Lord of Shadow - 1

Lord of Shadow - 1


settings
  • Instellingen
  • Positie

    Automatische scrolling

Hoofdstuk 1. Kyara

Ik wou schreeuwen. 

Ik wou gillen en rennen en huilen. 

Maar dat alles deed ik niet. Ik neigde slechts mijn hoofd en met een stem die niet eens in de buurt kwam van de mijne bedankte ik mijn vader en excuseerde ik mezelf. Hij gaf me toestemming en wende zonder enige verdere interesse zijn blik af. Mijn moeder staarde slechts met een verdwaasde blik voor zich uit. Alsof ze niet kon geloven dat mijn vader me zojuist had weggeven aan een moordenaar.

Dat was misschien wel het ergste. Ik zou haar achter moeten laten in de egocentrische armen van mijn vader die alleen maar om zijn eigen leven en zijn macht gaf. Hij deed alles voor die macht.

Net als mijn vier oudere broers. Allemaal verachtelijke arrogante prinsen die geloofde dat ze alles konden doen en niemand ze kon stoppen. Wat helaas ook het geval was.

Ze wisten niet beter. Mijn vader had hun opgevoed.

Als meisje was ik door mijn moeder opgevoed. Ik kende liefde, acceptatie, empathie. Dingen die mijn broers nooit zouden kende.

Ik liep in een kalme rustige pas de troonzaal uit. Alsof er niks was gebeurt. De deuren werden opgedaan door de wachters die aan weerzijde stonden. Ze keken me niet aan. Maar ik zag dat Axe zijn vuisten had gebald en zijn kaak gespannen stond. Alsof hij iemand aan stukken wou scheuren. Buiten stond mijn dienstmeisje op me te wachten. Aan haar angstige, waterige ogen te zien had ze elk woord gehoord.

We liepen door de lange koude gangen van het kasteel tot we bij de torenkamer kwamen waar ik sliep.

Het was een grote kamer met meubels vervaardig uit zeldzaam Dalven hout, geschilderd met gouden verf, bezet met diamanten en andere glimmende dure stenen die door slaven uit de mijnen waren gehakt.

Ik zakte op het bed dat bedekt werd met prachtig geborduurde lakens die allemaal zacht als zijde waren.

Elle klemde haar handen in elkaar en wipte ongeduldig van haar hakken naar haar tenen. Daarna snelde ze naar me toe en ging ze zitten.

Elle woonde zo lang op het kasteel dat we praktisch samen waren opgegroeid. Ze was de dochter van hofdame Lalea, de hofdame van mijn moeder. Ze was een van de belangrijkste vrouwen in het kasteel. Na de koningin en mij.

'Ik kan het niet geloven! Ik kan het werkelijk niet geloven! Het is toch niet te geloven! Kan jij het geloven.'

Ik schudde mijn hoofd.

'Nou... ik ook niet.'

Ze slaakte een zucht.

'Dat je moet trouwen, dat viel te verwachten. Maar ik had echt verwacht dat het met een van de knappe prinsen uit Arnog zou zijn. Niet... niet de koning van Ardelan!'

Ik knikte.

De prinsen van Arnog waren charmante vriendelijke mannen die graag indruk maakte door hun mannelijkheid te uiten tijdens toernooien en gevechten. Ze waren erg loyaal en eerzaam. Maar de koning van Ardelan... die had ik nog nooit gezien. Maar net als iedereen kende ik de verhalen. Hij was een genadeloze bruut die over lijken ging om te krijgen wat hij wou. Zijn legers bestonden uit barbaarse moordenaars die niemand in leven lieten, zelfs de kinderen niet en zwarte magiërs. Hij wou heerser over alle landen rond de Rode Zee worden. Mijn vader had me waarschijnlijk aan hem beloofd om te voorkomen dat zijn land verwoest werd door de legers van Ardelan.

'Ik denk niet dat de koning van Ardelan zelf ooit een vrouw hadden kunnen krijgen... ik bedoel erg charmant kan hij niet wezen. Waarschijnlijk maakt hij een vrouw die hem afwijst af en haar hele familie daarna.'

'Elle!' riep ik bestraffend uit. Ze beledigde mijn verloofde. En ook al wou ik diep vanbinnen niet trouwen. En zeker niet met deze man. Ik had geen keuze. Ik kon me er beter bij neerleggen. Ik wist al heel erg lang dat ik zelf niet zou mogen kiezen met wie ik mijn leven zou delen.

Elle sloeg haar ogen neer.

'Het spijt me Kyara.' Ik knikte als teken dat het goed was.

Elle was een knap achttienjarig meisje, een maan ouder dan mij. Ze had een vrolijke bos blonde krullen die altijd uit haar moeders vlechten en knotten probeerde te ontsnappen. Haar ogen waren een kleur tussen grijs en blauw. Niemand durfde echt te zeggen welke kleur het was. Mijn haren hadden de kleur van kastanjes. Mijn ogen groen als de blaadjes aan de bomen. Net als mijn moeder. Mijn broers hadden donkerbruine haren, zoals mijn vader. Maar wel de groene ogen van mijn moeder.

Elle legde haar hand op de mijne en keek me met een betekenis volle blik aan.

