Feest in de kazerne


“Eens even kijken of iedereen er is. Jansen?” Jansen bevestigt zijn aanwezigheid door hardop “Present” te zeggen. Sergeant Van Lier vinkt zijn naam aan. Zo gaat hij de hele lijst langs. Als blijkt dat soldaat Hermans nog ontbreekt, vraagt hij of iemand weet waar hij is. “Tijdens het voorbereiden van het avondeten heeft hij met een scherp mes tomaten gesneden en zich daarbij in de vinger gehakt en laat zich nu door een knappe zuster verzorgen.” De anderen gniffelen. “Dan beginnen we het feest zonder hem. Hij komt straks vast opdagen!” “Nou ik denk dat zijn bedje gespreid ligt! WHAHAHA!” Gelach klonk door de zaal. “Jansen! Gedraag je! Nou heren, amuseer jullie! Laat het dak er maar vanaf gaan!” “De drank mag nu vloeien!” riep van Bronkhorst, die het vat bier aansloeg. “Pilsje, iemand? Niet allemaal tegelijk!” Het feest begon.

Er werd veel gelachen en gedanst, gegeten en gezongen. De karaoke was minder vals dan verwacht.
Er zat zowaar talent tussen! Plots ging het licht aan. Soldaat Hermans kwam binnen en liep dwars door wat slingers heen met... de zuster! “GEFOPT!!” riep hij naar zijn kameraden. “Het was gewoon ketchup. Ik had een smoes nodig om bij haar te zijn! Wij zijn hartstikke in LOVE!!
“OE LA LAAAAA!” klonk het puberaal in koor. Ook van Lier kon er om lachen. Het werd een heel gezellig feest, maar de volgende dag moest er wel worden opgeruimd. Hermans en van Bronkhorst boden zich vrijwillig aan. Hermans sneed zich in de vinger, aan de scherven van een bierglas. “Ja dat zal. Weer ketchup zeker!” “Nee, deze keer niet! Zuster Louise deed er een pleister op. “Kus er op en de pijn is weg!”

Bovenstaand verhaal bevat 2x 140 woorden met in beide alinea's het woord "Feestdagen" verwerkt.
In het totale verhaal komen de steekwoorden voor uit de andere uitdaging. Beide schrijfuitdagingen vind je hier: