Het kind van de rekening (falende jeugdzorg).


Mijn oudste dochter heeft een schoolvriendin, ik zal haar hier Annie noemen. Annie is nu 14, en valt vanaf haar 5de jaar onder jeugdzorg. Haar moeder heeft nog wel het gezag, maar omdat er door de rechter OTS is opgelegd, heeft zij eigenlijk niets meer te zeggen, en Annie woont in een instelling.

Zelf ken ik Annie nu zo'n 2 jaar en ik mag haar heel erg graag. Het is een lief meisje, zonder gedrags-problemen. Op een dag vertelde Annie me dat ze van de leiding van de instelling had gehoord dat haar voogd weg was bij jeugdzorg, en ze zou een nieuwe krijgen. Heel vreemd, de man had niet eens afscheid van haar genomen, terwijl hij haar vertrouwenspersoon hoorde te zijn. Er kwam een nieuwe voogd, maar Annie vond het moeilijk om weer iemand toe te laten in haar leven, dus een ontmoeting werd uitgesteld.

Annie kwam hier regelmatig logeren, en als ik haar terugbracht naar de instelling, vroeg ik elke keer aan de leiding of Annie niet bij ons kon komen wonen, maar het steevaste antwoord was dat jeugdzorg haar nooit zou laten gaan. Vreemd, zou het een geldkwestie zijn? Een gezin zou toch veel beter zijn dan een instelling voor een kind.

Er kwamen nog meer vreemde zaken boven tafel. Annie wilde geen OTS meer, en ze wist dat er binnenkort een rechtszaak zou zijn over het al dan niet verlengen van de OTS. Als een kind boven de 12 is, is een rechter verplicht om de mening van het kind hierover te horen. Niemand wilde Annie of haar moeder vertellen wanneer de rechtszaak zou zijn, tot de leiding haar op een dag triomfantelijk mededeelde dat de rechtszaak was geweest, en de OTS was verlengd. Dit mag dus helemaal niet!

Inmiddels werd Annie depressief en kreeg paniek-aanvallen. Ik had vaak telefonisch contact met haar om in de gaten te houden hoe het met haar ging. Zelf wilde ze graag opgenomen worden in een GGZ-kliniek, maar dit werd ronduit geweigerd. Als ze niet in de instelling verbleef liepen ze daar immers veel geld mis.

Mijn man en ik vonden dat het zo niet langer kon, en besloten voor haar te gaan. Er was geen enkele reden waarom Annie niet bij ons zou kunnen wonen. De instelling wilde me het telefoonnummer van de voogd niet geven, dus belde ik jeugdzorg, en vroeg naar haar. Toen ik haar aan de telefoon kreeg, legde ik uit wie ik was en wat ik wilde. Haar reactie was ronduit onbeschoft, en ik moest het allemaal maar regelen met Annie's moeder. Prima, dan bel ik die wel.

Annie's moeder vond een pleeggezin een goed idee, en we hadden een prettig gesprek. Ik merkte al snel dat dit een vrouw was die niet voor zichzelf op kon komen, maar wel het beste wilde voor haar dochter. De voogd was daarna ineens een stuk vriendelijker, en vertelde me wie ik moest bellen om het pleegzorg-traject in gang te zetten. Toen dat allemaal was gebeurd, belde de voogd ineens terug. Moeder had haar toestemming "ineens" ingetrokken, dus Annie kon niet bij ons komen wonen. Heel vreemd, want door de OTS mag moeder niets zelf beslissen. Het was me meteen duidelijk dat de moeder van Annie was bewerkt door jeugdzorg.

Nu de toestemming in was getrokken, waren mijn handen gebonden, en als klap op de vuurpijl mocht Annie ook ineens niet meer bij ons komen. Tegen Annie werd gezegd dat ze mij maar een gemene vrouw vonden. Dit speelde allemaal zo'n half jaar geleden, en sindsdien gaat het steeds slechter met Annie. Zij heeft het gevoel dat niemand haar wil, en dat ze waardeloos is, maar psychische hulp krijgt ze niet. Ja, ze stoppen haar vol met pillen waar ze suf van wordt, maar verder gebeurt er niets.

Lieve Annie, als je dit leest weet ik heel zeker dat je weet dat dit over jou gaat. We zijn je niet vergeten, en houden nog steeds van jou, maar we weten niet meer wat we kunnen doen om je te helpen. Weet dat dit allemaal niet aan jou ligt, maar aan jeugdzorg. Jij bent een van de vele kinderen over wiens rug jeugdzorg hun vuile spel speelt, en het is tijd dat de wereld dat weet!