Over Genderneutraal en het Vrouwenquotum


Genderneutraal, je hoort het steeds meer. In Engeland is een stel dat al 17 maanden het geslacht van hun kind geheim houdt. Behalve één van de oma’s, die tijdens het oppassen een luier moest verschonen, weten alleen de ouders of het een jongen of een meisje is. Ze willen dat hun kind zich ontwikkelt zoals ‘hen’ het zelf wil en voelt. Alsof dat niet kan als vanaf het begin duidelijk is of je een jongen of een meisje bent. Een kind van anderhalf is daar echt niet mee bezig. Mijn zusje speelde vroeger met autootjes en playmobil, had kort haar en reed buiten op een skelter, terwijl ik met mijn poppen en Barbies binnen zat. Mijn zoon speelde als kind graag met zijn plastic speelkeukentje, waarvan ik me herinner dat een schoonzus het meisjesspeelgoed vond. Hij wilde een tijdlang kok worden. Ik vond het reuze grappig om te zien hoe jongensachtig hij was, uit zichzelf. Ik kom uit een meisjesgezin, een graafmachine was mij nooit bewust opgevallen. Mijn zoon wel. Luidkeels meldde hij het altijd als hij iets dergelijks zag: “Kijk mama, een HAPPER!”

Van de week plaatste ik mijn blog over mijn voormoeders die allemaal Ida heetten op een Engelstalige genealogiesite. Een Amerikaanse reageerde. Het blog heette: ‘Ida, the name of my ancestresses’. Haar reactie: ‘Ancestresses? How about trying a gender neutral word like ancestors? Easy to say, easier to spell, accurate for all sexes’. Wat een idiote reactie. Ten eerste ben ik de schrijver en maak ik dus zelf uit welk woord ik gebruik en ten tweede ging het om enkel vrouwen. Mag ik dat niet zeggen? Gelukkig kreeg ik bijval, maar het zette me wel aan het denken. Nog even en we moeten ons schamen als we een groep vrouwen ook een groep vrouwen noemen, maar moeten we ze aanduiden als een groep mensen. Waarom moeten we ineens allemaal genderneutraal worden omdat iemand bedacht heeft dat dat moet? Zijn we dan zulke kuddedieren geworden?

Waar aan de ene kant gestreefd wordt naar genderneutraal, speelt tegelijkertijd het fenomeen ‘vrouwenquotum’. Om meer vrouwen in topfuncties te krijgen, moeten bedrijven verplicht worden om een bepaald percentage vrouwen aan de top te hebben. Waarom nu ineens wel sekse-specifiek? Iets dergelijks is ook al eens geprobeerd met gehandicapten, volgens mij, geen idee of dat gelukt is, je hoort er nooit meer iets over.

Ik ben tegen het vrouwenquotum. Laat gewoon de beste kandidaat de baan krijgen, of dat nou een vrouw is of een man. Bedrijven waar de directie geen vrouwen in topfuncties wil hebben, of die bij voorkeur hun ‘vrindjes’ vrijgekomen functies toeschuiven, zorgen er toch wel voor dat ze er onderuit komen. Stel dat bij een vacature tien mannen solliciteren en één vrouw, dan zou de vrouw dus de baan moeten krijgen, terwijl alle tien de mannen misschien wel geschikter zijn!

Het is gewoon vaak zo dat vrouwen liever parttime werken en wat is daar mis mee? Vrouwen die wel carrière willen maken, kunnen dat gewoon doen, ook daar is niks mis mee. En misschien zijn parttime werkende vrouwen wel veel slimmer: als je met minder uren genoeg verdient om leuk van te leven, waarom zou je dan meer uren willen werken? Voor de macht en het aanzien? Vrouwen zijn daar nu eenmaal minder gevoelig voor. Gemiddeld genomen uiteraard. De typische man en de typische vrouw zijn stereotypen waar de meeste mannen en vrouwen niet helemaal aan voldoen, het zijn gemiddelden. Laat iedereen lekker zelf bepalen wat voor hem/haar/hen het beste werkt. Een parttime werkende man, een meer dan fulltime werkende vrouw, een man die miljonair wil zijn voor zijn dertigste, een vrouw die macht wil in de top van een bedrijf, een vrouw die zich opoffert voor de carrière van haar man, een man die thuisvader is terwijl zijn vrouw werkt. Allemaal goed.