'Het komt goed. En... en ik ga met je mee!' Beloofde ze.

Ik wou lachen om die dwazen woorden.

Zij ging helemaal nergens heen.

Axe zou voor de koets gaan liggen, of de paarden hun benen breken om haar te stoppen. Hij zou het niet toegeven. Maar we wisten allemaal dat hij van haar hield. Het zou zeker geen schande zijn voor haar familie als hij haar ten huwelijk zou vragen. Een toekomstig hofdame met een koninklijke wachter. Maar Axe was misschien een dappere soldaat. Hij stelde niks voor zodra hij ook maar in de buurt van Elle was.

En zelfs als Axe er niet was geweest. Dan zou ze nog niet meegaan. Ik zou nooit haar leven zo riskeren. De reis naar Ardelan was een reis vol gevaren door betoverde bossen vol rebellen en rovers. En de koning liet bediende die hun mond voorbij praten of te opstandig waren zonder enige twijfel executeren. Maar ik knikte en vond troost in haar vriendelijke woorden.

Ik luisterde naar haar leugens die me moesten opvrolijken.

Over enkele weken zou ik naar Ardelan reizen. Ik kende de taal niet eens.

De koning van Ardelan wou een taal voor alle landen. Maar dan wel zijn taal.

Ik had ooit een korte les gehad van mijn leraar, meester Argus. Maar het was gebleken dat ik niet bepaald een talenknobbel had. In tegenstelling tot Elle die de taal bijna vloeiend sprak. Net als de taal van Arnog. Waar ik misschien enkele zinnen van kon onderscheiden.

Toen de avond viel en Elle terug ging naar haar verblijf waar ze samen met haar moeder en haar zesjarige zusje verbleef drong de harde waarheid pas echt tot me door. Ik zou mijn huis moeten verlaten. Mijn land. En de koningin van een monster zou worden, die op een troon van botten zou zitten met een kroon van bloed en tranen. De schaduwen teisterde mijn dromen die avond. Ze verslonden mijn gedachten en verpulverde alle hoop die mijn hart nog had bezeten. De volgende ochtend was ik leeg. Leeg, maar ik voelde een vreemde kalmte door me stromen. Ik had me neergelegd bij mijn toekomst.

Elle kwam enkele minuten later mijn kamer binnen en opende vrolijk kwebbelend over enkele roddels over edelen wiens gezichten ik me niet kon herinneren, de lange gouden gordijnen waar de leeuw van Erytreya in was geborduurd. Vroeger was de leeuw mijn favoriete dier.

Ik sloop altijd stiekem naar de troonzaal waar de gouden leeuw aan een ketting lag, naast de troon van mijn vader. Een andere manier om zijn vijanden en vrienden te intimideren.

Ik had hem één keer bevrijd. Hoewel het dier drie wachters en mijn vader had aangevallen, had het mij met rust gelaten. Alsof het had geweten dat ik zijn pijn bijna kon voelen.

Na al die jaren was het dier gestopt met brullen. Zijn vuur was gedoofd en hij lag meestal slaperig naast de troon om zich heen te kijken.

Nadat Elle me in een lange prachtige lichtblauwe jurk had gehesen, escorteerde ze me naar meester Argus die dikke boeken op de tafel had gelegd en me met een pijnlijke verloren blik aankeek.

Ik fronste mijn wenkbrauwen en nam plaats aan de tafel. Waar mijn ontbijt was gebracht. Hij stuurde Elle en de andere bediende in de ruimte weg en keek me daarna serieus aan.

'We hebben veel te doen.' Hij duwde een van de boeken naar me toe en ik fronste toen ik de titel zag.

Ik keek hem aan.

'Gaat u me de taal niet leren.'

'Vrouwe Kyara. Er valt u zoveel meer te leren dan de taal. U moet leren wat een goede koning of koningin hoort te weten. Want misschien zal u ooit een land leiden.'

Wat hij zei was onzinnig en vreemd. Een vrouw leidde geen land. Ze baarde troonopvolgers, borduurde, roddelde over andere edelen.

Maar meester Argus was onverbiddelijk. Hij leek er van overtuigt dat het belangrijk was dat ik leerde wat hij ooit aan mijn broers had geprobeerd te leren. Hij zei dat dat ik voor vele een hoop zou zijn.

Een zachtaardige medelevende prinses uit het zuiden die de harde koning tot bedaren zou brengen.

Ik geloofde dat hij misschien wat te veel wijn had gedronken...

Maar hij had een punt. Hoop onder de mensen was mooi. En gevaarlijk.

Hoop laat mensen rare dingen doen.

En ik geloofde niet dat de koning van Ardelan erg blij zou zijn met hoopvolle onderdanen. Hoopvolle rebellen.





Beoordeel

Reviews en Reacties:

5.0 / 5 (1 reviews)
expand_more
Verberg reacties
Mooi geschreven ook
| 22:09 |
dank je :)
| 09:30 |

Persoonlijk kanaal
Arbowetten bestonden toen nog niet
Gezondheid & Geest
mentale fysiotherapie
mentale fysiotherapie
Muziek, Kunst & Cultuur
Portret tekenen
 
×

Yoors


exit_to_app Inloggen