Hans speelt spelletjes met mij.


Op een mobiele telefoon met internetverbinding kun je diverse apps gratis downloaden.
Zo ook Wordfeud. Dat is een spel, vergelijkbaar met Scrabble.
Momenteel Wordfeud ik 4 spellen tegelijk. Soms zijn het er meer. Soms ben ik met eenzelfde tegenstander wel twee (of drie) spellen aan het doen.
De ene keer wint een ander, de andere keer ik.
Je verdient er geen euro mee hoor, het is gewoon leuk.
Het laat je hersens weer even wat kraken.
Het houdt je alert.
En je kunt het overal doen waar je maar internetverbinding hebt.
Na een fietstocht op een terrasje op het plein bijvoorbeeld.
Mits je daar geen vlieg irriteert.

Telkens als ik een potje Wordfeud met Hans doe, verlies ik. Tenminste, tot nog toe.
Het verschil in punten is vaak enorm.
Dat ligt niet aan mij, maar aan het spel. Want van anderen win ik soms wel. Ik krijg gewoon stomme letters. Een C, Q, X én Y zijn gewoon lastig om kwijt te kunnen.
Oke, de C zit in “Pincet” maar dan moet je wel maar net de overige benodigde letters hebben én ze kunnen aansluiten!
Een potje kan dagen duren. Omdat niemand van ons constant op dat spel kijkt. Maar vaak hoor ik een belletje dat er weer een zet gedaan moet worden. Nét als ik met de afwasborstel in de weer ben!
Laatst belande er in de haast bij het wegleggen van de borstel, sop op de bloemkool. Die heb ik uiteraard goed gewassen. Anders gaan we bubbeltjes praten.
Als je dagen geen zet doet, herinnert Wordfeud je er aan dat je ‘nog maar 24 uur hebt om je beurt te voltooien’. Handig. Anders vermoed de tegenstander misschien dat er iets niet in de haak is.
Soms ga ik me er voor zitten. Tijdens mijn beurt eet ik dan een walnoot.
En als ik moet wachten op de zet van een ander, hang ik alvast mijn was te drogen, met wasknijpers.

Bron afbeelding: Pixabay