Sneeuw, sneeuw, sneeuw! ( gedicht )



een zonnestraal dringt

door de slaapkamergordijnen

torenhaan van de kerk

krast luid en scherp

koude wind waait om het huis heen


als ik de gordijnen verder open trek

zie ik in de verte de zon

achter de wolken verdwijnen


de bergen om ons heen

schitteren met hun witte deken

dennenbomen kennen een witte hoed

weg voor ons huis is glad bereden

je met een paard verplaatsen

gaat vermoedelijk nog wel goed


het beeld dat ik aan de lezers toevertrouw

vormt een beeldend opgetekend stukje realiteit

half negen zie ik op de kerkklok

ril een kort moment van de kou

duik nog even mijn bed weer even in

voordat het me straks spijt



Leonardo.