Het poesie album van tante Alida


Bij het opruimen van mijn moeder’s huis, vonden mijn zus en ik haar poesie album, maar ook dat van haar moeder. Wat bijzonder! De albums liggen nu bij mij. Het album van mijn oma begint in januari 1925 met een versje van Alida de Jong, op de volgende bladzijde wederom een versje van Alida de Jong. Nu doe ik natuurlijk al een tijdje onderzoek naar mijn stamboom, maar wie was Alida de Jong? Mijn oma heette Ida en was vernoemd naar haar oma, die ook Ida heette, Ida de Jong-Maalderink. Dat lijkt op Alida, maar ik weet dat zij officieel Ida heette, en dus geen Alida. Ik besloot maar eens in mijn stamboom te kijken, wellicht was Alida een tante.

Bij stamboomonderzoek noem je iedereen bij zijn geboortenaam, getrouwde namen worden in mijn programma niet vermeld, daar ben je dus minder bewust mee bezig. De Ida Maalderink waar mijn oma naar vernoemd is, ken ik als Ida Maalderink, terwijl zij vanaf haar huwelijk als Ida de Jong door het leven ging, wat dan weer de geboortenaam is van mijn oma, Ida de Jong, later Ida Matthezing-de Jong. De Alida die ik zocht kon dus een zus zijn van Ida’s vader of een schoonzus.

Ida en Johannes de Jong hadden geen dochters met de naam Alida, dan moest het dus een schoondochter zijn. Ida’s vader is Gerardus de Jong en die had twee broers, Bernardus, die overleed op 21 of 22-jarige leeftijd, en Johannes. Johannes was getrouwd met Alida Maria Koren. Hebbes!

Alida werd geboren op 19 november 1883 in Kockengen. Op 22 augustus 1913 was zij de bruid en trouwde ze in Loenersloot met Johannes de Jong. Ruim een jaar later kon ze op 5 oktober 1914 haar eerste zoon in haar armen sluiten, Johannes, vernoemd naar opa van vader’s zijde. Zestien dagen later overleed de kleine Johannes, of, waarschijnlijker, Jantje. In februari  1916 werd weer een zoon geboren, die wederom Johannes werd genoemd. Hij overleed 5 maanden later. In november 1919 werd er nog een kindje dood geboren, Johannes en Alida kregen verder geen kinderen.

De oudste zus van Johannes en Gerardus, Dorothea, had in 1910 ook een Johannes gekregen en kreeg daarna nog drie kinderen die op de leeftijden van ongeveer twee jaar, acht maanden en twee maanden overleden. De jongere zus van Dorothea kreeg in 1925 een doodgeboren jongetje. Mijn oma werd in februari  1918 geboren en was dus het tweede kleinkind aan die kant van de familie dat bleef leven, het eerste meisje, de eerste Ida.

Ineens zie ik de twee versjes van Alida de Jong in een heel ander daglicht. Wat zal ze zelf een verdriet hebben gehad dat ze geen kind mocht opvoeden en wat een leed was er om haar heen, zoveel overleden kleine kinderen! Iedereen was waarschijnlijk gek op kleine Ida en tante Alida heeft haar vermoedelijk dit poesie album voor haar zevende verjaardag gegeven, in februari 1925. Het album was toen al voorzien van een aantal versjes, maar startte, nog voordat haar vader er een versje in schreef (de bladzijde waar haar moeder, mijn opoe een versje had moeten schrijven, bleef leeg), met twee versjes van tante Alida, die zelf zo graag moeder had willen worden.

Mijn oma kreeg nog een broertje en twee zusjes, die allemaal bleven leven. Oma Ida Maalderink had vijf levende kleinkinderen en zeven had ze er verloren! Kennis van je stamboom zorgt ervoor dat je zo’n poesie album heel anders bekijkt. Je ziet de handschriften van mensen die je kent uit de stamboom en door de feiten te combineren, leer je weer van alles over de familie.