×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










De geuren en kleuren van de nacht

De geuren en kleuren van de nacht


Pas als de avond valt worden veel, zogenaamde nachtvlinders, actief en gaan ze zich in de lucht verplaatsen. Er zijn soorten die men uitsluitend 's nachts kan aantreffen, doch andere soorten laten zich af en toe ook overdag zien. Sommige van die nachtvlinders zijn weinig aantrekkelijk wat kleuren betreft, gewoon omdat 's nachts die kleuren geen effect hebben. Dat heeft de natuur nu eenmaal zo bedacht. Maar er zijn ook soorten die wel degelijk een fraai jasje aanhebben. Vaak zijn dat de zogenaamde dag actieve nachtvlinders. Veel van die zogenaamde nachtvlinders hebben een voorkeur voor hun biotoop,net als dagvlinders.  Om ze te spotten moet de lezer weten dat veel nachtvlinders op geuren afgaan die in de lucht zweven. Geuren veroorzaakt door smeer of door bloeiende bloemen. Sommige nachtvlinders reageren op licht, terwijl anderen slechts op smeer reageren.  Dat in tegenstelling tot de meeste dagvlinders.  Onderstaand kunt u enkele soorten aantreffen die ik de afgelopen jaren met de ''cameralens'' overdag heb weten te vangen in hun eigen biotoop.

Soms is het verschil tussen zogenaamde microvlinders en gewone nachtvlinders heel moeilijk te leggen. Neem nu bijvoorbeeld deze leuke microvlinder rechts op de foto. Dat is de luipaarddichtmot, een microvlinder met de afmetingen van een normale nachtvlinder. Overigens is dit een vlinder die in Nederland weinig voorkomt, tenzij men veel op de heide rondloopt. Want dan kun je deze zuidelijke trekvlinder wellicht toch waarnemen in de zomermaanden. 

Deze geoogde bandspanner  is een echte nachtvlinder maar qua uiterlijk nogal variabel. Hij heeft een witte tot gebroken wit gekleurde vleugels waarover een soms een wat onduidelijke middenband loopt die op de achtervleugels vrijwel onzichtbaar is.  De middenband kan in kleur varieren van zwart tot lichtbruin, maar is vaak juist nogal donker gekleurd. Aan de middenband zit op elke voorvleugel een oog

Dit is de gewone voorjaarsspanner.  Een nachtvlindertje dat in bosrijke gebieden voorkomt.  De mannetjes hebben een stippellijn op de achterrand van de voorvleugels, die bij het vrouwtje vaak nauwelijks zichtbaar is. Ze kleuren van licht tot donkerbruin. Vliegtijd eind februari tot eind april. In het zuiden vliegen ze tot eind mei...

Dit is de  witte tijger. Een zogenaamde spinneruil die zich kenmerkt door de vele zwarte stippen op de voorvleugels. Het is een dag actieve nachtvlinder die in de maanden mei - juni met enig geluk is waar te nemen in wegbermen en bos zomen met hoog gras en veel bloemen. Komt vooral voor op wilde grond met veel zuringplanten, zoals de duinen, heidevelden en struwelen. Is soms ook in stadsparken waar te nemen.

De zogenaamde brandnetelroller komt inderdaad op bosachtige plaatsen met veel brandnetels voor.  Het is een heel fraaie dag actieve nachtvlinder die tot de grote groep micro nachtvlinders behoord.  Eigenlijk een beetje vreemde indeling zou je zo zeggen, want dit is toch een relatief flinke nachtvlinder. Hij komt in de maanden mei - juli overal in  de Benelux vrij veel voor. Ze houden zich overdag, bij zonnig weer, graag onder een blad van een boom op.

De gestreepte goudspanner is een veel voorkomende dag actieve nachtvlinder. Overal kan je deze spanner tegenkomen. In tuinen, stadsparken bossen, struwelen en zelfs weiden en rivieroevers.  Ze vliegen vanaf half mei tot aan eind augustus. Vermoedelijk in een generatie. Vrouwtjes hebben als onderscheid twee zichtbare donkere banden en zijn iets lichter gekleurd dan de mannetjes. 


Het boterbloempje is een zeer fraai dag actief nachtvlindertje. De bruine donkere vlekken op de vleugels kenmerken dit vlindertje dat in Nederland vooral in het zuiden van het land, in dichte struwelen rond open bossen met veel berken, Amerikaanse vogelkers, en dennenbomen, op de hogere zandgronden voorkomt.  Vooral op het grote landschapspark de Maashorst, gelegen in noordoost Brabant alsmede in de Belgische Kempen zijn ze soms zelfs in aantallen te spotten.

Deze zogenaamde langsprietmot behoort tot de microvlinders. Ze zijn in de maanden  mei en juni soms bij vochtig weer, duidelijk aanwezig  in open bossen met bladbomen en een onder begroeiing met brandnetels. Opvallend zijn de zeer lange sprieten bij de vaak fraai gekleurde mannetjes.

Deze dag actieve nachtvlinder noemt men de lieveling. Het is een veel in het hoge gras voorkomende nachtvlinder die met name in de zomermaanden actief is.  Soms komen ze in flinke aantallen voor.  Het is geen schuwe vlinder Ze laten zich doorgaans gemakkelijk fotograferen.

Een heel opvallende dag actieve nachtvlinder is het pracht getekende klaverspannertje.  Een heel klein vlindertje dat vanaf begin april tot eind oktober te vinden is in weilanden,wegbermen met hoog gras, bosranden met gras, en vooral stroken ruig terrein met veel klaverplanten.  Ze laten zich overdag gemakkelijk uit het gras opjagen, vliegen rap een tiental meter weg en gaan dan op de uitkijk zitten om te zien wie of wat hen heeft opgejaagd.  Het kost even tijd, maar op een gegeven moment blijft het vlindertje zitten, en laat hij zich uiteindelijk netjes op de foto zetten.

Dit is de variabele eikenuil.  Een vlindertje met een spanwijdte van 11 - 13 mm wat in een veelvoud van kleuren en vleugeltekening kan voorkomen.  Doch de meest voorkomende kleur is grijs en goudkleurig.  Soms kennen ze een vage witachtige band over de voorvleugels, maar vooral bij de geheel effen gekleurde exemplaren ontbreekt vaak elke vleugeltekening.  Ze zijn goed herkenbaar aan de relatief lange neus.  Het diertje vliegt over het algemeen in de directe omgeving van eikenbossen, in de maanden  mei - september.  Komt veel in de duinen en op de zandgronden voor.

Op deze, twee jaar geleden in de late avond gemaakte foto op de Munseheide  nabij Nistelrode, is de in de Benelux zeldzame gele snuituil te zien.  Een echte nachtvlinder die maar zelden overdag wordt aangetroffen.  Het is een mooie zandkleurige nachtvlinder met een voor snuituilen zo kenmerkende lange neus. De spanbreedte meet 14-16 mm.  Als men ze aan wil aantreffen is de kans het grootst in Zuidoost-Brabant en in de Belgische Kempen.

Deze leuke gele dag actieve nachtvlinder is de gele agaatspanner.  Een vlindertje met een spanwijdte van 15 - 18 mm. Deze vlinder lijkt sterk op de in de Benelux zeer zeldzame bessentakvlinder, doch de vleugels zijn iets hoekiger gevormd. Op de vleugels zijn enkele licht gekleurde pijlvormige vlekjes herkenbaar die de bessentakvlinder niet kent.  Deze fraaie vlinder vliegt van begin juni tot eind juli in een generatie. Ze kunnen overal voorkomen, zoals in tuinen met dicht struweel, bosranden van open bossen,  rond slootkanten met dicht riet,   in de duinen, en vooral in wilde ruige graslanden met hoog gras. Maar vooral in de Nederlandse duinstreek komen ze veel voor.

De links afgebeelde St. Jansvlinder is een aangenaam ogende, dag actieve nachtvlinder die vooral bij zonnig weer in de maanden mei - augustus in een generatie actief is. Ze behoren tot de groep ''bloed drupjes''.  Ze zijn te herkennen aan de zes rode vlekken op de voorvleugels. Er komt vooral in Zuid-Europa ook een afwijkende soort voor met gele in plaats van rode vlekken. De vlinders zijn vooral waar te nemen op zonnige dagen op plaatsen met veel schermbloemen en distels.

De St. Jacobs vlinder behoort tot de groep spinneruilen.  het is een zeer fraaie dag actieve nachtvlinder die in verschillende biotopen kan worden aangetroffen.  Heidevelden, weide, bosranden en zelfs in tuinen.  De vilders vliegen vrij lang, meestal vanaf half april tot half september in een generatie.  Het merkwaardige is dat de periode dat de vlinders uitkomen soms de rupsen periode van deze soort overlapt. De rupsen leven op het giftig gele St. Jacobskruiskruid. Ook de vlinders zijn derhalve giftig, net als de rupsen.

Deze bruine metaalvlinder die op de linkerfoto is afgebeeld is slechts sporadisch overdag waar te nemen Het grappige is dat de mannetjes meer bruin tekenen, terwijl juist de vrouwtjes die kenmerkende op hamerslag lijkende metaalkleur op de vleugels hebben.  Net als de St. Jacobs vlinder is de bruine metaalvlinder met name op het in juni bloeiende St. Jacobskruiskruid te vinden.  Ook deze vlinder is giftig. De vlinders vliegen tot eind augustus in een generatie. Ze komen met name op droge zandgronden met heidevlakten voor.  Soms zijn ze ook op droge weilanden met niet te dicht hoog gras te vinden.  Vooral de mannetjes vliegen de gehele dag rond om een vrouwtje te vinden.

Dit is de kleine groenuil. Een heel klein nachtvlindertje dat je overdag eigenlijk nooit aantreft. Meestal sluiten ze de vleugels vaak dakvormig boven hun lijf, maar soms kun je er wel eens een aantreffen die in de hitte waarin hij is terechtgekomen, de vleugels gespreid houdt. Dit uiterst kleine vlindertje met een spanbreedte van , slechts 12 mm, komt voornamelijk voor in gebieden met water. Moerassen,vochtige wilgenbossen en struwelen op vaak zeer vochtige grond. Ze vliegen van begin april tot eind oktober in drie generaties.

Het fraaie vlindertje op de linkerfoto is het vierstipbeertje. Een kleine spinneruil met een spanwijdte van maar 14 -16 mm.  Ze worden vaak opgejaagd uit  lage vegetatie. Dit nachtvlindertje vliegt met name in de schemering. Ze komen op licht, niet op smeer.  Deze leuke kleine vlinders komen met name op de zandgronden en in de duinen voor.  Vliegtijd is half juni tot eind augustus.

De foto van deze relatief grote nachtvlinder is wat minder scherp omdat mij de juiste apparatuur ontbrak om deze vlinder tijdens  zonnig weer goed  op de foto vast te leggen.  Dat ik hem toch post komt omdat het zo'n interessante vlinder is.  Dit is de zogenaamde appeltak. Een nachtvlinder van zo'n 26 - 30 mm die veel in de Benelux voorkomt, maar slechts zelden overdag wordt gezien.  Ze hangen overdag vaak in diepe rust onder bladeren van eikenbomen. Het interessante aan deze vlinders is dat ze van kleur veranderen in de eerste week na hun geboorte. De fraaie groene tint die ze na hun geboorte hebben, verdwijnt meestal na een paar dagen tot een week om dan een gebroken witte kleur aan te nemen. De banden op de vleugels worden dan ook meer zichtbaar. De jonge vlinder op de foto zat vermoedelijk in zo een kleurproces.  Ze vliegen doorgaans in de late avonduren van begin mei tot eind september.  Vooral in bossen met veel hoge eiken en beukenbomen kun je ze soms aantreffen.

Het donsvlindertje komt overal in Nederland op de zandgronden voor, maar je ziet ze weinig. Alleen bij gematigd zonnig weer is er soms een kans er een aan te treffen. Het is een schitterende kleine nachtvlinder die overdag graag onder het blad van een berk, beuk, sleedoorn of eik hangt, doch tegen de late avond als de zon weg is, plotseling zeer actief wordt. Ze vliegen over het algemeen van half juni tot eind september in een, soms zelfs in twee generaties.  Ze laten zich moeilijk benaderen en vliegen rap op indien de fotograaf op minder dan twee meter afstand komt.  Persoonlijk vind ik dit zelf een der mooiste nachtvlinders.

De vlinder rechts op de foto is de zogenaamde bruine daguil.  Deze vlinder behoort tot de groep spinneruilen. Het is een dag actieve nachtvlinder met een spanwijdte van 13-15 mm.  Het is een vlinder met een warm bruine tot lila kleurende tint. Deze prachtige vlinder vliegt van half april tot eind augustus in parken, bosranden en  soms zelfs in stadstuinen.  Ze komen vooral in de zuidoostelijke helft van Nederland en delen van oostelijk Belgie voor.

De baardsnuituil op de linker foto kom je soms tegen in open bossen met eikenbomen en veel struweel op de grond. Het is een kleine nachtvlinder met een spanwijdte van 14-16 mm. Ze vertonen soms een heel lichte, tegen wit aanleunende bruine grondkleur, welke overigens duidelijker kleurt als de vlinder in het zonlicht komt. De tekening op de vleugels is meestal vaag.  Je treft ze vooral aan in eikenbossen waar ze overdag soms aan de onderkant van een blad rusten. Opvallend bij snuituilen is de lange neus, die alleen bij deze vlindersoorten voorkomt.

Een der meest bizarre nachtvlinders vind ik zelf de zogenaamde gamma uil. Het is een heel bijzondere, veel voorkomende nachtvlinder die helemaal vanuit Zuid-Europa naar onze noordelijke streken komt, om in de herfst weer terug te vliegen. Het is een zogenaamde trekvlinder die overal in de Benelux kan worden waargenomen.  Als de vlinder de vleugels boven zich heeft opgetrokken lijkt de aanblik op een soort masker.  Het zijn zeer actieve vlinders die op licht komen en vooral sterk ruikende nectarplanten bezoeken. Ze vliegen van half mei tot eind oktober.

Het kleine vlindertje op de linker foto is een zogenaamde bosspanner.  Een nachtvlindertje met een vleugelwijdte van slechts 12-13 mm.  Het mannelijke vlindertje heeft draadvormige antennes. De kleur van de vleugels ligt meestal tegen gebroken wit of heel licht bruin aan. Vleugeltekening is meestal heel vaag zichtbaar. Vaag zijn vier stipjes op de vleugels zichtbaar. Ze vliegen doorgaans van begin juni tot half september.


Ondanks zijn omvang behoort de parelmoermot niet tot de macro nachtvlinders maar tot de zogenaamde microvlinders.  Het is een sierlijke en fraaie dag actieve (nacht)microvlinder die vanaf juni tot eind augustus soms zichtbaar aanwezig is.  Vooral als de distels en kattenstaarten bloeien kan je deze  vlinder aan de waterkant aantreffen.  De vleugels van deze vlinder lijken in de zon soms wel doorzichtig. 

De groene eikenbladroller behoort ook tot de micro vlindertjes.  Dit leuke vlindertje is met name na een flinke regenbui in bossen met eikenbomen en veel brandnetelstruweel in de maanden mei en juni, soms zeer talrijk waar te nemen

Deze mooie wit met zwarte nachtvlinder heet  het mendica beertje. Dit is een zogenaamde beervlinder. Het is een dag actieve nachtvlinder met een spanwijdte van 15-17 mm.  De voorvleugel is vrij breed en heeft een variabel patroon van zwarte stippen en vegen.  De vrouwtjes zijn echt geheel wit. De mannen kunnen wit, bruin en grijs zijn. Ze vliegen van begin april tot begin juli in een generatie.  Alleen het vrouwtje is overdag actief. Deze leuke vlinder komt in Nederland slechts voor op de zandgronden van het binnenland, alsmede in Brabant en Zeeland.  Ze houden van open bossen, struwelen, ruige begroeide duingebieden en wilde graslanden.

Deze leuke spanner noemt men het klaverblaadje. het is een dag actieve nachtvlinder met een spanwijdte van 14 - 16 mm.  Ze zijn goed herkenbaar aan de merkwaardige pootafdruk op de voorvleugels en aan de puntige achterste vleugels. Ze vliegen van eind april tot eind augustus in twee generaties.  De vlinders komen op licht. Men kan ze vooral aantreffen in open bossen met veel berken en beuken, vaak op kalkrijke zandgrond. Ook zijn ze soms tegen de avond op heidevlakten te spotten  

Een ander micro nachtvlindertje is het kroosvlindertje. Dit leuke kleine witte vlindertje blijkt bij nadere bestudering een prachtig mooie donkere tekening op de achtervleugels te hebben.  Eind augustus kun je de vrouwtjes vaak  op eendenkroos in sloten zien liggen waarop hun eitjes worden afgezet.

De laatste vlinder die ik in deze nachtvlinderblog noem is het schitterende, zeer actieve kolibrievlindertje.  Een pijlstaartje dat ook in de Benelux in de zomermaanden vaak in de avonduren te spotten is.  Deze vlinder vliegt al heel vroeg in het jaar. In Zuid-Frankrijk worden ze soms al eind februari gespot, maar in de Benelux is de kans in de zomermaanden het grootst om er een op de foto vast te leggen.  Vooral in de tijd dat de vlinderstruiken bloeien. Het is een trekvlinder die in sterk wisselende aantallen de noordelijke Europese landen vanuit het zuiden van Europa bezoekt. Meestal gaan ze omstreeks eind september tot half oktober weer naar zuidelijke regionen terug.


De foto's in dit blog zijn eigen foto's. Gebruik door derden, voor welk doeleind dan ook,  is zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar/fotograaf niet toegestaan. Op de foto's rust auteursrecht!




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties