Mijn dochter (2,5) heeft SI. Wat is Senso(moto)rische Integratie?

Mijn dochter (2,5) heeft SI. Wat is Senso(moto)rische Integratie?


settings
  • Instellingen
  • Positie

    Automatische scrolling

Zoals ik in mijn vorige blog vertelde, heeft mijn dochtertje Aimely van bijna 3 een lastig leventje. Naast autisme en een slaapstoornis heeft ze ook SI. SI is de afkorting van Sensomotisische Integratieproblematiek. Dit is een stoornis in de informatieverwerking van de zintuigen.

Hoe verloopt de zintuiglijke informatieverwerking (sensomotorische informatieverwerking)?

Onder zintuigen verstaan we gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin, tastzin, evenwichtszin en proprioceptie (positiezin). Meestal is iets waarnemen met de zintuigen aanleiding om iets te doen of juist niet iets te doen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarop volgt, wordt sensomotorische informatieverwerking (SI) genoemd.

Hoe werkt een SI stoornis?

Problemen met de SI ontstaan door stoornissen in de verwerking van deze zintuigprikkels. Hierdoor kunnen mensen reageren alsof ze in gevaar verkeren (met vluchten of vechten) of negeren ze de zintuigprikkels juist. Ze richten de aandacht op een verkeerde manier en merken de eigen bewegingen onvoldoende op. Hierdoor ontstaan er problemen met de concentratie en het leren van dingen en gebruiken ze de informatie uit de spieren en gewrichten (proprioceptie) te weinig.

Mensen die moeilijk sensorische informatie kunnen verwerken, kunnen niet vertrouwen op de informatie vanuit hun zintuigen, hoewel de zintuigen zelf gewoon intact zijn. Als zij niet kunnen vertrouwen op hun zintuigen kunnen zij het contact met zichzelf verliezen.

Dit kan zich uiten in: extreme activiteiten ondernemen zonder gevaar te zien of juist bij de kleinste activiteiten bang zijn; fel reageren op voor anderen gewone prikkels; hyperactiviteit of juist weinig bewegen en moe zijn; onhandigheid, veel vallen en evenwichtsproblemen hebben; schrikken van aanrakingen.

Vooral bij mensen die druk, angstig, onhandig of hoog sensitief zijn veroorzaakt een niet goed functionerende SI extra problemen. Maar ook bij mensen met DCD, ADHD, PDD-NOS, autisme, het aspergersyndroom of het downsyndroom en bij mensen met een motorische of een verstandelijke beperking. Deze mensen laten dan wisselvallig gedrag zien en hebben moeite met hun concentratie en kunnen niet stil zitten. Ze zijn onhandig, vallen veel, hebben een slechte coördinatie, een slecht evenwicht, moeite met spelen of samenspelen, met aankleden en reageren om onduidelijke redenen emotioneel.

Wat is een S.I. stoornis?

Mensen met een S.I. stoornis hebben problemen met het registeren, verwerken en reageren op prikkels. Dat kan gelden voor een zintuigsysteem maar ook voor meerdere zintuigsystemen. S.I. problemen kunnen voorkomen bij iedereen. De problemen en symptomen verschillen van persoon tot persoon. Iemand kan overgevoelig en/of ondergevoelig zijn voor bepaalde prikkels. Iemand is dan hyper- of hyposensitief voor bepaalde prikkels. Het is zelfs mogelijk dat iemand in de ene situatie hypersensitief is voor een prikkel en in een andere situatie hyposensitief is voor dezelfde prikkel.

Het is onmogelijk om alle symptomen per zintuig op te noemen maar hieronder heb ik een paar voorbeelden per zintuig uitgelegd.

Gezichtsvermogen (visuele systeem):

· Bij overregistratie: Houdt niet van fel licht, felle kleuren, draagt graag een pet / Vermijdt oogcontact. / Kijkt vaak naar de grond.

· Bij onderegistratie: Licht kan niet fel genoeg zijn/zoekt zonlicht op. / Kan met gespannen aandacht naar mensen, voorwerpen en/of felle kleuren kijken. / Blijft in een ruimte graag dicht bij een muur. / Houdt van (flikkerende) lichtjes.

Reuk- en smaakzin:

· Bij overregistratie: Heeft problemen met eten. / Heeft een sterkte voorkeur voor bepaalde soorten voedsel. / Loopt weg bij een sterkte geur.

· Bij onderregistratie: Ruikt overal aan. / Eet alles, ook dingen die niet eetbaar zijn (bijvoorbeeld sigarettenpeuken). / Stopt veel in de mond.

