De meeting


Een tiental hoge heren verzamelden zich in de lounge van een riant appartementencomplex.
Een aantal van hen nam plaats op de zitting van de antieke bank.
De rest maakte al staande een babbeltje.
Toen het belletje van de lift klonk, keken ze vrijwel allen die kant op.

De deuren openden en een freule in mantelpak kwam tevoorschijn. Ze stelde zich voor als Babette de Buisonjé, heette hen welkom en verzocht hen vriendelijk om haar te volgen naar het penthouse, alwaar een meeting zou plaatsvinden.

De man in maatpak stond als eerste op. “Ik ga nog even iets halen in mijn suite.”
“Dan wachten wij allen toch nog heel even?” Een man in driedelig kostuum, Jacques genaamd, keek vragend naar Babette. Zij antwoordde: “Dat zal niet gaan. U word allen dringend verwacht.”

Nou vooruit” reageerde Albèrt ietwat geïrriteerd. “Dan haal ik het straks wel op.” en hij volgde het gezelschap. “Je hoeft niet zo gepikeerd te doen!” Antwoordde Jean-Luc, terwijl hij hem inhaalde.

Pieter-Hendrik voelde zich totaal niet op zijn gemak. Frederik leek ook al zenuwachtig om zich heen te kijken. Gedachten schoten door het hoofd van Pieter-Hendrik. Wat stond er te gebeuren? Van zijn secretaresse had hij geen agenda gekregen. Hij wist enkel dat hij hier verwacht werd.
Op deze dag. Op dit opvallende tijdstip. Wie spreekt er nou om zeven uur ‘s ochtends af? En vooral: WAAROM?

In het etablissement rook het naar nieuw leer en vers gemalen koffie.
Op de bar stond een dienblad met glazen, gevuld met vers geperste Jus d'orange, bronwater en lege kopjes op schoteltjes, bedoeld voor koffie of thee.
Babette vroeg elke heer wat ze graag bliefden en bediende hen als zodanig.

Op een lange tafel bevonden zich naambordjes van de heren en schotels met diverse soorten deftige koekjes. Babette gaf aan dat ze met hun drinken plaats konden nemen op de voor hen aangewezen plek. Terwijl ze dat deden verliet zij het vertrek.

Geen van hen wist exact wat de reden van hun bijeenkomst was. Zodoende begon er wat geroezemoes. Deze werd doorbroken door een scherm wat uit de muur tevoorschijn kwam.
Een gedaante met de rug naar hen toe sprak de woorden: “Welkom, u allen. Fijn dat u stipt op tijd bent.” “Wie bent u?” vroeg Frederik. “Geen vragen. Er is weinig tijd. Luister goed.” klonk het serieus door de speakers.

“Het is van uiterst belang dat dit doosje niet in verkeerde handen valt. Want anders kunnen er vreselijke dingen gebeuren.” Terwijl hij dit zegt, is een afbeelding van betreffend kistje te zien. Het lijkt een schatkist, maar dan in het klein.

Van verbazing kijken de heren elkaar met open mond aan.
“Waar is het doosje dan?” dacht Jean-Luc hardop. “Geen vragen had ik gezegd! Nogmaals! Er is geen tijd te verliezen. Ik heb niet gezegd dat het doosje kwijt is. Ik weet waar het nu is, maar wil dat jullie het daar vandaan halen!” “Oh!!” klonk het nu meerstemmig.
“Althans, ik weet in welke straat! Het is daar en daar, in die en die stad. De GPS geeft niet de exacte locatie aan! Wel dat het zich niet op de begane grond bevind. Hoe sneller ik het terug heb, hoe beter.
De vinder staat een mooie beloning te wachten.”
“Huur er dan een detective voor in?” vroeg Hendrik. “Nee, juist niet! Want ook dan zou het in verkeerde handen vallen. Als duidelijk is wat je met het doosje kunt, dan….” en toen werd de verbinding verbroken. Op beeld was enkel nog ruis te zien.

“Dan eh… gaan we maar… toch?” stamelde Frederik. Op Pieter-Hendrik na knikte de rest beamend. Terwijl hij zijn colbert aan trok vroeg hij zich hardop af: “Wie is die man? Waarom doen we meteen wat er gevraagd word?” toch won de nieuwsgierigheid het van de twijfel. Allen gingen op pad.

Het vervolg:


Tegelijkertijd gebeurde er dit:

Beide teksten zijn geschreven in het kader van de: