×

Yoors


exit_to_app Inloggen

480
camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
TU Eindhoven: Muzikanten spelen best altijd met oordoppen!

TU Eindhoven: Muzikanten spelen best altijd met oordoppen!


Door het bespelen van een instrument lopen heel wat muzikanten gehoorschade op.
Ondanks het feit dat professionele orkesten de laatste jaren steeds meer investeren in maatregelen om het geluidsniveau naar beneden te halen, zoals het plaatsen van schermen of het creëren van meer ruimte, blijken deze fysieke maatregelen amper te helpen.
Dit is het  resultaat van een onderzoek uitgevoerd door de Technische Universiteit van Eindhoven ( TU/e) waarvan de resultaten net gepubliceerd werden in het Journal of the Acoustical Society of America.
Het eigen instrument dat bespeeld wordt, zorgt vaak voor een even grote bijdrage aan het geluidsniveau dat de oren bereikt dan alle andere instrumenten uit het orkest samen.
Dat betekent dat de oren van zowel professionele als niet-professionele muzikanten die bijvoorbeeld alleen thuis spelen  ook extreme geluidsniveaus te verwerken krijgen.

Het enige wat echt helpt zijn oordoppen.

De trommelvliezen van de muzikanten die trompet of fluit spelen hebben het het zwaarst te verduren.

Wanneer er luide passages ( forte) worden gespeeld, halen deze instrumenten een geluidsniveau van 95 tot 100 dB(A).
Wie de viool of altviool bespeelt krijgt te maken met een geluidsniveau van dik boven de 90 dB(A), dat wordt voortgebracht door het eigen instrument.

Deze geluidsniveaus stemmen overeen met de decibels die geproduceerd worden tijdens een rockconcert.
Ter vergelijking, het geluidsniveau dat door Europese regels werd vastgelegd voor het verplicht dragen van gehoorbescherming op de werkvloer ligt op 85 dB(A).

Speciaal rekenmodel
Akoesticus en hoofdonderzoeker bij het ( TU/e)  Remy Wenmaekers gebruikte voor deze studie een speciaal daarvoor ontwikkeld rekenmodel om het geluidsniveau bij de oren van de muzikanten te kunnen berekenen.
Hij gebruikte daarvoor opnames van orkestmuziek per instrument.
Deze opnames werden gemaakt in een zogenaamde dode kamer, een kamer zonder echo.
In zijn model houdt Remy Wenmaekers rekening met de geluidsrichting van de instrumenten, de gehoorrichting van diegenen die het geluid ontvingen, de geluidsweerkaatsing en de blokkade van het geluid door de muzikanten zelf.
Nadien werden de resultaten van dit rekenmodel vergeleken met de resultaten van de metingen van een echt orkest.

De resultaten stemden goed met elkaar overeen.

Oordoppen, enige maatregel die werkt
Remy Wenmaekers onderzocht ook de effecten van de meest gebruikt geluidsreducerende maatregelen, zoals schermen die geplaatst worden tussen de verschillende secties in het orkest.
Omdat de voornaamste geluidsbron het eigen instrument is, blijken de effecten van deze geluidsreducerende maatregelen erg klein.

De akoesticus raadt ook aan om kleine orkestruimtes te vermijden, maar toch is het enige wat echt overal helpt, zachter spelen en het gebruik van oordoppen.

Ondanks het advies dat reeds een tijdje werd gegeven aan musici om oordoppen te gebruiken, blijkt uit deze studie dat oordoppen eigenlijk de enig maatregel is die echt helpt om het geluidsniveau -dat de oren bereikt- te verminderen.

Remy Wenmaekers die zelf ook muzikant is, begrijpt dat dit een zure boodschap is.

Quote

Een musicus met een slecht gehoor riskeert het verlies van zijn baan.         Als je dat wil voorkomen, zijn oordoppen onontkoombaar.   Tegelijkertijd wil je zo goed mogelijk presteren en daarbij kunnen oordoppen een belemmering zijn. Muzikanten zullen er daarom van jongs af aan mee moeten leren spelen. Als je eenmaal gehoorproblemen hebt, ben je al te laat.”

 Remy Wenmaekers, TU Eindhoven

Cello en contrabas

Cello en contrabas blijken uit het onderzoek ook de enige instrumenten te zijn waarbij het geluidsniveau geen gevaar vormt.
Deze instrumenten produceren een relatief zacht geluid.

Daardoor is het geluidsniveau dat de oren bereikt van de bespelers van cello en contrabas meestal lager en komt de geluidsoverlast grotendeels van de andere instrumenten van het orkest.

Dit betekent dat voor deze instrumenten andere geluidsverminderende maatregelen wel effectief zijn.

Verbeteren van de akoestiek 

Dit onderzoek had ook nog een bijkomend opzet.
Door de meettechnieken te verbeteren, die gebaseerd zijn op microfoons en luidsprekergeluid, kon de akoestiek op de podia in kaart gebracht worden.

De beoordeling van de akoestiek is erg belangrijk, omdat op die manier de geluidskwaliteit van  muziekzalen kan verbeterd worden.

Remy Wenmaekers toonde met zijn onderzoek ook aan dat de bestaande meettechnieken, met lege stoelen en lege standaards op het podium, geen juiste weergave geven.
Daarom plaatste hij in 5 concertzalen aangeklede paspoppen op het podium zodat hij het effect van mensen op de podiumakoestiek kon meten.
Deze invloed bleek zodanig groot dat hij een snelle methode ontwikkelde om te kunnen meten met een volledig orkest op het podium.

De orkestleden hadden daarvoor slechts 10 minuten van hun tijd nodig.

Deze video laat zien wat het geluidsniveau is dat de oren van de muzikanten bereikt en hoe vaak de grens van de 100 dB(A) wordt overschreden:

bron: cursor.tue.nl

Vond je het leuk of nuttig, deel dit dan met je vrienden, ze zullen het vast waarderen.

Bedankt voor het lezen.

Word gratis en vrijblijvend lid om beloond te worden om te lezen.

Meld je nu aan via onderstaande link en ontvang  125 yp