En toen was haar geluk op - de engelen


Mijn moeder had de dokter gebeld voor de uitslag van de echo en gezegd dat ze het niet meer redde thuis. De huisarts besloot toch maar een opname te gaan regelen, ze moest nu echt gaan aansterken. Het ziekenhuis was vol, mijn zus moest met haar naar de eerste hulp en via die weg werd ze ’s middags dan toch opgenomen. Er was in haar buik een ‘massa die er niet hoorde’ gevoeld op de eerste hulp, er zou een CT scan volgen. Gevreesd werd dat de kanker terug was.

Woensdagochtend werd er een CT scan gemaakt waarvan ’s middags de uitslag werd besproken. De oncoloog, haar eigen oncoloog, zei het netjes maar wond er ook geen doekjes om. De kanker was terug, of in ieder geval, dat het kanker is, is duidelijk. Of het de borstkanker is? Hoogstwaarschijnlijk wel, maar dat moest nader onderzocht worden. De kanker zit achter het borstbeen, langs de slokdarm, tot hoog in de hals, wat het moeizame eten verklaarde. Daarbij genomen de opmerking van de massa die in haar buik te voelen was, net onder haar ribben, is dat al een hele oppervlakte. Ook in de long was wat te zien, weefsel en vocht en het buikvlies zag er ‘onrustig’ uit. Het zat dus overal. Er waren nog een aantal medicijnen die erop losgelaten konden worden, te beginnen met hormoontherapie, zodra zeker was dat het dezelfde kanker was die terug was. Niks zal lang werken, maar al met al kon het nog wel een tijd gerekt worden en wellicht een beetje teruggedrongen worden. Patiënten met een dergelijk beeld hadden een prognose van één tot zes jaar, werd gezegd. Die zes jaar leek mij lang, als ze nu al zo slecht at en het op het buikvlies zat? We waren er wonderlijk gelaten onder, natuurlijk waren we er bang voor, bij zulke klachten kon het immers niet zo zijn dat er niks gevonden werd. Mijn moeder gaf aan even in de badkamer van haar ziekenhuiskamer haar mond te gaan spoelen en dan even te gaan liggen, ze was moe. Mijn zus en ik werden dus eigenlijk een beetje weggestuurd, nadat ze ons op het hart gedrukt had voorzichtig te rijden. Zo liet ik haar woensdag om vijf uur ’s middags achter.

 Donderdag, hemelvaartdag. Ik had afgesproken dat wij haar ’s morgens zouden bezoeken, ik had het gevoel dat dat belangrijk was. Om half elf begon het bezoekuur. We kwamen de kamer in en mijn moeder lag nog in bed en ze lag aan het zuurstof, een ‘snorretje’ noemen ze dat geloof ik. Dat is vreemd. Ze had heel slecht geslapen, tot vijf uur wakker gelegen en toen had ze om een oxazepammetje gevraagd om toch nog wat te slapen. Meteen daarna kwamen twee verpleegkundigen binnen met een kar, er moest een foto gemaakt worden en wij moesten de kamer even verlaten. Op de gang vroegen we een verpleger wat er aan de hand was. Kennelijk was mijn moeder vroeg in de morgen ineens verder verzwakt. Ze ademde snel en ze was ontzettend moe, ze maakten zich zorgen. Er zou een ook nog ECG worden gemaakt en bloed geprikt. Dat bloed prikken, dat is al haar hele leven een groot probleem. Haar aders zijn nooit te vinden en toen ik eerder bij haar was met mijn zoon en dochter, vertelde ze dat er weer eens geen ader gevonden kon worden en dat er bloed afgetapt was via haar vinger, ‘alsof ze aan het melken waren’. Het was een soort slachting geworden, aldus mijn moeder, bloed zat op het bed, op de grond, op de verpleegster. Kennelijk was er meer gemorst dan daadwerkelijk opgevangen, als ik haar mocht geloven. Ook nu moest er weer ‘gemolken’ worden. Toen dit alles gedaan was, mochten we weer even bij haar. Wat was ze ineens zwak! We bleven nog wat en besloten toen toch maar weg te gaan. Omdat het al ruim lunchtijd was, eerst maar even een broodje beneden in het restaurant. Daar kwam een verpleegster naar ons toe met het verzoek straks toch nog even boven te komen. Het SID (Spoed Indicatie Team) was bij haar. We mochten even bij haar, wel werd er gewaarschuwd dat de kamer vol stond met artsen en verpleegkundigen. Zeven waren het er geloof ik. Mijn moeder in haar bed als middelpunt. Toen ik binnenkwam keek ze me aan en haar gezicht klaarde op. ‘Ik ben er nog’ zei ik tegen haar en ik mocht dichterbij komen staan. Ze wilden haar naar de intensive care hebben, dat vond ze een tegenvaller. Ze werd meegenomen. Ze zou een infuuslijn in de lies krijgen. Dat kon, wegens haar aderen, wel anderhalf uur duren en moest steriel gebeuren, wij moesten in de wachtkamer wachten.

