Een kasteel renovatie om trots op te zijn



Het  Occitaanse zuiden van Frankrijk is een fascinerende streek.  Een gebied dat gekend is door een woelige historie waarvan op sommige plaatsen monumenten, al dan niet vervallen tot een ruïne, als tastbaar bewijs van die oude tijden zijn overgebleven.  Veel  schoons aan oude panden is in de loop der eeuwen  echter eveneens verdwenen.   Soms als gevolg van strijdgewoel, soms door brand  of een of andere natuurramp, maar heel vaak ook gewoon door verwaarlozing en langdurig verval.  Soms is zo’n  totaal vervallen ruïne echter te koop en slaagt men er soms in om die restanten van zo een oud huis, manoir, kasteel of kerk weer geheel in oude staat te restaureren. Vaak is dat een zogenaamde ,,Hell of a job,, maar af en toe lukt het sommige mensen toch om zo een hoop stenen weer tot leve e brengen en de historie van zo’n oud pand weer tot leven te roepen.  De geschiedenis heeft overigens ook wat dat betreft mensen opgeleverd die, begaan met zulke oude historische panden, het voor elkaar kregen om met vaak enorme subsidies  en een grondige kennis van oude bouwwijze om oude cultuurhistorische gebouwen weer in oorspronkelijke staat te herstellen.  Ik denk in deze met name bijvoorbeeld aan een man als de beroemde negentiende eeuwse architect en restaurateur  Violet Le Duc. Maar ook in onze huidige tijd zijn er mensen die soms in staat zijn de geschiedenis te doen herleven door restauratie van bijvoorbeeld een oud kasteel.  Dat is met name het geval geweest bij #Belcastel , een fantastisch hoog op de rotsen gelegen oude middeleeuwse burcht die door het fanatieke enthousiasme en doorzettingsvermogen van de Franse architect Fernand Pouillon weer grotendeels in de oude middeleeuwse staat is herstelt.  Voorwaar een meesterwerk van restauratie waarbij men zich heeft gedwongen de oorspronkelijke bouwstijl aan te houden gedurende de restauraties die zo’n acht jaar hebben geduurd.   Belcastel, een naam die tot de verbeelding spreekt. Een naam van niet alleen een kasteel, een klein aan de voet van de rotsen gelegen dorpje, maar ook de naam van de bouwers van de eerste delen van het oorspronkelijke bouwwerk.  We maken voor de bewogen geschiedenis van dit kasteel even een flinke sprong in de tijd.

We schrijven het jaar des heren, 1040

Ze waren volgens de annalen der geschiedenis een strijdlustige familieclan. Landje pik was hen niet vreemd evenals de strijd aanbinden met naburige landheren om het minste en geringste kleine geschil. Het was tevens een familie waarvan twee mannelijke leden zich ooit de gunsten van de Comte de Tolosa ( Graaf van Toulouse ) wisten te verwerven.  Het waren toen ruwe tijden in dat middeleeuwse zuiden van Europa. Men moest een - over lijken gaan - mentaliteit hebben om in die tijd te kunnen overleven. Elke dag was er  uiteindelijk wel ergens in het Occitanië van die roerige middeleeuwen een conflict tussen twee elkaar betwistende landheren.  Landheren die zich soms zelf die titel van,'' sire,'' hadden aangemeten, zonder zelfs  ook maar door een hoge adellijke persoon, of door de kerk tot ridder te zijn geslagen of in de adelstand te zijn verheven.   Ach…, dat gebeurde nu eenmaal vaker in die tijden. En niet alleen in het zuiden van Frankrijk.  Een plaatselijk stamhoofd,  of de persoon die het meeste lef had. Of de  man met de grootste mond, maar vooral ook die gene dapper in de strijd  was ten gunste van een vorst, kon meestal wel op een titel rekenen en beleend worden met een stuk land.  Of  men eigende zichzelf vaak, bij het uitblijven van een adellijke titel,  gewoon de titel van sire ( heer ) toe.
Zo zijn er honderden voorbeelden van dergelijke vergelijkbare situaties in het Europa van de middeleeuwen bekend.   Een groot deel van de bekende oude Europese adel is zo eigenlijk  ontstaan. 
De heren die zich met de naam Belcastel uiteindelijk naar hun  ''bel castel'' ( kasteel)  gingen noemen hebben enkele generaties lang het gebied rondom de rots waarop hun fort was gelegen, stevig gedomineerd. Ze hebben belastingen geheven en als scheidsrechter opgetreden in kleine plaatselijk conflicten tussen burgers.
Begonnen met de bouw van een kapel ontstond al snel een zware donjon waaruit na vele opvolgende versterkingen het uiteindelijke fort ontstond.
Tijdens de opkomende nieuwe religie die in de geschiedenis van Frans - Occitania als Kathaars bekend staat, schijnen de sires van Belcastel niet onwelwillend tegenover die nieuwe religie te hebben gestaan. Dat leverde hen een ernstig conflict met de kerk op. Ze zouden onderdak aan Katharen hebben verleend en zich derhalve tegen de Roomse kerk hebben gekeerd, luidde een beschuldiging in de dertiende eeuw.  Als gevolg van hun partij kiezen, werden  na verloop van tijd, al de bezittingen van de familie de Belcastel in beslag genomen door de koning van Frankrijk. Gelijktijdig werden de overgebleven mannelijke leden van deze oude familie gedwongen, op straffe van de dood, hun Kathaarse religie af te zweren en  weer tot het officiële geloof terug te keren.
Deelname aan de  zevende kruistocht is het laatste wat in de annalen van de geschiedenis over deze sires de Belcastel bekend is.   Het voormalige bezit van de Belcastels bleef vervolgens jarenlang officieel onbewoond. Het verviel in die opvolgende  jaren tot een roversnest en een thuisbasis van bandieten en moordenaars.  Uiteindelijk kochten  in het jaar 1378 de staten van Rouergue het kasteel van de koning, die er eigenlijk flink mee in zijn maag bleek te zitten, waarna het gelijk werd doorverkocht aan een belangrijke bondgenoot van de koning, namelijk  graaf, Jean III de Armagnac. Deze  aanzienlijke zuidelijke edelman verbouwde het toch al sterke fort tot een  voor die tijd  onneembaar militair bolwerk.  Later schonk de graaf het gehele bezit van Belcastel aan zijn dapperste ridder; Guillaume de Saunhac. Diens familie zou het kasteel lang in bezit houden en in de vijftiende eeuw aanzienlijk verfraaien en meer bewoonbaar maken.
Een van diens latere nazaten zou vervolgens later een aanzienlijke rol spelen in de uitbouw van het dorp en de aanleg van de huidige oude stenen brug over de rivier de Aveyron.
Toch er bleken in de zestiende eeuw weer zware tijden voor het oude kasteel op de rotsen aan te breken. Het stond weer lange tijd leeg en ging vervolgens in vele handen over. Tot ver in de negentiende eeuw diende het als opslag voor een steengroeve. Delen van de kasteelmuren werden afgebroken en de daken alsmede sommige muren stortten in. Het verval zette zich vanaf die tijd vervolgens  in rap tempo voort. In 1970 komt architect Fernand Pouillon bij toeval op de geschiedenis van de familie Belcastel terecht.  Hij besluit onderzoek te doen naar het kasteel en ontdekt dat het tot een vrijwel onherstelbare staat is vervallen.  Toch besluit hij, om op nooit echt uitgesproken reden, de resten van het vroegere machtige fort te kopen. Misschien was het een soort drang om nog eenmaal een mega project aan te vatten, of misschien was het slechts zijn zucht naar de tijden van weleer? 
Wie zal het zeggen...
Doch een ding is zeker: hij heeft in acht jaar tijd een renovatie prestatie geleverd die weinig vakgenoten hem ooit zullen nadoen. De voormalige ruïne renoveerde hij eigenhandig tot in de staat zoals het op een oude middeleeuwse tekening er moet hebben uitgezien.  En die ongekende prestatie leverde hij ook nog eens met relatief weinig professionele hulp.

Het resultaat van zijn immense inspanningen mag er wezen. Voorwaar ,al met al, een prestatie van menselijk kunnen  waarvoor de handen op elkaar mogen klinken… Nog altijd is het, thans weer zeer fraai ogende middeleeuwse fort, in bezit van de familie Pouillon. Het wordt bewoond, doch delen van het machtige fort worden ook voor culturele manifestaties, zoals kunsttentoonstellingen en toneelvoorstellingen ter beschikking gesteld. Het kasteel is fraai ingericht met tal van authentieke middeleeuwse voorwerpen.  Het is zelfs op bepaalde tijden van de dag te bezichtigen.         

Belcastel

Belcastel ligt stil te dromen in een landschap waar de geschiedenis lijkt te hebben stil gestaan. Alles rond het op de rots gelegen fort ademt een serene rust. Slechts krekels, verstoren in de warme zomermaanden, de stilte van dit prachtige stukje Zuid-Frankrijk.