Kungsleden: een tocht van Nikkaluokta naar Abisko


Het idee was, om eens iets ontzettend gaafs te gaan doen. Iets wat ik nog nooit had gedaan, me erg mooi leek, maar waar ik ook wel wat angsten voor moest overwinnen. Na enige tijd wikken en wegen wàt dat dan zou kunnen zijn, tipte iemand me met een geweldig idee: Zweeds Lapland. Loop het Kungsleden pad. Dus dat deed ik, althans, ik liep een deel van de route: 140 km met een bepakking van 18 kilo op mijn rug. Met daarin alles om het in mijn eentje te overleven. 

Want dat ik alleen zou gaan, dat stond al snel vast. Het zou mijn eerste vakantie na de scheiding zonder mijn kinderen zijn, en daar zag ik tegenop. Als een berg. Maar ik voelde dat als ik iemand mee zou nemen, of voor een hele andere vakantie zou kiezen, het me af zou leiden van iets waar ik toch doorheen zou moeten. Ik koos dus de moeilijkste weg, maar verreweg de mooiste!

De Kungsleden, het Koningspad, of in het Engels ‘The Kings Trail’ is een route die loopt van Hemavan (216 inwoners) naar Abisko, in het uiterste noorden van Zweeds Lapland, vlakbij de Noorse grens.  De route is langer dan 500 kilometer, en aangezien dat me niet zou gaan lukken in een tijdsbestek van twee weken (inclusief reis) besloot ik een deel van deze route te gaan lopen. Het noordelijkste stuk zou het mooist zijn, zo begreep ik tijdens mijn vooronderzoek. Ook las ik ergens dat je ‘beter’ van zuid naar noord kon lopen in plaats van andersom, vanwege de laaghangende zon die je dan achter je hebt. De route vanaf Nikkaluokta biedt de mogelijkheid om onderweg de Kebnekaise te beklimmen, de hoogste berg van Zweden, waarna je bij Singi op het Kungsleden komt. De afstand van Nikkaluokta naar Abisko is 110 km, maar inclusief deze beklimming kom je uit op 140 km.

Het noordelijkste deel van Zweden is te bereiken per vliegtuig, wanneer je vliegt op Kiruna. Vanaf Kiruna gaat er een trein naar Abisko, het officiële startpunt van de Kungsleden, of een bus naar Nikkaluokta, mocht je daar willen beginnen. Je kunt ook vliegen op Stockholm en vanaf daar de poolcirkeltrein nemen richting Kiruna of Abisko. Je bent dan 17 uur onderweg, maar je kunt een bed boeken. Lees al mijn praktische (reis)tips in deze aparte blog. Zelf besloot ik op 3 augustus 2018 te vliegen naar Kiruna. Ik wilde namelijk zo snel mogelijk beginnen met mijn tocht, en 17 uur in een nachttrein leek me een geschikt plan voor de terugweg. 

Dag 1 - Nikkaluokta

Doordat mijn bagage een dag later arriveerde, kon ik niet starten zoals gepland. Maar toen ik mijn tas eenmaal had, nam ik een bus richting Nikkaluokta. Ik kwam daar pas aan het einde van de middag aan, maar aangezien het zo ver boven de poolcirkel amper donker wordt rond deze tijd van het jaar, wist ik dat ik wel enige tijd kon doorlopen.  Mijn oorspronkelijke plan was om eerder die dag te vertrekken en van Nikkaluokta naar het Kebnekaise Fjällstation te lopen. Daar zou het nu echter wel wat te laat voor zijn, ik was hier bovendien om volledig te ontstressen. Dus in the middle of nowhere ging ik mijzelf  geen druk opleggen. Ik zou wel zien hoe ver ik zou komen. De route van Nikkaluolta naar het Kebnekaise Fjällstation en van daaruit naar Singi, is nog geen onderdeel van het Kungsleden. Vooral het eerste stuk vanaf Nikkaluokta is best druk vergeleken met de rest van de route. Dit komt, zo heb ik mij laten vertellen door locals, doordat de Kebnekaise een ‘ding’ is voor veel Zweden. Als Zweed moet je die top een keer hebben bereikt, dit is het hoogste punt van Zweden. Veel mensen die ik dus trof in dit gebied hadden en de beklimming van deze berg als doel, om vervolgens weer terug te gaan. 

Op dag 1 bereikte ik dus niet mijn vooraf geplande doel en ik zette rond een uur of half elf in de avond mijn tentje op, zo’n 10km na Nikkaluokta. Dat met die muggen, waarover ik had gelezen, had niemand overdreven. Hoewel ik het enorm spannend vond zo’n eerste nacht alleen in een tentje in de wildernis, besloot ik er maar zo snel mogelijk in te springen want ik werd nogal lek gestoken. Ik had ook gelezen dat je je eten beter in de boom kon hangen, dus dat deed ik ook maar. Mijn tent van 980 gram was net een doodskist, maar hij was licht en ik paste er met mijn bagage net in. Ik had me vooraf voorgesteld dat ik compleet in paniek zou raken, alleen in die tent. Buiten. Ver weg van alles wat ik ken. Maar omdat ik wist dat angst niet oneindig is, niet alleen maar kan toenemen, wilde ik dit juist aangaan. Ik had genoeg mensen mee kunnen vragen, maar ik voelde dat ik het alleen moest doen op dit punt in mijn leven.

En ik had gelijk. 

Het was niet zo eng. Wanneer ik stress voelde, keek ik even naar buiten door het ‘raampje’ van mijn tent en zei mezelf: ,,Maaik, er is niets en niemand. Het is hier helemaal ok. Je kunt gewoon gaan slapen.” Dat deed ik. Ok, ik werd heel vaak wakker. Het was ook de hele nacht licht. Maar het werd vanzelf ochtend, en zo overleefde ik mijn eerste nacht alleen, in een tentje, in de Zweedse wildernis. 

Dag 2 - Kebnekaise Fjällstation

Ik maakte een ontbijtje, pakte mijn spullen in en vertrok richting het Kebnekaise Fjällstation. Het was behoorlijk warm, de 2 liter in mijn waterzak raakte op en ik zocht een stroompje om hem te vullen. Mijn waterfilter had ik, toen ik kritisch door mijn spullen ging kort voor vertrek, toch thuisgelaten. Overal las ik namelijk dat je het water er gewoon kunt drinken. Dat was moeilijk voor te stellen, maar ik besloot er toch op te vertrouwen dat dit gewoon kon. Deze dag moest ik leren te onthaasten. Het was bloedheet, niets iets wat je verwacht als je boven de poolcirkel zit. Dus ik nam redelijk vaak een pauze om het adembenemende natuurschoon in me op te nemen. Het is zo overweldigend en die dag wist ik nog niet dat het alleen maar mooier zou gaan worden. Ik had last van hoofdpijn, decompressie vermoedde ik. Ik kwam regelrecht uit de drukte, had  daar bovenop nogal wat stress te verduren gehad door de kwijtgeraakte bagage en stond nu midden in de rust. Het enige geluid dat ik hoorde was dat van stromend water en mijn hoofd moest hier geloof ik nogal aan wennen. Net als aan het alleen zijn met mijn eigen gedachtes. Af en toe bedacht ik me ineens dat ik dit dus echt aan het doen was. Dat er werkelijk ideeën bestaan die je geweldig lijken, maar meestal blijft het bij dromen. Ik had dit gewoon gedaan. Was dit aan het doen. Iedere keer als er een hobbel was op het pad der voorbereidingen, had ik een oplossing gevonden. Tot ik gewoon vlieg- en treintickets boekte. Omdat ik er toen zeker van was dat ik dit gewoon kon. En nu was ik  daadwerkelijk met een bepakking op mijn rug door de wildernis aan het lopen. 

Rond het middaguur arriveerde ik bij het Kebnekaise Fjällstation. Dat was best een vreemde gewaarwording, want het is een redelijk groot bergstation, met een restaurant en winkel. En dat midden in de natuur. Het tijdstip van aankomst was niet heel erg handig. Als ik de dag ervoor was aangekomen, had ik vanochtend vroeg kunnen beginnen met de beklimming van de Kebnekaise. De vertraging van de bagage zou me een dag kosten, en ik kon vandaag niet meer verder lopen. Ik besloot mezelf te trakteren op een goede lunch in het bergstation om vervolgens eens te bedenken hoe ik het aan zou gaan pakken. Ik hoefde met niemand te overleggen, dat was ook redelijk nieuw voor me. Hoe wilde ik dit doen? 

Al gauw besloot ik dat ik mijn mindset moest veranderen. Waarom zou ik per sé vandaag verder moeten lopen? Ik had mezelf genoeg speling gegeven, elk oponthoud had ik ingedekt. Ik had verhalen gelezen van mensen die maar in een x-aantal uren deze route hadden gelopen. Maar waarom zou ik ook maar enige stress en/of prestatiedruk meenemen naar deze fantastische omgeving? Waar de tijd sowieso stil leek te staan, er niet meer toe deed. Waarom zou ik niet gewoon de rest van de dag ‘lekker’ nietsdoen? Me voorbereiden op morgen. Want ik was er nog steeds niet uit of ik nou de oostelijke of westelijke route naar de top van de Kebnekaise zou nemen. Oost was korter, maar technischer. Je moet met een gids mee over een gletsjer en een stuk langs een via ferrata. Dat trok me erin aan, maar aan de andere kant had ik helemaal geen zin om een ander mijn tempo te laten bepalen. 

Na wikken en wegen en wat gesprekjes met andere bergwandelaars, besloot ik zelf de westelijke route te nemen. 9 km heen en 9 terug. Die middag huurde ik een dagrugzak en een set stijgijzers. Die zijn namelijk onmisbaar voor het laatste stuk van 50 meter, om de top te bereiken. Vervolgens liep ik een stuk van het bergstation vandaan en zocht ‘a place with a view’ om mijn tentje weer op te zetten. Tevreden met al mijn beslissingen van die dag en de plek waar ik zou overnachten, keek ik achterom toen ik een prachtige regenboog zag. Na een avondmaaltijd was ik klaar voor een tweede nacht in de natuur. De enige keer dat ik een wekker zette, zodat ik vroeg kon beginnen met de beklimming van de hoogste berg van Zweden. 

Benieuwd hoe de beklimming me verging?  Check dan deze blogs:  

Dag 3 - de Kebnekaise
Dag4 - Kungsleden, here I come!
Dáár is dan eindelijk de Kungsleden

Lijkt het je ook wel wat om de (Zweedse) wildernis te verkennen? Lees hier waar je allemaal aan moet denken bij de voorbereidingen qua uitrusting! Ook zette ik de praktische tips op een rij in deze blog.