We hebben de rest van de familie ingelicht. Toen de lijn was aangelegd, mochten we even bij haar. Er zou een nieuwe CT scan gemaakt worden. De dag ervoor was er ook eentje gemaakt, maar nu toch nog maar één, aangezien er kennelijk iets was veranderd in de tussentijd. Mijn moeder vond het maar niks op de intensive care. ‘Wat een rommel is het hier, moet je kijken, in mijn andere kamer is het veel gezelliger. Lig ik hier met mijn bed tussen al die bende in. En de verzorging is hier ook lang niet zo goed hoor, ik heb nog niet eens een slokje water gehad.’ Eind van de middag hadden we een gesprek. Op de scan was te zien dat haar hart ineens ontzettend achteruit was gegaan. Zowel de linker- als rechterhartkamer waren zwaar verzwakt. Dat kon eventueel door een hartaanval die ochtend gekomen zijn of kon ook gevolg zijn van de chemo die ze eerder gehad heeft. Vooral de chemo na de eerste borstkanker staat bekend als belastend voor het hart. Ze stonden voor een dilemma. Eigenlijk wilden ze zo snel mogelijk bloedverdunners geven. Het dilemma zat hem in het feit dat er voor de volgende dag een punctie gepland was van het kankerweefsel en als ze nu zouden starten met bloedverdunners, zou morgen die punctie niet gedaan kunnen worden en dat was wel belangrijk voor de behandeling van de kanker. Nu was er dus een risico, want het hart had het zwaar. Ik zei dat ik niet wist waar ik op hoopte. Een hartstilstand nu zou haar een lange lijdensweg besparen. De arts vond het fijn dat ik dat zei, want zij had met haar team al besloten dat ze mijn moeder niet zouden reanimeren, mocht dat zo ver komen, ze was dus blij dat wij als familie datzelfde standpunt innamen. Hartfalen, jeetje, dat kwam er ook ineens nog bij, daar was nooit een aanwijzing voor geweest. Of had haar ziel besloten een makkelijker weg te kiezen en haar lichaam een lijdensweg te besparen? Ik hoopte het maar. 

Vrijdag had ze net de punctie gehad toen we kwamen. Ze was nog niet bijgekomen uit het roesje dat ze had gekregen voor de ingreep, maar kwam langzaam bij. De oncoloog en de intensive care arts kwamen erbij. De punctie was mislukt omdat de slokdarm zo dicht zat dat er geen slang doorheen kon. Het was wel gelukt er een klein slangetje doorheen te krijgen voor de sondevoeding. Dit slangetje loopt door de maag de darm in. Ook was er die ochtend 900 ml vocht uit de longen gehaald en was uit de uitslagen gebleken dat ze een fors hartinfarct had gehad op donderdagochtend. Er werd gestart met een prednison-achtig middel om de zwelling in de slokdarm enigszins te verminderen en ook de bloedverdunners werden weer gestart om het hart te ontzien. Maar veel meer kan er niet gedaan worden. Het is nu niet duidelijk welke kanker het is, dat wordt ook niet meer gecheckt, want alle behandelingen die erop gericht zijn om dat nog enigszins aan te pakken, hebben weken nodig om aan te slaan en die tijd is er niet meer. Alles is er nu dus op gericht om te zorgen dat ze geen pijn heeft en als ze dat wel krijgt, wordt er morfine toegediend, dat is dan tevens het eindstation. Als er dan nog pijn blijft, wordt ze in slaap gebracht. Ze zou ook weer teruggaan naar de afdeling boven, want een intensive care behandeling is nu niet meer op zijn plaats.

