Op zoek naar de groep


Het einde van de zomer is nabij. Mijn vrienden en familie ben ik kwijt geraakt. Althans, in de zin van: geen idee waar ze zijn. Soms verlies je een groep uit het oog. Dat kan de beste overkomen.

Het was behoorlijk donker. In het naar mijn idee zeer grote vertrek zocht ik naar een uitweg, alles aftastend of ik een kier kon vinden. Na uren had ik er eindelijk een te pakken bij een deur en kroop er doorheen. Dat is het fijne van mier zijn: piepklein, dus ik pas overal door.

Aan de andere kant van de deur bevond zich een trap. De trap leek een eindeloze lengte te hebben.
Ik had geen keuze en ik begon te lopen.

Alsmaar omhoog. Aan het einde van de trap lag nattigheid. Ik zou een stukje moeten zwemmen, maar dat is niet mijn hobby.
Plots hoorde ik geroep. “Sjakie? Ben jij dat?” Die stem kwam me bekend voor.
“Wie is daar?” vroeg ik op mijn beurt. Een korte conversatie volgde.
– “Ik ben het. Liesje! Ik ben de groep kwijt!” Ach… mijn kleine zusje was er ook!
“Ook al? Wel fijn dat we nu niet meer alleen zijn en samen op zoek kunnen gaan naar de rest!”
– “Zou het hen dan iets kunnen schelen?”
“Natuurlijk wel Liesje!! Het is toch familie!! Dikke kans dat zij ook naar ons op zoek zijn.”
– “Nou dat weet ik nog niet zo net hoor.”
“Waar zit je? Dan kom ik naar je toe. Moet ik zwemmen?”
– “Nee Sjakie, ik zit op de plint aan de linkerkant van de trap. Laatste trede. Zwemmen durf ik niet, dus ben maar blijven zitten waar ik zit. In de hoop dat er iemand kwam. Je weet niet half hoe blij ik ben dat jij hier nu bent!”
“Dat is dan wederzijds, zusje! Maar eh… ik wil hier niet blijven. Jij ook niet neem ik aan. Klim maar op mijn rug, dan zwem ik wel naar de overkant.
- “Je weet niet eens waar we dan uitkomen!”
“Tja, Sis, we moeten toch wát. Hier blijven is geen optie.”
- ”Dat is waar. Laat me niet vallen hè?”
“Als jij je goed vast houdt, niet nee.”

Het poeltje water bleek kleiner dan verwacht. Gelukkig hadden we al snel vaste grond onder onze pootjes.
We hoorden een doffe klap. Er viel iets op de grond.Het water waar we net doorheen waren, werd wit en begon te bubbelen. De bubbels werden er meer en meer en dus moesten we maken dat we daar weg kwamen. “HAHAHA!” hoorden we terwijl we op zoek waren naar een uitgang. Maar de enige deur in dat vertrek was die waar we vandaan kwamen.

Degene die zo hard lachte, zat inmiddels voor ons.
“Wie ben jij?” vroeg ik dapper.
- “Arie de rat, dit is mijn domein. Daarom liet ik het waspoeder vallen. En nou wegwezen hier!”

Ik ben niet snel te imponeren, dus reageerde: “Nou, maar al te graag hoor! Kun je ons geen lift geven?”
Immers: nee had ik, ja kon ik krijgen.

Toen Arie merkte dat wij geen vijanden zijn en ook geen lekker hapje, maakte hij zich zo plat mogelijk en klommen wij vlug op zijn rug.
En zo kwamen we weer veilig buiten. Daar bleek de groep op ons te hebben gewacht.
“Zie je nou wel, Liesje? Ze hebben ons gemist!”
– “Arie, hartstikke bedankt! En Sjakie? Jij bent de béste broer die er bestaat!”

Geschreven n.a.v. de:

 
 

Schrijf je ook graag?

Met onderstaande link kun je lid worden van Yoors.