Steen: Hoofdstuk 2 (Deel 2) (fantasy)

Steen: Hoofdstuk 2 (Deel 2) (fantasy)


settings
  • Instellingen
  • Positie

    Automatische scrolling

Zo zag Joeri op een gegeven moment een koopman waarvan zijn beide armen rijkelijk bedrukt waren met allerhande tekens. Dit zou een heel welstellend man moeten zijn. Gezien de ringen aan zijn vingers en de vier lijfwachten die hij mee had was dit vast en zeker een van de rijkste handelaars van Spira. Ook inwoners van Konteki en Mandregon waren beschilderd op de voorarmen met de vreemdste tekens. Lieden uit Konteki kon je onderscheiden door de zwarte tulbanden die ze droegen. Daarentegen waren de meerderjarige mannen van Mandregon kaal geschoren.

De vrouwen uit de drie provinciën waren minder te onderscheiden. Aan hun gordel of riem droegen deze meestal een combinatie van halflange linten die aantoonde uit welke streek ze kwamen. Rood en wit waren de kleuren van Mandregon, blauw en rood deze van Konteki en de vrouwen uit Spira kozen voor zwart en geel.

Eindelijk zag Joeri de persoon waarvoor hij naar Het Zwarte Paard was gekomen. Een jong man met zwart haar en in onberispelijke klederdracht in de Koninklijke kleuren, bruin en groen. Karel Steen probeerde niet op te vallen. Dat was natuurlijk even moeilijk als de aanwezigheid van een vos in een kippenren. Gezien zijn gezicht door iedereen van het verbond was gekend, was dit praktisch onmogelijk. Ondanks het feit de meeste bezoekers van Het Zwarte Paard hem kenden, lieten ze dit niet blijken. Een korte blik bij het binnenkomen en daarna gingen de gesprekken weer normaal door.

De jonge troonpretendent streek arrogant door zijn haar en keek rond totdat hij Joeri Marten in het oog kreeg. Hij zette zich voor Joeri op een houten stoel en maakte even een gebaar naar de waard. Deze bracht hem een kroes van zijn beste bier waarvan Karel Steen eerst een grote slok nam vooraleer hij zich tot Joeri wendde.

‘Mmm, ik had echt dorst… En, mijn beste Joeri, heb je nu al kunnen praten met iemand van de Kra Duras over mijn opdracht?’ Karel Steen keek de jongeman van boven zijn kroes aan met een ongeduldige blik.

Joeri oogde wat nerveus. Het was nu ook niet zijn gewoonte om iedere dag te gaan tafelen met de kroonpretendent. Karel Steen zou de opvolger worden van de overleden Koning Konrad, dat wist iedereen. Zijn aanwezigheid in de herberg Het Zwarte Paard was weliswaar niet vreemd, gezien hij regelmatig hier een stevige pint kwam drinken. Maar het verschil in status werd toch ervaren in het feit dat niemand hem uit zichzelf zou aanspreken.

‘Het is een probleem, Monseigneur’ begon Joeri, ‘zoals we reeds bij een vorig gesprek hadden geconcludeerd, is het zonder twijfel nodig dat de Koningsring aan de vinger van de opvolger van Koning Konrad moet geschoven worden. Zonder dat teken van de Kroon, geen opvolger. Dat hebben mijn bazen wel degelijk bevestigd….en is het zeker dat die verloren is gegaan. Hebt u wel overal gezocht?’

‘Overal,’ bevestigde Karel. ‘We hebben de kroon en het zwaard, maar de ring zat niet aan zijn vinger, noch in een van de zakken van zijn kleren. Mijn bedienden heb al zijn kamers doorzocht, zelf het kasteel ondersteboven gehaald om dat rotding te vinden. Maar helaas! Kan je niet met je krachten een zoekspreuk of zoiets uitspreken om het juweel op te sporen? Een tovenaar bezit toch allerhande mogelijkheden om zo’n probleem op te lossen veronderstel ik?

Joeri keek even bang. Bang omdat het antwoord de cholerische Karel Steen niet zou aanstaan.

‘Als we een doosje zouden hebben, Monseigneur, waar de ring had ingezeten, of wat schraapsel van de zetting van de ring, zouden we dat inderdaad kunnen doen. Maar anders…denk ik is de ring verloren.’

Karel Steen sloeg van boosheid hard met zijn vuist op de tafel. Iedereen zweeg een paar tellen, maar toen hij hen recht in de ogen keek, begonnen de gesprekken weer op gang te komen. Niemand wou de woede van de kroonopvolger over zich laten komen.

‘Ik moet die ring krijgen, anders gaan er koppen vallen. Al moet ik…’ Plots dacht Karel Steen aan iets. ‘Wat als je zijn ringvinger zou hebben, zou je daarmee iets kunnen uitrichten?’

Joeri slikte even. Wat zou hij daarop antwoorden?

‘Misschien. De huid houdt niet zolang de sporen van de voorwerpen. Het is meer een indruk van de dingen, maar dat zou mogelijkerwijs een aanduiding kunnen geven in welke richting we moeten zoeken. Het is te proberen waard, maar hoe geraak je aan die ringvinger?

De jonge prins lachte. ‘Laat dat maar aan mij over. De tombe met de sarcofaag is nog niet afgesloten en als Koninklijke familie kan ik daar vrij rondlopen. Niemand zal iets te weten komen. Ik bezorg je die klerevinger en jij doet de rest. Oké?

‘Oké.’ Joeri huiverde. Hij was wel wat gewoon, maar zo’n koude kikker had hij nog nooit meegemaakt.

 

... wordt vervolgd...

© Rudi J.P. Lejaeghere



Beoordeel

Reviews en Reacties:

5.0 / 5 (3 reviews)
expand_more
Verberg reacties
Karel heeft een hart van steen.
| 10:28 |
Hij heeft inderdaad niet het mooiste karakter toegedeeld gekregen. Dank je wel voor het lezen van dit stukje, Enschede :-)
| 10:47 |
Mooi geschreven Rudi, graag gelezen.
| 16:16 |
Dank je wel, Peter :-)
| 18:46 |
:-)
| 18:49 |
Alweer zeer goed neergezet.
| 12:14 |
Bedankt, Xandra, graag gedaan en geapprecieerd. :)
| 12:42 |

Persoonlijk kanaal
Arbowetten bestonden toen nog niet
Gezondheid & Geest
mentale fysiotherapie
mentale fysiotherapie
Muziek, Kunst & Cultuur
Portret tekenen
 
×

Yoors


exit_to_app Inloggen