Mijn zus en ik hebben tegen haar gezegd dat ze mocht gaan, dat ze niet meer hoefde te vechten. Dat we niet willen dat ze lijdt. Dat wist ze wel, maar ze deed het toch, zei ze, want ze kan ons allemaal niet missen. Ik heb gezegd dat we allemaal van haar houden, maar dat ze mag gaan. Heel emotioneel, maar ik ben wel heel blij dat ik het haar allemaal heb kunnen zeggen. Ze was moe, zo intens moe…

Zondagochtend was ze warrig, ze had haar sonde eruit getrokken, maar wist daar niks van. Maandagochtend lag de centrale lijn, het infuus in haar lies, eruit. Had ze er zelf uit getrokken.  Het lijkt erop dat ze alles wat haar helpt, probeert te torpederen, ze wil geen sondevoeding, want daar wordt ze sterker van en ze wil die centrale lijn eruit, want daardoor komen medicatie en vocht binnen. Dus voor het familiegesprek naar het ziekenhuis. Bij binnenkomst zegt ze meteen: ik hoef niet meer te vechten van jullie toch? Dat hoeft toch niet meer? Nee lieve schat, je hoeft niet te vechten, ga maar met de engelen mee. 

Het gesprek is duidelijk. Een nieuwe sonde wordt niet aangelegd, we laten haar gaan. Ze is ook doodmoe, valt tijdens het gesprek al even min of meer in slaap en vindt alles best, haar meiden weten wel wat ze wil en wat ze moeten doen. Ze wil graag een kopje thee, maar dat duurt lang, 'ze zijn wel lief die verpleegsters, maar het duurt allemaal zo lang', zegt mijn moeder. Ik denk dat wij er geen idee van hebben hoeveel dorst ze heeft. De thee schiet niet op, maar wordt uiteindelijk gebracht, ze vindt het heeeeerlijk, ze moet zo’n ontzettende dorst hebben!

Mama is moe, we gaan er vandoor. Hoe snel gaat dit? Iemand die nauwelijks iets kan drinken, geen vocht meer krijgt en een liter vocht per dag via haar longen verliest. Ook nog wat urine, maar de nieren hebben het ook al zwaar. Mijn kinderen gaan ’s avonds nog naar haar toe. Ze is nog steeds helder en maakt grapjes, ook over de thee en een rietje. 

Dinsdag. De telefoon gaat om 5.15 uur. Mama is erg onrustig geweest de hele nacht. We gaan erheen. Ze heeft kennelijk ieder uur afgelopen nacht 5 mg morfine gehad, maar dat heeft haar niet rustiger gemaakt. De artsen komen. Ze willen van die onrust af, ze willen haar rustig laten zijn en er wordt besloten met een slaapmiddel te starten. Ze valt er heel snel van in een diepe slaap, waar ze ook niet meer uit zal ontwaken. We zitten erbij tot een uur of 11. 's Avonds komen we terug en ook woensdag en donderdagochtend zitten we uren naast haar, terwijl we haar hand vasthouden. Ze ademt vaak snel, hoog en kort, maar verder geen tekenen dat het snel zal stoppen. Dit kan nog wel een week duren. Ik heb 's avonds astrologie en besluit daar toch maar heen te gaan, mijn zus zal dan nog even bij haar langs gaan. 

Astrologie ja, dat was het plan. Mijn zus is om 18.35 uur bij mama. Ze lag met haar hoofd naar het raam, naar het licht, deed even later haar ogen open en keek naar het licht, er rolde een traan uit haar oog en weg was ze. Ze is rustig weggegleden, begeleid door de engelen, die al dagen naast haar bed hebben gewacht tot ze zover was, tot ze ons kon loslaten. Iets later, toen ik inmiddels ook gearriveerd was, zagen we zes hete luchtballonnen in de verte, zes, op de zesde van de zesde. De zonsondergang was werkelijk schitterend, ze heeft er een mooie lichtshow van gemaakt. Ze heeft rust nu, haar welverdiende rust. Mijn lieve moeder, mijn dappere moeder die niet echt een makkelijk leven heeft gehad, maar altijd naar de zon keek en altijd maar doorzette. Ze is niet meer op deze aarde.

Het werd avond.

Zijn wij uitgevochten, vroeg een vrouw

Wij zijn uitgevochten, zei een engel

 

En de engel tilde de vrouw op,

hield haar tegen het licht

en zei: je bent doorzichtig nu

 

Laat me maar los, zei de vrouw

En de engel knikte en liet haar los.