#hongerwinter1944


#hongerwinter1944 Eten halen bij boeren? Dat is mijn moeder destijds slecht bekomen. Ik zou alle begrip voor de boeren kunnen hebben, maar denk nog altijd aan mijn moeders woorden: grof, inhalig en machtsbelust. Lezer Ton Groenendijk reageert op het bericht in deze krant over boeren die dreigen de distributie  van de supermarkten plat te leggen rond de kerstdagen.

Mischa Bouwer, bestuurslid van Defense for Farmers en nertsenfokker in Laag Soeren, zegt dat de bevolking bij het volgende protest 'maar naar de boeren moet komen om hun spullen te halen, net als vroeger'.

Wat de hongerende bevolking met een net vergaste nerts moet is één vraag. De tweede vraag is wat die bevolking mee moet nemen om de boeren te gerieven. In de winter van 1945 raakte mijn toen 24-jarige moeder op haar tocht van Den Haag naar Drenthe haar tafelzilver, de inhoud van de linnenkast en bijna haar eerbaarheid kwijt. Er waren natuurlijk ook goede boeren. Maar de indruk die ze toen bij menige hongerlijder achterlieten was niet veel beter dan die van de bezetter. 'Grof, inhalig en machtsbelust', waren mijn moeders woorden. Die indruk wekken ze nu weer. Dat met name een nertsenfokker zich naar voren dringt, iemand die op industriële schaal dieren fokt met als doel geld te verdienen aan hun dood, doet weinig goed aan het beeld van de nobele landbouwer.

In de winter van 1945 raakte mijn toen 24-jarige moeder op haar tocht van Den Haag naar Drenthe haar tafelzil­ver, de inhoud van de linnenkast en bijna haar eerbaar­heid kwijt.

De 'boeren' waar kennelijk ook stalhouders onder vallen, moeten zich realiseren dat ze in Nederland geen bijzondere status hebben. Ze hebben hun trekkers en de daaraan verbonden terreur en ontlenen daar hun grote mond aan.

Ja, ze zitten in het verdomhoekje. Net als verplegers, onderwijzers, agenten, jongeren zonder woning en anderen die zuchten onder het wanbeleid van deze en vorige regeringen. Dat ze zich nu richten tegen die bevolking laat zien dat ze in 75 jaar niet veel hebben bijgeleerd. Flirten met de knokploegen in Duindorp roept een angstige analogie op met die vervloekte tijd. Zo'n 70 tot 80 procent van wat ze produceren is export. 800.000 kalveren worden geïmporteerd en kort daarop geëxporteerd zodat de boer de winst heeft en anderen de mest en de stank. Ik zou alle begrip voor de boeren kunnen hebben, maar denk nog altijd aan mijn moeders woorden: grof, inhalig en machtsbelust.

Ton Groenendijk, Pijnacker.