×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors








Bloeddorst: Hoofdstuk 9 (Deel 2) (vampierenroman)


BEN JE JUIST MIDDEN HET VERHAAL HIER BINNEN GEKOMEN, GEEN PROBLEEM, HIER IS DE LINK NAAR HET BEGIN VAN DEZE VAMPIERENROMAN!!!

……….

  

Vladimir had uren nodig gehad om, ondanks de aanwijzingen van zijn onfortuinlijke tipgever, de weg te vinden in de kleine straatjes van de achterbuurten van Roskam. Hij was zelf een paar keer teruggelopen naar het beginpunt om vooraf aan te starten omdat hij dacht zich vergist te hebben. Uiteindelijk leidden zijn schreden zich naar een doodlopend straatje waar een klein trapje de weg naar een kelder toonde. Toen hij het trapje was afgedaald, stond hij voor een krakkemikkige deur, waar hij toch geen beweging in kreeg. Hij zag op ooghoogte een verroeste deurtelefoon aan zijn linkerkant waarvan hij het knopje induwde.

‘Ja?’ Het klonk kort en scherp. Blijkbaar was het orakel vandaag niet in een praatgrage bui. ‘Ik wou inlichtingen omtrent een verloren gegaan voorwerp. Ik betaal goed en contant, Mevrouw Pitja.’

De deur ontsloot zich met een korte klik en nadat Vladimir Sango ze had opengeduwd, zag hij een lange gang die zich verder kronkelde in een duistere diepte. Het hol van het Orakel. Het rook er muf en de schimmel stond op de muren. Toen hij een tiental meter verder was gelopen, hoorde hij de deur terug in het slot vallen. Tovenarij! Het orakel had zijn eigen magie die sterk en oud was. Hij zou listig en voorzichtig moeten zijn om zijn doel te bereiken.

De weg leidde verder en begon nu te dalen. Waar het licht vandaan kwam, zag Vladimir niet, maar het was juist genoeg om te zien waar hij zijn voeten zette en om de volgende meter te gaan. Uiteindelijk kwam hij in een grotere ruimte waar aan het uiteinde een doek voor een lichtbron was geschoven. Daarachter zag hij vreemde vormen. Het ene moment was het de schaduw van een vrouw, het ander moment dacht hij van een wezen te zien met verschillende hoofden. Er hing een ijle lucht en een geur van wierook en zwavel.

           

‘Spreek en stel je vraag, sterveling. We zullen je antwoorden met de woorden die ons dienen en naar waarheid van de beelden die we zien.’

           

Zonder dat hij er bewust van was, trok hij zijn wenkbrauwen op in een spottend gebaar. Orakeltaal was niet eenvoudig en hij zou tussen de lijnen moeten lezen. Hij wist dat hij geen naam zou voorgeschoteld krijgen. Geen plaatsnaam waar hij het object zou kunnen vinden, dat zou te gemakkelijk zijn. Zo werkte het Orakel niet.

‘Ik zoek de tweede doos van Pandora, Mevrouw Pitja. Die is verloren gegaan en ik zou een gelukkige man zijn als ik die terug zou vinden.’ Hij wou niet al te veel loslaten. Niemand moest zijn plannen kennen. Dat zou enkel maar naar problemen leidden en de mogelijkheid creëren om zich stokken in de wielen te laten steken.

 

‘De eerste doos van Pandora is overal ter wereld, waar we ook zijn zien we haar in werking. Nooit zal die nog teruggevonden worden.’

           

Hij zuchtte. ‘Inderdaad, die wijsheid, Orakel, is sinds mensenheugenis wereldkundig gemaakt. Er is echter een tweede doos. Dit object is belangrijk voor mij. Weet u waar deze doos is?’

Vladimir wist niet hoe duidelijker hij het nog moest stellen, maar wachtte geduldig op het antwoord van achter het doek. De kleuren die eerst lichtgeel waren begonnen roder te worden en af en toe zelfs met zwarte nuances. Hij hoorde een melancholiek gezang dat klonk alsof het uit de aarde kwam. Hier was oude magie aan het werken.

           

De doos is er om zo te zien en weg te nemen en toch kan je het niet. Wie het toch probeert zal getroffen worden door een storm van geluiden en ingesloten worden. Ze ligt begraven onder in een piramide, die men opent met een vreemde spreuk en daar zal je de doos vinden die je zoekt.’

 

Vladimir had zijn antwoord gekregen en het licht was weer normaal en doofde langzaamaan uit achter het doek. Met een snelle ruk trok hij het doek opzij en was gereed om toe te slaan. Geen losse eindjes of getuigen. Het orakel mocht zijn waarheid aan niemand anders vertellen.

Zijn verbazing was groot toen hij ontdekte dat niemand zich achter het doek bevond. Er was geen spoor van de vrouw of het schepsel dat hem van antwoord had gediend. Hij kon niet doden wat er niet was en voelde zich voor de eerste keer in zijn lange leven verslagen. Een gevoel die hij moeilijk kon verkroppen. Iemand zou hiervoor moeten boeten en hij wist al wie zijn slachtoffers zouden zijn. 

 

© Rudi J.P. Lejaeghere




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts