Dit slaat (n)ergens op.


Zomaar een middag, zonder plannen.
Ik werd naar de bovenverdieping verbannen.
Mocht daaronder niet kijken.
Waarom zal later nog blijken.

Rommelen op zolder, dat was het plan.
Maar daar kwam heel weinig van.
Want wat ik daar vond,
stopte mijn zoektocht terstond.

Hee, wat doet dat doosje hier?
Zachtjes doe ik de deur op een kier.
In de huiselijke hitte
Ga ik op het bed zitten.

Wat zou er in het doosje zitten?
Is het goud of zijn het zonnebloempitten?
Oude medailles of foto’s misschien?
Ik ben benieuwd voor tien!

Het kunnen ook muntjes zijn.
Of diamantjes, ook best fijn.
Alle geldzorgen in een klap voorbij.
Of maak daarmee ook anderen blij.

Een verhaal, een brief
Hopenlijk dan wel heel lief
Een tijdcapsule dat kan ook.
Die fantasie ging meteen op in rook.

Een geest zal het niet zijn.
Die vind hooguit een olielamp fijn.
Misschien zit er niets in of juist heel veel
De spanning grijpt me naar mijn keel

Durf ik het wel open te maken
Laat ik eerst mijn hersens daarover kraken
Misschien springt er een duveltje uit
Dan gil ik vast heel luid.

Jeetje, hoe krijg ik dit gedicht nu vol.
Het is toch alleen maar voor de lol!
Toch ga ik stug nog even door.
Het zijn nog lang geen vijfhonderd woorden hoor.

Waarom moeten het zoveel woorden zijn.
Dichten is leuk, maar zo lang is niet fijn.
Had ik maar een verhaal geschreven
Maar nee, een gedicht was mijn streven.

Heb je zelf trouwens ook al spontaan
Met Hans zijn uitdaging meegedaan?
Plaats de link naar jouw bijdrage beneden
Dan kom ik er aan, met rasse schreden

Om die te lezen, voor zover ik dat nog niet had gedaan.
Misschien reageer ik dan, spontaan.
Of ga het delen, ja, wie weet
Het kan ook zijn dat ik het vergeet.

Wat was ik nou ook alweer aan het doen?
Was ik aan het poetsen mijn schoen?
Neen, ik was aan het typen, namelijk deze tekst.
Het doosje roept me. Is het behekst?

“Sesam open u” maar zo heet het niet.
Dan open ik het zelf, subiet.
Er lag enkel een briefje in.
De tekst was geheel naar mijn zin.

Er stond – en dat is me ook wat –
“Wie dit leest is zelf een schat”

Dus niks geen schat of tierelantijn,
maar zo’n tekst is natuurlijk wel heel fijn.
Zoiets wil jij toch ook wel lezen?
In ons hart is ieder een goed wezen.

Jullie zijn allemaal heel lief.
Dus het briefje deel ik. Alsjeblieft!
Print het uit en lees het af en toe.
Dan ben je jezelf ook nooit moe.



Maar waarom moest ik toch naar boven.
Het is niet te geloven.
Dat was maar zelf verzonnen.
Anders was dit gedicht wat raar begonnen.

Eigenlijk slaat dit gewoon nergens op.
Heb zowel mezelf als jullie gefopt.
Jullie tijd verspild, wat zonde.
Zal beter mijn best doen bij een volgende ronde.

Nog dertien woorden te gaan.
Kan ik dit nog langer aan?
Dat hoeft niet.

Bovenstaand - deels onzin - exact 500 woorden tellende gedicht schreef ik in het kader van bovenvermelde uitdaging. Ook naar aanleiding daarvan geschreven:

Sluit aan bij de schatten van Yoors