Wat ik school kwalijk neem


Ongeveer acht jaar geleden slaagde ik voor mijn VMBO-T diploma en sindsdien kijk ik altijd met grote rillingen terug op mijn middelbare school carrière. Ik ben er tenslotte van overtuigd dat als ik mijn angststoornis niet op die plek heb opgedaan, het er op z'n minst erger is geworden.

Derde jaar, les biologie. Het is rumoerig in het klaslokaal. Iedereen praat door elkaar en de lerares (zo'n cool type die normaal gesproken iedereen met gemak onder de duim houdt) heeft vandaag moeite ons in het gareel te houden. Misschien heeft het iets te maken met de zomerse temperaturen buiten want zelfs ik, die altijd stil is, klets vrolijk met mijn -enige- beste vriendin. Mijn stem gaat verloren tussen de vele anderen, tot onze lerares begint te schreeuwen.

'En nu is iedereen STIL!' brult ze. Haar roze, korte haar piekt alle kanten op en haar ogen staan verwilderd. Onmiddellijk valt er een diepe rust over de klas, terwijl we allemaal naar het bord staren, waar ze nog altijd kwaad ons aan staat te staren. Nouja, niet iedereen. Voornamelijk mij. Een onheilspellend gevoel bekruipt me.

'Hebben jullie dan geen enkel respect! En weet je wat ik dan nog het allerergste vind? Dat zelfs de mensen die normaal gesproken te laf zijn om hun mond open te trekken in de les, of te laf zijn om ook maar hun vinger op te steken, vrolijk aan het kabaal meedoen!' Haar ogen schieten niet minder dan zes keer mijn kant op tijdens die zin en ik krimp in elkaar. Ik weet dat ze op mij doelt, dat kan niet anders. Ik praat nooit, zeg nooit iets en steek nooit mijn vinger op. Ik ben... laf.

De rest van de les kan ik me nergens meer op focussen. Ik hoor de uitleg niet, begrijp de stof niet en probeer alleen maar mijn ademhaling onder controle te krijgen en de storm in mijn hoofd een beetje te dimmen. Mijn wangen zijn vuurrood van schaamte en ik haat mezelf.

Als de bel gaat, sta ik al eerste buiten zonder ook maar een blik op mijn lerares te werpen. Ik probeer mezelf nog te vertellen dat ik het me misschien verbeeld heb. Bedoelde ze iemand die achter mij zat.

'Hé!' Een klasgenoot die, als één van de weinigen, het niet erg vind om tegen me te praten, kijkt me meelevend aan. 'Dat was heftig. Wat heeft ze tegen jou?'

Het was dus niet mijn verbeelding. 'Weet ik niet,' mompel ik. Ik slik de tranen weg, want ik ben nog steeds overstuur. 's Avonds in bed kan ik niet slapen en de hele nacht lig ik te woelen, te draaien en te huilen.

Het heeft ongeveer een maand geduurd voordat ik weer naar biologie kon gaan zonder van te voren misselijk te worden. Ik heb die betreffende lerares nooit meer in haar ogen durven kijken, en ze heeft me ook nooit meer vriendelijk behandeld. Acht jaar later krijg ik nog steeds dezelfde paniekgevoelens als ik aan die ene les terugdenk. En dat neem ik haar kwalijk. Als ik realistisch moet zijn, is dat misschien niet helemaal eerlijk van me. Die lerares wist niet dat ik een angststoornis had of erg goed op weg was om deze te ontwikkelen. Ik wist het zelf ook niet. Maar ze wist wel dat ik een van de onzekere leerlingen was, gevoeliger en verlegen. Dat ik niet lekker lag in de klas, bij niemand niet eigenlijk. Regelmatig werd gepest. Ze had me er niet uit hoeven pikken, op een manier waarop het voor iedereen duidelijk was dat ik de zondebok was. De ene keer dat ik het aandurfde om hardop mee te praten in de klas, werd het onmiddellijk afgestraft.

Het is een misverstand dat de stille leerlingen vaak de lievelingetjes zijn. In mijn ervaring was dit namelijk juist andersom. Bijna alle leraren gaven de voorkeur aan de leerlingen met een grote bek, die hardop grappen maakten in de klas. Types zoals ik, daar kon je niets mee. Niet mee lachen, niet mee praten. Je moest moeite doen om hun vertrouwen te winnen. Daar kunnen de meeste leraren niets mee.

Een jaar later.

Vierde jaar, geschiedenis. Ik zit helemaal achteraan in de klas, alleen. Door een verschil in roosters volgen mijn beste vriendin en ik allebei geschiedenis op een ander moment en daardoor zit ik nu in een klas waarin ik de meeste alleen van gezicht ken en zij mij. Daarom wilde ik per se achterin zitten, dan weet ik zeker dat niemand me achter m'n rug om zit uit te lachen.

'Dus,' gaat mijn leraar voorin verder, 'wil ik van iedereen een presentatie zien over de Industriële Revolutie. Individueel of in tweetallen.' Geschrokken kijk ik op en voel een ijzeren band zich om mijn maag spant. Spontaan ben ik misselijk. Over mijn lijk dat ik een presentatie ga houden voor een klas waarin iedereen me ongetwijfeld zal uitlachen. Het idee dat ik in mijn eentje voor de klas moet staan, kwetsbaar en eenzaam, vervult me met een doordringende angst. Ik doe het niet.

Drie weken lang spijbel ik elke week twee uur geschiedenis. Ik ontloop mijn leraar. De nablijf uren stapelen zich op. Ergens in mijn achterhoofd vraag ik me af hoelang ik dit kan volhouden. Voor mijn part tot het einde van het jaar. Mijn nachten zijn gevuld met angst en nachtmerries. Maar ik ga die presentatie niet doen. Hij is af en ik heb hem geleerd, maar ik doe het niet. Verdom het. Tenslotte kom ik mijn leraar tegen in de gang. Er is geen wc waarin ik snel kan wegduiken en terwijl hij mijn naam roept, krimp ik in elkaar.

'Waar ben jij de afgelopen lessen geweest?' Zijn stem klinkt streng. Mijn hele lichaam verkrampt.

'Eh... weg,' zeg ik tenslotte. Er is namelijk geen enkel excuus wat ik kan gebruiken. Mijn leraar steekt een preek af. Dat ik niet zomaar kan spijbelen. Dat ik al zo slecht sta voor geschiedenis (enkel en alleen omdat ik blackouts krijg tijdens mijn proefwerken), dat ik naar de les moet komen ook al interesseert geschiedenis me niet, (ook niet waar, het is mijn favoriete vak), en uiteindelijk dat ik nog een presentatie moet doen. Mijn voeten schuifelen tegen elkaar en ik hou mijn blik strak op de grond gericht.

'Ik wil niet presenteren,' mompel ik tenslotte.

'Is dat waar dit om gaat?' vraagt mijn leraar. Ik knik langzaam. 'Soms moet je nu eenmaal dingen doen die je niet leuk vind,' gaat hij verder. Ik zwijg. Dat dat nu eenmaal moet, dat snap ik ook nog wel. Ik ben niet dom. En ergens maakt het me razend dat hij insinueert dat ik alleen de makkelijke dingen in het leven wil doen.

'Ik ben bang,' fluister ik, 'dat iedereen me uitlacht.' Mijn leraar schudt zijn hoofd.

'Dat doen ze niet.' Even wil ik hém keihard uitlachen. Hoezo "dat doen ze niet." Ze lachen me al uit als ik alleen maar ademhaal. Om de kleding die ik draag, de manier waarop ik mijn haar in model breng. Ze lachen me uit als ik struikel en doen mijn stem op een rare manier na als ik tijdens de les iets hardop moet zeggen. Maar dat zeg ik allemaal niet tegen mijn leraar. Die lijken het niet te begrijpen. Bovendien; praten wil zeggen dat je namen moet geven. Namen geven is snitchen. Mijn reputatie op school kan misschien niet meer verbeteren, maar zakken kan altijd nog. Ik vraag of ik de presentatie voor hem alleen mag doen, maar dat mag niet. Dus spreken we af dat ik de volgende les geschiedenis aanwezig ben, met mijn presentatie.

Tot die tijd slaap ik nauwelijks. Eet nauwelijks. Voel me constant ziek, alsof ik ga instorten. Als ik uiteindelijk in de les zit en het gevoel krijg dat ik elk moment out kan gaan, wordt mijn naam geroepen en is het tijd voor mijn presentatie. In theorie gaat het niet vreselijk. Wonder boven wonder krijg ik geen blackout. De klas luistert geboeid en lijkt blij te zijn met de enorme hoeveelheid filmmateriaal die ik erin gestopt heb. Tegen het einde hoor ik twee klasgenoten in luid gegiechel uitbarsten, terwijl ze me spottend aankijken. Onmiddellijk bevries ik, want ik weet gewoon dat het over mij gaat. Ik controleer vliegensvlug mijn kleding, vraag me af of mijn haar alle kanten op staat of mijn make-up is uitgelopen. De presentatie sluit ik hakkelend af.

Aan het eind van de les komt mijn leraar naar me toe. 'Een negen,' zegt hij glimlachend. 'Zie je nou wel dat je het kon?'

Wederom kan ik die betreffende leraar niet alles verwijten. Vanuit zijn perspectief moest ik gewoon die presentatie houden en niet wegrennen voor mijn angst. Dat snap ik. Vanuit het mijne is het echter een heel ander verhaal. Natuurlijk is het fijn dat ik uiteindelijk een hoog cijfer haalde en een compliment kreeg. Er zullen heus een hoop leerlingen zijn die er namelijk echt beter van worden om gewoon over die angst heen te stappen en het maar gewoon te doen. Maar ik niet. Die (uiteindelijk) positieve ervaring veranderde niks aan het feit dat ik meer angst had dan een gemiddelde leerling. Toen dacht ik oprecht dat het normaal was om wekenlang in een staat van paniek te leven als je een presentatie moest doen. Nu weet ik dat dat niet zo is. En nog steeds lig ik wakker van elke presentatie die ik moet doen, nog steeds wil ik ervan wegrennen. En waar ging het nu helemaal om? De Industriële Revolutie? Mijn angststoornis terroriseerde me wekenlang, voor een momentopname van minimaal vijf, maximaal tien minuten waarin ik moest aantonen iets van de les te hebben meegekregen. Waarom kon ik dat niet privé doen?

Laat ik het anders zeggen: toen mijn -toenmalig- beste vriendin diabetes bleek te hebben, hoefde ze niet meer mee te doen met gym. En het was heel logisch dat een andere klasgenoot, geboren met stompjes in plaats van benen, nooit mee hoefde te doen met de piepjestest waarbij je moet kunnen hardlopen. Maar school zal weinig tot geen genade tonen bij iemand die geteisterd wordt door iets wat niet aan het buitenkant te zien is. Het motto blijft: 'doe het maar gewoon een keer.'
'We moeten allemaal wel iets doen wat we niet leuk vinden.'
'Je kunt niet wegrennen voor je problemen.'

Ik zou zo graag zien dat scholen dit proberen te veranderen. Want dit zijn maar twee situaties die ik bespreek. Er zijn er nog tientallen, waarin elke keer mijn vertrouwen in leraren een stukje de grond in werd geboord. En misschien zal iemand die dit leest, denken: 'dan had je moeten zeggen dat het je zó bang maakte.' Dat heb ik ook geprobeerd. Maar elke keer werden mijn problemen geneutraliseerd. Dat is misschien ook wel waarom ik dit schrijf.

Mentale gezondheid is even belangrijk als fysieke, en niet minder waardevol. Iemand met veertig graden koorts kan niet naar school komen, iemand die elke nacht kapot gaat van angst evenmin. Zeker toen het, in mijn geval, erger begon te worden.

'Waarom heb je je huiswerk niet gemaakt?'
Even denken. Omdat ik de ene paniekaanval na de andere kreeg omdat ik een presentatie moet geven over de fucking Industriële Revolutie. Omdat ik gisteren mijn polsen heb open gesneden. Omdat ik de hele avond een manier zat te bedenken waarop ik zelfmoord kon plegen, zonder dat het veel schade zou geven aan mijn familie. Omdat werkelijk iedereen me lijkt te haten.

'Sorry. Vergeten.'

School had op absoluut geen enkele manier mijn mentale toestand beter kunnen maken. Maar een school heeft wel de taak om een veilige omgeving te creëren zodat ik er misschien over had kunnen praten. En daar blijf ik bij.