Paniek in de parkeergarage


In de parkeergarage had Senna al een heel onbehaaglijk gevoel. Ze keek om zich heen en zag verder niemand. Op weg naar de uitgang schrok ze van lampjes die even knipperden op een auto. Misschien liep ze er te dicht langs. Toen plotseling een auto startte en weg reed, had ze het even niet meer. “Niks aan de hand. Gewoon doorlopen” zei ze zachtjes om zichzelf moed in te spreken.

Aangekomen bij de lift drukte ze op de knop en wachtte. Er kwam een man aangelopen die haar de rillingen over de rug bezorgde. Hij zag er onguur uit en stonk naar alcohol. Hij keek alsof hij veel drugs had gebruikt. Ze hoopte maar dat de lift snel zou komen. Gelukkig. Hij liep door en de lift was er. Snel sluit ze de deuren! “Je bent nu veilig” sprak ze uit en zuchtte diep.

Maar toen stopte de lift ineens. Aanvankelijk leek het knopje om de deur te openen niet te werken. Na meerdere pogingen lukte het. Alleen… de lift stond niet stil op een verdieping maar hing tussen twee etages in. Ze hoorde geschreeuw maar zag niet waar het vandaan kwam. Snel pakte ze haar mobieltje en belde 112. In paniek probeerde ze de situatie met horten en stoten te verwoorden. “Ik zit vast in de lift van de parkeergarage, hoor geschreeuw en ben heel bang!”

Aan de andere kant van de lijn probeert iemand haar te kalmeren.
“Mevrouw, welke parkeergarage? Wilt u rustiger praten alstublieft? Mevrouw? Hallo?”
Ze kreeg geen gehoor meer.

Geschreven n.a.v. de: