Vliegensvlug

Vliegensvlug

Er was eens een oma. Geen gewone oma, maar iemand met speciale gaven. Ze leek wat op Supergran, maar kon zelfs nóg meer! Zo kon ze objecten laten vliegen. Dat was handig, bij het boodschappen doen vloog ze met haar auto door de woonwijk. Alle obstakels mijdend. Geen last van verkeerslichten, opstoppingen, verkeersovertreders en van bovenaf zag ze goed waar ze veilig kon landen. En niemand die het in de gaten had, want ze ging zo snel als Superman! De verbazende blikken als ergens ineens haar auto stond geparkeerd, daar genoot ze van.

Ze was net weer thuis, toen de deurbel ging. Haar kleinzoon stond aan de deur. Hij wist nog niets van haar kunsten, want ze deed zich altijd heel ‘gewoon’ voor.
“Dag jongen!” “Hoi oma! Zal ik u een verhaal voorlezen?” “Wat lief! Ja doe maar.”
Ze had er eigenlijk helemaal geen zin in, maar gelukkig ze had nog een superkunst: de tijd laten omvliegen. Ze keek indringend naar de wijzers van de koekoeksklok en versnelde – zonder dat haar kleinzoon ook maar íets in de gaten had – de tijd. Hij had dan ook niet door dat hij ontzettend snel las. Oma zette de wijzers terug op normale snelheid.
“Wat een leuk verhaal was dat! Hoe bevalt het op school?” “Daar wil ik het niet over hebben.”
“Is het niet leuk daar? Pesten ze je?” Barry keek sip naar de grond en zei: “Ja.”
“Dat moet afgelopen zijn! Ik ga je een geheim verklappen.”
Zijn hartslag versnelde. “Spannend!” “Kom maar mee.” Ze liep met hem naar haar auto. “Waar rijden we naar toe?” “Rijden? Vliegen! Fasten your seatbelts!” Voor Barry het door had, vlogen ze boven de wolken. “Oma, we zijn al voorbij school hoor!” “Weet ik!” “Waar gaan we dán heen?”
“Wacht maar af!” Ze vlogen sneller en sneller en plots had Barry door dat ze naar het verleden waren gereisd. Ze bevonden zich op de plek waar vroeger de school stond, toen hij daar voor het eerst naar school ging.

Barry zag hoe zijn jongere ik tijdens de pauze helemaal alleen op een bankje zat. Niemand wou met hem spelen. “Je kunt jezelf tegenkomen, maar je jongere ik zit jouw huidige versie niet. Hij kan je wel horen.” “Eh...” stamelde Barry… “En nu?” “Nu ga jij jezelf advies geven.” “Maar dan schrikt hij toch als ‘ie ineens een stem hoort maar niemand ziet?” “Klopt. Weet je nog dat je toen heel veel fantasie had en dacht met vogeltjes te kunnen praten?” “Hoe weet u dat?” “Dat maakt nu niks uit. Het gaat er om dat zodra een vogeltje bij hem staat, jij begint te praten.”

Oma zorgde dat een duif dichtbij jonge Barry kwam. “Hallo!” Jonge Barry keek om zich heen. Oude Barry sprak op de juiste momenten: “Hier, beneden! De duif!” -“Kun jij praten?” “Ja, maar niemand zeggen hoor. Dat er nu niemand met je speelt, komt omdat je nieuw bent op school. Andere klasgenootjes kennen elkaar al een tijdje. Je zult zelf op iemand moeten afstappen.”
“Maar dat durf ik niet.” “Gewoon dóen! Stel jezelf voor, vertel waarom je nu op deze school zit, waar je eerst woonde, zulke dingen. Maak een praatje!”

Jonge Barry stond op en liep op een kindje af, dat hij herkende uit zijn klas. “Hoi, jij zit bij mij in de klas hè?” “Klopt, ik ben Jim.” “Ik ben Barry! We zijn hier net komen wonen, vanwege het werk van mijn vader.” “Wat doet je vader?” De twee raakten in gesprek.

Oma vond het tijd worden om te gaan. “Kom jongen, straks word mama ongerust. Als we nu gaan zijn we voor het donker thuis. “Dat is goed oma.” Nog sneller als ze waren gekomen, waren ze weer thuis bij oma. “Beloof me dat je thuis niets verteld hierover.” “Dat beloof ik, lieve oma. Bedankt!”

Barry sliep en droomde die nacht heerlijk.
De volgende dag ging Barry naar school. Jim kwam naar hem toe. “Wat ben je laat vandaag! Ik was al bang dat je ziek zou zijn!” “Nee joh, ik sliep te vast.” “Hey brillemans!” probeerde John Barry te plagen. “Beetje dimmen jij hè!” zei Jim. John droop af. Jim en Barry bleken al jaren beste vrienden te zijn...

De inspiratiebron voor bovenstaand sprookje, is de titel van dit artikel:

 



More