijven staan. Het kon niet meer veranderd worden. Elke keer als ik boos was op mama bedacht ik weer: Later is alles anders!Nu ben ik boos en nu heb ik verdriet…maar straks, over twintig jaar, dan lachen we er samen om. Dit hield mij altijd op de been. Het bood me troost.

Lees hier enkele reviews van Koppzorgen:

Mijn boek lezen?

 deze is verkrijgbaar op:

www.boekenbestellen.nl
Maar ook op:
www.bol.com en op www.bruna.nl
En ook in de boekwinkel is Koppzorgen op bestelling verkrijgbaar, 
met isbn: 978-94-6345-111-6. Auteur: Judith Evelien. 
 

Volg mij ook op:
 

Nog meer fragmenten lezen? Klik op de links!