Reïncarnatie, werkbezoekjes aan de Aarde


Wat is het doel van het leven?

Incarneren betekent ‘in het vlees treden’. Reincarnatie duidt op het meermaals incarneren, dus een repeterende cyclus van incarnaties.

Je gelooft erin of niet, je kunt ervan overtuigd zijn dat reincarnatie een feit is of juist het tegendeel aanhangen. Fysiek bewijs van reincarnatie (..) is hoe dan ook niet te leveren.

In godsdiensten wordt gesteld dat de mens een ziel heeft. Wat zo’n ziel precies inhoudt, begrijpt eigenlijk niemand. In de boeken staat dat de ziel van God komt en weer terugkeert naar God.

Zou die ‘ziel’ dan soms incarneren?

In de eerste drie eeuwen na Jezus waren de vroege Christenen hiervan overtuigd, maar tijdens het Concilie van Nicacea (325 n.Chr.) werd reincarnatie door de Kerkleiders verboden. Het vroege Christendom was gebaseerd op gnostiek (mystieke kennis over de verborgen aard van de werkelijkheid), het latere Christendom is gebaseerd op fides (geloof).

In de gnostiek wordt gesteld dat de mens van zichzelf ‘vervreemd’ kan raken. Mensen kunnen vergeten wie (wat) ze in werkelijkheid zijn.

In het Apocryphon van Johannes zegt Jezus: “Mens, sta op en herinner jezelf” – de verlossing uit de slavernij van een onwetend bestaan waarin de mens zichzelf beschouwt als een slachtoffer van de omstandigheden. Wie zichzelf herinnert, zoals Jezus preekte, is geen slachtoffer maar meester van de omstandigheden.

De huidige Christenen negeren deze woorden van Jezus, ze wachten (zoals ze verteld is) op de Verlossing, of de ‘opname’ zoals deze in de boeken omschreven wordt. Die Verlossing zal tijdens het Laatste Oordeel plaatsvinden. De (Christelijke) doden zullen dan uit hun graven zullen opstaan en op wonderbaarlijke wijze krijgen deze dan hun lichaam weer terug. Met lichaam en al zullen ze vervolgens in de Hemel worden opgenomen om de Heere tot in de eeuwigheid te dienen. Althans dat is de fides, het geloof dat hen door de Kerk is opgelegd.

Reincarnatie behoort tot de gnostiek en maakt deel uit van spirituele wetenschapdie door Jezus werd uitgedragen. Een wetenschap die door de latere Kerkleiders als ketterij werd bestempeld. Was Jezus een ketter? Of hadden (en hebben) de Kerkleiders een dubbele agenda?

De mens bestaat in essentie uit bewustzijn met een eigen identiteit. Dat bewustzijn met een eigen identiteit wordt ook wel ‘ziel’ genoemd. De mens heeft dan ook geen ziel, maar ís een ziel. Bewustzijn is geen eigenschap van de hersenen, alhoewel de hersenen in zekere zin wel bewustzijn moduleren zodat het fysieke betekenis krijgt.

Een ziel is in staat te incarneren (in het vlees te treden) waardoor het de fysieke wereld kan ervaren. Niet zo zeer op een passieve manier (als slachtoffer van de omstandigheden) maar eerder op een actieve manier, als meester van de omstandigheden – mits de mens zich herinnert wie/wat hij in werkelijkheid is.

God schiep de mens, man en vrouw, naar zijn (innerlijke) beeld, met goddelijke, scheppende kwaliteiten. De mens schept zijn eigen belevingswereld en deze komt tot stand als gevolg van zijn overtuigingen en gedachten over zichzelf, over anderen en zijn omgeving. God is in alles en iedereen aanwezig, de mens is als gevolg een ‘stukje God’.

Wat is het doel van reincarnatie? De mens incarneert onder andere om te leren (zich te herinneren) wat hij in werkelijkheid is. Om te leren dat de werkelijkheid niet lineair is maar multidimensioneel. Om te leren dat hij meester is van zijn omstandigheden. Om alle mogelijke emoties te ervaren en om de effecten van alle mogelijke reacties op die emoties te ervaren. En om te leren dat Tijd een illusie is.

Incarnatie is een vrijwillig proces. Niemand wordt gestuurd, verplicht om te incarneren. De ‘ziel’ bepaalt vooraf zelf wie zijn ouders zullen zijn en wat in grote lijnen de omstandigheden, mogelijkheden en onmogelijkheden van zijn (lange of korte) leven zullen zijn.

De ziel incarneert in min of meer vaste groepen (soul mates) die een rol spelen in die omstandigheden, mogelijkheden en onmogelijkheden.

Deze gnostische kennis, mits je deze als waar kunt accepteren, verklaart veel. De ellende die je hebt ervaren, die je ervaart of mogelijk kunt ervaren, krijgt zo een plausibele functie.

Zielen die niet in staat zijn zich te herinneren, lijden meer (en vooral anders) dan zielen die wel in staat zijn zich te herinneren. Zielen die niet in staat zijn zich te herinneren, zijn passiever dan zielen die wel in staat zijn zich te herinnerren. De eerste groep beschouwt zich als slachtoffer van de omstandigheden, de andere groep heeft die slachtofferrol van zich afgeschudt en zijn 'opgenomen'.


Nil volentibus arduum - divinus Homo volente

© Dewaputra