Tastzin (tactiele systeem):

· Bij overregistratie: Wil niet aangeraakt, geknuffeld worden, heeft moeite met bepaalde materialen, voorwerpen en/of oppervlakten. / Vind het heel vervelend om vieze handen te krijgen. / Vermijdt mensen. / Kinderen hebben moeite met tanden poetsen of gewassen worden. / Friemelt of pulkt met de handen, aan velletjes of wondjes. / Automutilatie (zelfbeschadiging, bijvoorbeeld jezelf knijpen of krabben).

· Bij onderregistratie: Bezeert zichzelf vaak. / Houdt van aanrakingen, strak zittende kleding. Heeft een hoge tolerantie voor pijn. Wil graag veel aanraken, knuffelen, geknuffeld worden.

Gehoor (auditieve systeem):

· Bij overregistratie: Heeft een hekel aan bijvoorbeeld harde, onverwachte geluiden. / Vermijdt plaatsen waar veel geluid is. / Doet zijn/haar handen voor de oren bij een vervelend geluid. / Maakt zelf veel geluid (overstemmen). / Hoort geluiden die op de achtergrond horen te zijn (verwarming, koelkast, etc.)

· Bij onderregistratie: Wordt aangetrokken tot geluid. / Houdt van plaatsen waar veel geluid is of muziek. / Trommelt op voorwerpen.

Evenwichtszin (vestibulaire systeem):

· Bij overregistratie: Wil niet bewogen worden. / Wil niet met de voeten van de grond. / Heeft problemen met oneffen en/of onstabiele ondergronden. / Houdt niet van evenwichtsspelletjes, speeltuinactiviteiten, kermisattracties.

· Bij onderregistratie: Wiegt met het bovenlichaam. / Is gek op schommelen, kermis end e speeltuin. / Loopt rondjes of draait steeds om de eigen as. / Zien vaak geen gevaar.

Propriocepsis (houdings- en evenwichtsgevoel):

· Bij onderregistratie: Zoekt vaak houdings- en bewegingsprikkels, weinig contact met het eigen lichaam, vaak vallen. / Moeite met plannen van handelingen, imiteren van een houding of beweging. / Moeite met het aanleren van vaardigheden. / Soms automutilatie (zelfbeschadiging).

S.I. en alertheid.

Alertheid betekent letterlijk oplettendheid of waakzaamheid. Oftewel hoe aanwezig je bent. Alertheid kun je onderverdelen in een vijftal stadia:

1) Slapen.

2) Wakker en niet gericht actief.

3) Wakker en gericht actief.

4) Wakker en gespannen actie.

5) Emotionele ontlading.

Bij mensen met S.I. problemen zie je ook vaak problemen met de alertheid. We kunnen de verwerking van prikkels niet los zien van het reguleren van de alertheid. De staat van alertheid bepaalt hoe we een prikkel ervaren. Is de alertheid te laag dan merken we prikkels verminderd op en is die te hoog dan kunnen we een gewone prikkel als veel te sterk ervaren.

De alertheid kan te hoog zijn, wat overlevingsgedrag tot gevolg heeft. Dat kan zich uiten in motorische onrust, onrustig gedrag, agressie en automutilatie (zelfbeschadiging). Of de alertheid is te laag wat tot gevolg heeft dat mensen sloom, afwezig kunnen zijn. De alertheid kan ook te sterk schommelen. Dan kunnen we van het ene stadium in het andere springen en/of veel moeite hebben om in stadium 3 te blijven.

Ieder mens gebruikt zintuiglijke prikkels om de alertheid te reguleren en die weer in het juiste stadium te brengen. Baby’s zuigen of worden weer rustig van wiegen. Bij volwassenen en kinderen kun je, als ze sloom worden, dingen zien als iets willen eten/drinken of met de handen friemelen. Bij stress kun je dingen zien als bewegen (bewegingsonrust), in de handen wrijven, nagelbijten, rennen en te veel of te weinig eten.

Emotionele en gedragsproblemen.

S.I. problematiek kan zich ook uiten in sociale en gedragsproblemen. Mensen ervaren de wereld om zich heen als eng, bedreigend en/of storend. Ze hebben vaak weinig zelfvertrouwen en een slecht zelfbeeld. Ze kunnen zich afsluiten, afzonderen of ontzettend druk zijn. Ook driftbuien, agressie en automutilatie komen voor. Daarnaast ontwikkelen ze strategieën om met hun problemen om te kunnen gaan. Ze kunnen vermijdingsgedrag gaan vertonen of juist manieren vinden om zichzelf een beter gevoel te geven.




Beoordeel


auto leasen
auto leasen
private lease goedkoop
private lease goedkoop
Muziek, Kunst & Cultuur
Aanbevolen Muziek
Aanbevolen Muziek
 
×

Yoors


exit_to_app Inloggen