Een gevaarlijke vriendschap - Deel 18


Terwijl Anne omringd wordt door de vijf vrienden van Remco, slaat de paniek haar naar de keel. ‘Hoe is ze in vredesnaam in deze situatie terecht gekomen?’, denkt ze. Wat allemaal begon met een leuke en onschuldige vriendschap, lijkt nu ineens een gevaarlijke vriendschap geweest te zijn.

‘Wat willen de vrienden van Remco van haar?’, ‘En waarom doet Remco niets?’. Anne voelt zich licht en duizelig worden. De situatie waarin ze verzeild is geraakt, benauwd haar steeds meer en meer. Ze moet hier weg, maar weet niet goed hoe. De vrienden van Remco laten haar niet gaan. ‘Ik moet nodig naar de wc’, zegt Anne dan. De vrienden van Remco kijken Remco aan en deze knikt instemmend. ‘Ik kan best alleen naar de wc hoor’, zegt Anne. Strompelend sleept ze zichzelf voort richting de wc. ‘Een raampje’, denkt ze opgelucht als ze de wc binnenkomt. ‘Heel misschien pas ik daar wel doorheen en kan ik zo de situatie ontvluchten’. Ze klimt zo voorzichtig als maar kan op de rand van de wc en doet een poging om zichzelf door het raampje heen te wringen.

Als de poging lukt is Anne dan ook zeer tevreden over haar prestatie. ‘Maar wat nu?’, denkt ze bij zichzelf als ze ziet waar ze is. Deze buurt komt haar niet bekend voor. ‘Waar ben ik ergens?’, vraagt ze hardop aan zichzelf. Ze kijkt de straat rond en kan niets bekend ontdekken. Ze weet niet goed welke kant nu op te gaan. Moet ze nu linksaf slaan of rechtsaf slaan om naar huis te gaan? Het helpt ook niet mee dat ze zich ontzettend licht en duizelig voelt in haar hoofd.

Dan ineens hoort ze achter haar de stem van Remco. Hij roept iets, maar wat, dat is onverstaanbaar. ‘Shit, hij komt deze kant op’, denkt Anne. ‘Ik moet weg’. Zo snel als ze kan rent ze een kant op. Achter haar hoort ze nog steeds Remco roepen. Ze wil niet luisteren! Ze wil niet achterom kijken! Ze wil weg! Weg uit de situatie waarin ze net zat.