Vangen maatje, en goed vasthouden


De avonturen van het Zeester-trio [ vervolgverhaal van Hans van Gemert en Dewaputra ]. De commissaris en Polleman worden onverwacht uit hun zinkende bootje gered,

 

Dit ging hieraan vooraf:

 

Als het half gezonken bootje van Polleman en de commissaris bijna de rondvaartboot heeft bereikt, staat Polleman op om met wilde armzwaaien de aandacht van de opvarenden van de rondvaartboot te trekken. Op datzelfde moment klinkt achter hem het oorverdovende, loeiende geluid van een scheepshoorn. Van schrik tuimelt Polleman bijna over de rand van het roeibootje de Seine in en de commissaris verslikt zich bijna zijn kunstgebit. Als hij zich omdraait, ziet Polleman een werkelijk kolossaal binnenvaartschip met lompen en ander afval langszij komen. Hoog boven op de boeg staat de schipper met een pijp in zijn mond en een touw in zijn handen, waarvan hij een uiteinde naar Polleman toegooit.

“Vangen maatje, en goed vasthouden.”

Verbouwereerd vangt Polleman het touw en met een paar halen ligt het roeibootje langszij het binnenschip. Een touwladdertje bungelt langs de boeg naar beneden.


© Dewaputra

 

Bovenstaande episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden uitdaging van februari (zie hieronder), waarbij een verhaal van precies 140 woorden dient te worden geschreven dat het verplichte woord 'kunstwerk' bevat (mag ook in delen).

 

Intussen bij de andere hoofrolspelers: