Yggdrasil en het ontstaan van negen werelden


Terwijl de westerse wereld aan het eind van het eerste millennium al was ondergedompeld in het christelijke geloof, werd in het noorden een heel andere visie op het universum gedeeld.

In het westen van de 9de eeuw werd nog volop geloofd dat de aarde het middelpunt van het universum was met daarrond de maan, de zon en de sterren. Maar in het noorden had men een heel ander beeld over dat universum.

Het Noorse scheppingsverhaal

In den beginne was er niets dan een gapende leegte, genaamd Ginnungagap. In deze gigantische ruimte bestaan enkel twee tegengestelde toestanden. Een extreem koude nevelwereld genaamd Niflheim en daartegenover de ontzettend hete gaswereld, genaamd Muspelheim. Daar waar het ijs van Niflheim en het vuur van Muspelheim elkaar raakten ontstond de rijpreus Ymir. De reus laafde zich aan de melkstromen van de koe Audhumla en zij op haar beurt voedde zich door de zoute ijsblokken te likken. Uit deze ijsblokken vond een nieuwe gedaante zijn oorsprong, dit was de reus Búri, die op zijn beurt Borr voortbracht. Borr trouwde de reuzendochter Bestia en samen kregen zij drie kinderen: Odin, Vili en Vé. Zij waren de eerste der Germaanse goden.

Intussen bleef Ymir maar uitgroeien tot een vreselijke reus, tot hij zelfs alle licht ontnam. De drie goden besloten daarop Ymir te doden. Uit zijn lichaam kwam zoveel bloed dat het bijna alle ijsreuzen verdronk. Enkel de reus Bergelmer en zijn vrouw bleven dit lot gespaard en werden meegesleurd tot de berg van Jotunheim, waar zij hun geslacht zouden voortzetten.

vikingen
vikingen

Yggdrasil

Odin en zijn broers gebruikten het lichaam van Ymir om hiermee een nieuw universum te maken. Ze plaatsen zijn lichaam over de leegde van Ginnungagap en schiepen zo de negen werelden. Met zijn vlees creëerden ze de aarde en met zijn bloed de zee. Zijn schedel werd omhoog gehouden door de vier dwergen Nordri, Sudri, Austri en Vestri, en gaf zo vorm aan de hemel.

Met de vonken uit Muspelheim vervaardigen de goden de zon, de maan en de sterren. In Ymir's wenkbrauwen ontstond zo Migardhr waar de mensen konden verblijven. De wenkbrauw zelf zou er voor zorgen dat de midden wereld van Jotumheim (wereld van de ijsreuzen) gescheiden bleef.

Voor zichzelf maakten ze de werelden Asgard, verblijfplaats van de Aesir, en Vanaheim, woonplaats van de Vanir. Odin werd zo de stamvader van de Aesir. Zijn broers Vili en Vé werden de eerste Vanir.

Dit grote gehele universum wordt ondersteund door een gigantische taxusboom genaamd Yggdrasil, welke met zijn wortels de werelden vasthecht. Eén wortel reikt tot in de vuurwereld Muspelheim, een andere tot aan de ijzige misten van Niflheim. Onder Niflheim ligt de dodenwereld Hel, soms ook wel Niflhel genoemd. In de hoogste regionen boven Migdard en niet ver van Asgard bevindt zich de wereld van lichtelfen, genaamd Alfheim. Daartegenover staat Swartalfheim, wereld van de duistere zwartelfen, dat zich bevindt in de diepten onder Midgard. Dit is eigenlijk een dubbelwereld, waar de zwartelfen dwalen over de vlakten, bewerken de dwergen het landschap onder het oppervlak in Nidavellir.