Een gevaarlijke vriendschap - Deel 10


De volgende dag om kwart over zeven gaat de wekker. Op zaterdagochtend gaat Anne altijd een uurtje paardrijden. Vandaag wat eerder dan normaal, aangezien ze rond de klok van elf heeft afgesproken met Remco. Voordat ze haar afspraakje heeft, wil ze wel nog even de tijd nemen om zichzelf op te kunnen frissen. Tijdens het ontbijt vertelt ze haar ouders dat ze na het paardrijden heeft afgesproken met één van haar vriendinnen. Haar ouders zouden vast en zeker flippen als Anne zou vertellen dat ze in werkelijkheid had afgesproken met een jongen die ze had leren kennen via het internet. ‘Een leugentje om bestwil moest in dit geval dan ook kunnen’, denkt Anne daarom bij zichzelf. Toch vind ze het één van de moeilijkste dingen ooit, nooit eerder heeft ze tegen haar ouders gelogen. Het voelt ergens wel heel onprettig. Ze voelt haar hartslag in haar keel kloppen wanneer ze haar ouders de mededeling overbrengt. Ondertussen let ze heel erg op de uitdrukking in de gezichten van haar ouders. ‘Zouden ze door hebben dat ik lieg?’, denkt ze bij zichzelf. Ze hoopt natuurlijk van niet. Gelukkig zoals iedere ochtend tijdens het ontbijt, zijn haar ouders volop in gesprek over hun werk. Ze merken dan ook niet op dat Anne zich wat onprettig voelt deze ochtend. ‘Een geluk bij een ongeluk’, denkt Anne. Juist omdat haar ouders zo druk in gesprek zijn, hebben zij niet de spanning gezien bij Anne.

Nu maar hopen dat ook haar kleine broertje Joris niks in de gaten heeft gehad! Hij kan zo’n ontzettende flapuit wezen. Ongetwijfeld dat hij het aan haar ouders zou vertellen als hij iets gemerkt zou hebben. Maar zoals iedere ochtend zit ook Joris weer eens geen seconde stil. Hierdoor ligt er weer eens meer brood onder de tafel, dan op zijn bord. Hij is zo druk bezig dat hij niet opgemerkt kan hebben dat Anne een leugentje verteld heeft. Ze besluit dan ook om het maar verder te laten voor wat het is. Ze geeft er verder geen aandacht meer aan. Ze pakt een boterham, smeert er een dikke laag boter op en kiept zowat een heel pak hagelslag op haar brood. Snel eet ze haar boterham op. ‘Mag ik van tafel?’, vraagt ze met haar mond nog half vol. Haar ouders kijken haar beide aan en mompelen dan iets wat op een ja lijkt. Anne snelt van tafel, zodat ze zich klaar kan maken om te gaan paard rijden.