De functie van het doosje


Wat er voorafging:

En hier is het begonnen:

De achterdeur bleek niet afgesloten, de man glipte naar binnen.
Op de benedenverdieping was niemand te bekennen. Eveneens niet op de verdieping daarboven. Wel stond de vlizotrap naar beneden. De kans dat iemand zich op zolder bevond was groot.
Heel zachtjes ging hij een paar treden omhoog, om te kijken of dat zo was.
Hij zag geen mens, maar wel licht uit een hoek komen. Het licht dat hij zocht. Want, wat de rest waarschijnlijk niet weet: hij weet wel degelijk wat je met het doosje kan. Namelijk tijdreizen!
Dus wilde hij het eerder te pakken krijgen. Hij was ook niet van plan om het terug te brengen.
Hij wilde er alleen maar achter komen waar het doosje zich bevond. Hij was het kwijt geraakt gedurende zo’n reis! En wist dat de mysterieuze man de locatie zou vertellen.

Als hij het eerder zou bemachtigen, kon hij ervoor zorgen dat de anderen er nooit iets over zouden weten. Tijdreizen kan vergaande gevolgen gevolgen hebben. Immers: alles wat je verandert, heeft impact. Als je niet geboren bent in een tijd waar je naar toe reist, verstoord dat het een en ander in het universum.

Toen hij de voordeur hoorde openen, verstopte hij zich vlug, op een grote slaapkamer, in de kledingkast met schuifdeuren. Hij hoorde een vrouwenstem roepen: “Merlijn?” en hield zijn adem in toen hij voetstappen hoorde in de kamer waar hij zich bevond.
Terwijl hij doorhad dat twee mensen zich naar de zolder begaven, maakte hij zich uit de voeten.
Maar hij moest en zou dat doosje te pakken krijgen!

Frida stond net op om even naar het toilet te gaan, toen ze meende een man door de tuin bij de buren te zien sluipen. Ze kneep met haar ogen en zag toen niemand. Ze dacht dat ze het zich verbeeld had.

Inderdaad, de heren hadden bij diverse huizen aangebeld maar kregen nul op rekest. Als ze een afbeelding toonden en vroegen of men dat doosje misschien had gevonden, werd ontkennend gereageerd. En bij een aantal huizen werd niet open gedaan. De enige die niet met luxe vervoer, maar met de benenwagen was gegaan, moest de wijk nog ongezien zien te verlaten.

Albèrt was alleen terug gegaan, eveneens te voet. Hij had eerder die dag Jean-Luc gespot.
Net toen Jean-Luc een paadje wilde inglippen, sprong Albèrt van achter een heg tevoorschijn en fluisterde:
“Betrapt, maat! Jij hebt het doosje hè?” Albèrt fouilleerde hem.“Nee, écht niet! Wás het maar zo!” “We willen het allemaal graag vinden. Waarom zo geheimzinnig? Ik heb je wel door! Jij wilt gewoon die beloning krijgen!” Jean-Luc viel hem in de rede: “Omdat ik weet waar het toe in staat is.” “AHA! Dus je hield je van de domme tijdens de meeting? Dat ga ik de rest vertellen!”
“Doe nou niet! Je weet niet half...” maar Albèrt was er al van tussen.
Jean-Luc moest zich extra haasten. Wat Albèrt en de anderen niet weten, is dat hij ook weet wie de mysterieuze man is. Geen lieverdje in elk geval. Mooie beloftes, maar ze lopen straks in de val. Hij wil de macht van hen overnemen middels het doosje. Door de tijd te beïnvloeden.
Jean-Luc was vanuit een speciale eenheid geïnfiltreerd om dat te voorkomen. Het doosje moest vernietigt worden.

De hamvraag: hoe kon hij het in handen krijgen?

Lees ook het slotdeel:

Geschreven n.a.v. de: