Je bent een ziel met een lichaam


De meeste mensen vinden dat ze een lichaam zijn dat een ziel heeft. Dat vond ik ook. Uiterlijk is belangrijk, je uiterlijk, dat ben je tenslotte. Je lichaam, dat BEN je. Je wordt beoordeeld op hoe je eruit ziet, of je ‘erbij’ hoort en door je op een bepaalde manier te kleden, je haar op een bepaalde manier te dragen, door bepaald taalgebruik, word je herkend door de groep waar je bij wil horen. Je geeft je lichaam dus bepaalde kenmerken om bij een groep te horen. Zo kan de buitenwereld, mensen uit andere groepen, je herkennen en zien bij welke groep je hoort. Je wordt dus beoordeeld op je uiterlijk en niet alleen op wat je aan hebt, maar ook of je dik of dun bent, lang of kort, oud of jong en op welke huidskleur je hebt.  

Ik kan me best bezighouden met kleding en haar. Ik wil graag dat mijn haar goed zit en iedere vier weken verf ik het omdat het inmiddels behoorlijk grijs is. Ik ben ook wel een liefhebber van mooie kleding. Ik hou vooral van jurken, bloemetjespatronen, eigenlijk alles wat vrouwelijk is. Ik heb geen stoere of sportieve kledingstijl, maar dus vooral vrouwelijk/meisjesachtig, zacht en mooi.

Toch is je uiterlijk slechts je uiterlijk, je buitenkant. Een soort poster of reclame, een uithangbord voor de persoon die je bent of wil zijn. Een uiting die voor anderen een soort richtlijn is, zodat ze een inschatting kunnen maken met wat voor persoon ze ongeveer te maken hebben. Veelal probeer je ervoor te zorgen dat je uiterlijk een weerspiegeling is van de persoon die in het lichaam woont. De ziel.

Want zou het niet andersom moeten zijn? Je bent geen lichaam die een ziel bezit! Je bent een ziel die de ervaring van een lichaam meemaakt, de ziel is wie je in wezen bent. Dat lichaam is zichtbaar en tastbaar, de ziel niet natuurlijk, maar dat wil niet zeggen dat dat lichaam belangrijker is.

In feite ben je een ziel die hier op aarde een vervoersmiddel heeft gekregen in de vorm van een lichaam. Is het heel belangrijk hoe dat lichaam eruit ziet? Natuurlijk wil je ervoor zorgen dat je vervoersmiddel er representatief uitziet, schoon, verzorgd, maar is het verder echt belangrijk of je het hult in een trui of pak van een bepaald merk dat een bepaald bedrag kost? In feite helemaal niet natuurlijk. Als je contact hebt met andere zielen en hun vervoersmiddelen, gaat het om de zielen die in die lichamen wonen, als je die ziel eenmaal kent, is het uiterlijk van het lichaam van die ziel al een stuk minder belangrijk. Het lichaam dient ook als herkenning: hé, jij bent het! Jouw ziel ken ik en is herkenbaar aan het lichaam dat er op die manier uitziet.

Feitelijk is de bedekking van dat lichaam dus totaal niet belangrijk, maar in onze maatschappij gaat ook dat niet helemaal op. Het wordt niet op prijs gesteld als je in een oude versleten joggingbroek op je werk verschijnt waar verder iedereen in een pak loopt bijvoorbeeld. Op je werk speel je ook een beetje toneel natuurlijk, daar ben je onderdeel van het bedrijf dat je betaalt, zodat je voor het bedrijf weer geld kunt verdienen. Bij die rol hoort een bepaald uiterlijk en dat betekent dat je niet ongeremd jezelf kunt zijn. Thuis, in de veiligheid van je eigen huis en bij je dierbaren, daar kun je jezelf zijn. In je huispak op de bank. Daar is je uiterlijk niet echt belangrijk, daar weten ze zo wel wie je bent. Toch is het ook best een leuke ‘aardse’ bezigheid om dat vervoersmiddel te versieren met mooie kleding bijvoorbeeld.

Maar later, als je vervoersmiddel, je lichaam, niet meer werkt, versleten is en je het hier op aarde achter moet laten, dan ben je alleen nog maar die ziel, dan heb je geen uiterlijk meer nodig en ben je vrij. Dan wordt pas echt duidelijk dat dat lichaam slechts een vervoersmiddel was, je aardse verschijning, maar dat wat jij ‘jij’ maakt, je ziel is.